Catharina Louisa Maria Alberdingk Thijm (Amsterdam, 1848 – Amsterdam, 1908)

Catharina Louise Alberdingk Thijm- ‘Eene matrone van nog geen twintig jaar....’
- ‘De leeftijd, de jaren bedoel ik, doen er weinig toe.’
- ‘Vindt ge? Voor mij beteekenen zij integendeel zeer veel; het is waar dat er vrouwen van veertig jaar zijn, die niet uw ernst bezitten.’
- ‘Wilt ge mij allerlei onaangename dingen zeggen?’
- ‘Is ernstig zijn dan een gebrek?’
- ‘Ja, althans in de oogen der mannen.... de man wil, dat eene vrouw altijd lache, altijd vroolijk zij, hem altijd vermake, om het even of haar hart, haar ziel vol droefheid zijn, dat gaat hem niet aan, hij vraagt slechts geen lijden te zien, om het even wat of de vrouw gevoelt.’
- ‘Gij hebt geen zeer gunstige meening over ons geslacht; welk een pessimisme in zulk een jong hoofdje! Is uwe zuster ook zoo gestemd?’
- ‘Louise?! gelukkig niet, zij is nog vol geloof, vol hoop, vol kinderlijk vertrouwen.’

Bron: Fragment uit Een koninklijke misdaad: roman uit onze dagen, bewerkt naar gedenkschriften eener onlangs overledene prinses.
Dordrecht: J.P. Revers. 1895 (3e druk, pp. 21-22).

 

‘Er is in ons land eene gelukkige beweging ten voordeele der gezondheid van het jongere geslacht; men wil meer uitspanning, en minder inspanning in de opvoeding brengen. Om nu enigermate te voorzien in de leemte van onderhoudende lectuur voor jonge meisjes, en tegelijk mijne geringe bijdrage te leveren tot bereiking van het doel, hierboven aangegeven, heb ik mij voorgenomen een weekblad uit te geven, dat alleen aan jonge meisjes wordt gewijd. Ik heb mijzelve de vraag gesteld: Bestaat er in ons land goede lectuur voor meisjes? Zijn er vele boeken die eene verstandige moeder gerust in handen harer dochter geeft, zoo dit meisje, door de studie gerijpt, geen genoegen meer vindt in kinderboeken? Heeft men voor jonge meisjes, evenals voor kinderen en voor volwassenen… couranten? En waarom niet? Waarom haar niet iets gegeven dat tegelijk amusant en nuttig is? Ontkennend en onvoldaan heb ik deze vragen moeten beantwoorden; en ik zou gaarne trachten die toestand te veranderen. Mocht dit blad de eerste schrede tot verbetering zijn!’

Bron: Fragment uit Lelie- en Rozeknoppen (1882), nr. 01.

 

Biografie

Catharina Alberdingk Thijm is de oudste dochter van Wilhelmina Anna Sophia Kerst (1824-1894) en de schrijver en hoogleraar kunstgeschiedenis Josephus Albertus Alberdingk Thijm (1820-1889). Ze groeit op als tweede kind in een Amsterdams katholiek gezin van vijf kinderen. Haar jongere broer Karel Joan Lodewijk Alberdingk Thijm (1864-1952), beter bekend onder het pseudoniem Lodewijk van Deyssel, staat ook bekend als schrijver.

Josephus Albertus Alberdingk Thijm is een fervente aanhanger van de culturele emancipatie van rooms-katholieken. Als gevolg daarvan bezoekt zijn dochter Catharina Alberdingk Thijm tot 1860 de School voor Katholieke Jongejuffrouwen aan het Amsterdamse Begijnhof, dan de kostscholen van de congregatie Filles de la Croix te Aspel in Duitsland (1860-1864) en te Theux in België (1864-1866). Hierna gaat ze terug naar Amsterdam, waar ze vier jaar lang bij haar ouders woont. In deze periode wordt ze lid van de door haar vader opgericht literaire vriendenkring De Vioolstruik.

