Anna Louisa Gertruyda Toussaint (Alkmaar 1812 - Den Haag, 1886)

Anna Bosboom - ToussaintIk weet alleen, dat een mijner bekenden, een vriend van mijn jongsten broêr, die smoorlijk op haar verliefd is geweest en bot af een blauwtje heeft geloopen, mij eene voorstelling heeft gegeven van haar, die.... enfin, die niet heel aanmoedigend is voor u. Zij moet een brutale heks zijn, die niet wil trouwen, omdat zij geen heer en meester over zich wil erkennen. Ze heeft dien armen Karel Felters, de goedhartigste sukkel, die er op twee beenen loopen kan, zoo gerudoyeerd, dat hij van schrik het hazenpad heeft gekozen en, nota bene, naar Afrika is vertrokken, om zeker te zijn, dat hij haar nooit weer zou ontmoeten: overigens niet slechts in alle opzigten een goede jongen, maar in vollen zin dàt, wat men eene goede partij noemt. Ik zeg 't niet om u af te schrikken, maar....’

‘Wel, dat schrikt mij in 't geheel niet af,’ sprak Leopold rustig. ‘Dat zij geen sukkel wil hebben, die voor eene vrouw wegloopt, bewijst voor haar karakter; ik vind het piquant, dat zij geene flauwe onbeduidendheid is.’

Uit : Majoor Frans (1874)

Biografie

ALG Toussaint komt ter wereld in een apothekersgezin in het Nederlandse stadje Alkmaar. Haar ouders stammen af van Franse Hugenoten. Haar vader laat haar kennismaken met werk van Vondel, Hooft en Huygens. Haar moeder kan niet met het kind overweg en wanneer Truitje acht jaar oud is gaat ze bij oma in Harlingen wonen. Daar komt ze in contact met de historische romans van Walter Scott en Jacob Van Lennep. Ze is er dol op en beslist later ook historische romans te schrijven. In Harlingen behaalt ze de "acte van schoolhouderes" in 1833. Ze werkt als huisonderwijzeres in Hoorn tot 1835. Terug in Alkmaar doet ze vertaalwerk voor een literaire uitgeverij en zet zich aan het schrijven. In 1837 publiceert ze een eerste novelle, in 1938 haar eerste historische roman.

Via een bevriende predikant en zijn zus in Heiloo komt Toussaint onder de charme van het Réveil, een orthodox romantisch protestantisme. Het zou haar werk sterk beïnvloeden. Ze begint in 1841 een relatie met Reinier Bakhuizen van den Brink, redacteur bij De Gids, die haar helpt met opzoekingswerk voor Het huis Lauernesse (1840). Wanneer hij naar Brussel vlucht voor zijn schuldeisers zet ze een punt achter de relatie. Daarvan zijn echo's te vinden in haar werk. Ze trouwt op haar 39ste met de Haagse kunstschilder Johannes Bosboom, een goede vriend, en verhuist in 1851 naar Den Haag. Het koppel krijgt geen kinderen. Haar huwelijk is gelukkig maar financieel loopt het niet altijd vlot. Dat dwingt haar tot hoge productiviteit.
Ze heeft een druk sociaal leven en sluit vriendschap met verschillende schrijvende tijdgenoten van De Gids. Ze is een onafhankelijke vrouw met een eigen mening over literatuur en geloof. Mannen als Potgieter en Busken Huet nemen haar ernstig in discussies en disputen, wat voor die tijd vrij ongewoon is.

Een zelfverklaarde feministe kan je Bosboom-Toussaint niet noemen. Wanneer ze gevraagd wordt om mee te werken aan een nieuw initiatief, een “Bibliotheek van Nederlandse schrijfsters”, weigert ze “omdat zij zich niet bij de ‘vrouwenquaestie’ betrokken voelt".
Meer lezen
Zelf is ze nochtans een zelfstandige vrouw met eigen vrienden en een uitgesproken mening. Thuis is zij de kostwinner, ze houdt haar ouders en schoonouders uit de armoede. Uit haar werk blijkt dat Bosboom-Toussaint een scherp oog had voor de positie van vrouwen en worstelde met de algemeen geaccepteerde opvattingen.

Meer over Anna Bosboom-Toussaint  

Bosboom-Toussaint, Anna (DBNL) link

A.L.G. Bosboom-Toussaint (Literatuurgeschiedenis.nl)

Oeuvre

Anna Bosboom-Toussaint wordt gerekend tot de beste Nederlandse schrijvers van de negentiende eeuw. Na haar beloftevolle debuut in 1837 blijft de zeer gedreven Anna de volgende halve eeuw aan de slag. Als beginnend auteur is ze beïnvloed door de romantiek, zoals blijkt uit de novelle Almagro (1837) en de roman De Graaf van Devonshire (1838), maar internationale roem verwerft ze met haar historische romans met religieuze inslag. Op aanraden van Gids-redacteur Potgieter kiest Anna de vaderlandse geschiedenis als inspiratiebron. Het eerste resultaat is Het huis Lauernesse (1840), over de strijd op eigen bodem tussen protestanten en katholieken in het begin van de 16e eeuw. Potgieter vindt het boek maar niets omwille van de geëxalteerde vroomheid van het hoofdpersonage. 

Bosboom-Toussaint behield altijd haar onafhankelijkheid als auteur en als christelijk-gereformeerde gelovige. Van de bemoeizucht en de commentaren van haar literaire vrienden trok ze zich niets aan. Ze hield van uitweidingen en ingewikkelde zinnen en die stijl kwam zelfs voor haar tijdgenoten archaïsch over.

In 1841 verscheen Eene kroon voor Karel den Stouten in afleveringen in De Gids. Het hoogtepunt van haar historische romans was de negendelige Leycestercyclus. De eerste drie delen De graaf van Leycester in Nederland verschenen in 1845, gevolgd door de trilogie De vrouwen in het Leycestersche tijdvak in 1850 en afgesloten met drie delen Gideon Florensz. in 1854. Beroepshisorici uit haar tijd waren vol lof over de degelijke research van deze romancyclus. Tussendoor schrijft Toussaint een aantal andere romans en novellen, zoals Mejonkvrouwe de Mauléon (1847) met echo’s naar haar relatie met Bakhuizen. In 1870 publiceert ze opnieuw een historische roman De Delftsche wonderdokter, die naar het Duits vertaald wordt.

In 1860 ontstaat tussen Bosboom-Toussaint en de Gids-redacteuren Busken Huet en Potgieter een felle polemiek over haar historische romans. Als reactie schrijft ze een aantal eigentijdsezeden romans. In haar bekendste en nog altijd leesbare boek, Majoor Frans. Novelle (1875), komen ideeën van de vrouwenemancipatie van toen aan bod. Hoofdpersonage is freule Francis Mordaunt,  die vrij van sociale conventies is grootgebracht door haar grootvader, een generaal. Ze krijgt de bijnaam Majoor Frans omdat ze een tomboy is die uitstekend kan schermen en paardrijden. Hoe onafhankelijke en vrijgevochten ze ook is, uiteindelijk trouwt ze toch. Majoor Frans verscheen oorspronkelijk in het tijdschrift Nederland (1874). Het boek werd vertaald in het Frans (1875), Zweeds (1876), Duits (1880) en Engels (1885). In 1893 verscheen een toneelbewerking en in 1916 een stomme film. Het verhaal werd ook verwerkt in een hoorspel.

Haar werk (DBNL)

Erkenning en prijzen

Anna Bosboom - ToussaintVanaf haar eerste publicatie in 1837 tot aan haar dood in 1886 oogstte Bosboom-Toussaint in binnen- en buitenland veel succes als auteur van stevig gedocumenteerde historische romans en verhalen. Ze liet dan ook een indrukwekkend oeuvre na waaraan ze vijf decennia werkte.  Haar boeken werden onder andere in het Duits, Frans, Engels en Zweeds vertaald.

Toussaint werd bijzonder gewaardeerd door haar tijdgenoten. Ze speelde een belangrijke rol  als auteur en redacteur in het literaire leven. Zij had vrienden onder de belangrijkste literatoren, Potgieter, Busken Huet en Elise van Calcar, voorvechter voor vrouwenrechten. Ook in de kring van het Réveil had ze vrienden, Nicolaas Beets, Willem de Clercq, Isaac da Costa, Betsy van der Hoop. Ze onderhield met hen een uitgebreide correspondentie. Ook was ze geregeld te gast bij de Nederlandse koningin Sophia, een savante en  beschermvrouwe van de Algemeen Nederlandsche Vrouwenvereniging Arbeid Adelt van Betsy Perk . Haar verzamelde werken begonnen nog bij haar leven te verschijnen.
Ze werd als eerste vrouw erelid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1870). Verder was ze ereburgeres van haar geboortestad  Alkmaar,  honorair lid van de Amsterdamse rederijkerskamer Achilles en  erelid van het Archeologisch Genootschap van Athene.  Meer dan een eeuw na haar dood werden haar klassiekers herdrukt, zoals Het huis Lauernesse, de novelle Mejonkvrouwe de Mauléon en vooral Majoor Frans.

Aanraders uit de RoSa bibliotheek

  • Traditionele verhalen en revolutionaire vertellingen. Vrouwelijk verzet in het werk van Bosboom-Toussaint / Annemarie Doornbos. Uitgeverij Verloren, 2012. ISBN:  9789087043278 :  496 p.  RoSa exemplaarnummer
  • Maer denckt meer dan gij leest, En leest meer dan er staet. Tegendraadse elementen in het werk van Geertruida Toussaint. Doctoraatsverhandeling verdedigd door Annemarie Doornbos op 8 september 2011. Link naar proefschrift: http://dare.uva.nl/document/228540