Catharina Alberdingk Thijm treedt op haar tweeëntwintigste toe tot de kloosterorde Filles de la Croix, na een ongelukkige liefde. In 1871 verhuist ze naar het klooster te Theux, waar ze haar carrière als onderwijzeres en ziekenzuster begint. Zes jaar later moet ze uit de religieuze gemeenschap weg, want zij is volgens haar medekloosterlingen niet onderdanig genoeg.

Catharina Alberdingk Thijm behaalt de Lager Onderwijs Akte en werkt eind 1877 als gouvernante bij de Poolse graaf Sumin Suminski in het westen van Pruisen, waarna ze een aantal maanden in Keulen en Menton doorbrengt om haar Duits en Frans te verbeteren.

In 1881 raakt de auteur bevriend met de vertaalster en schrijfster Louise Antoinette Stratenus (1852-1908). De twee vrouwen gaan in een Londens pension wonen om aan de Nederlandse schuldeisers van Louise Antoinette Stratenus te ontkomen. In 1883 verhuizen ze weer naar Parijs, en in 1888 naar Brussel. Hun relatie eindigt in 1894.

Tussen 1895 en 1900 houdt Catharina Alberdingk Thijm zich bezig met sociaal werk. Ze stelt zich ten doel vrouwvriendelijker woonvormen en gemeenschappelijke huishouding te introduceren, en leidt met haar nieuwe vriendin Jacoba van Zoelen (1865-1947) een tehuis voor dakloze vrouwen en hun kinderen in Amsterdam.

Catharina Alberdingk Thijm overlijdt in 1908 te Amsterdam.

Meer lezen:

Catharina Alberdingk Thijm (DBNL – Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)

Catharina Alberdingk Thijm (Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland)

Catharina Alberdingk Thijm (Biografisch Portaal van Nederland)

Catharina Alberdingk Thijm (WomenWriters.nl)

Oeuvre

Catharina Alberdingk Thijm schrijft haar eerste (ongepubliceerd) roman in 1878, waarin ze haar ervaring als kloosterlinge deelt. Daarop volgt een hele reeks literaire producties, waaronder 36 romans en een aantal verhalen, gedichten, toneelstukken en sprookjes. De thema’s waarover ze schrijft zijn behoorlijk divers. In haar meest gelezen historische roman Een koninklijke misdaad: roman uit onze dagen (Arnhem, 1889) heeft ze het over een vermeende dochter van koningin Victoria. De huistiran (Amsterdam, 1883) gaat over de soms lastige verhouding met haar broer Karel Joan Lodewijk Alberdingk Thijm. Verwoest leven: ware geschiedenis uit onze dagen (Zeist, 1892) is een verhaal over haar broer Frank Alberdingk Thijm (1854-1925), haar vriendin Louise Stratenus en haarzelf.

Ook interessant vanuit een feministisch perspectief, is haar boek XX vragen (Utrecht, 1899), waarin ze twintig vragen stelt aan een honderdtal vrouwen over man-vrouwverschillen (huwelijk, liefde, opvoeding, enz.). Een paar bekende figuren zoals Louise Stratenus, Elise van Calcar en de auteur zelf, maken deel uit van de respondenten. In Brief aan onze meisjes (Bergen op Zoom, 1895) spoort de schrijfster vrouwen aan om wat tijd uit te trekken voor filantropisch werk. Haar brochure Een volkshuis (Amsterdam, 1898) bevat een door haar oom (de architect Eduard Cuypers) ontworpen plan voor het bouwen van een wooncomplex voor arbeidersgezinnen en alleenstaanden. Een laatst voorbeeld van haar sociaal-feministische werk over de positie van de vrouw in de late negentiende eeuw is Mensch-zijn: uitgave ten bate van dakloze meisjes, moeders met kindertjes, en vrouwen (Amsterdam, 1896).

Catharina Alberdingk Thijm is niet alleen schrijfster, maar ook redactrice. Ze begint met korte stukjes in De Familiebode en De Huisvrouw en bijdragen aan kranten zoals De Amsterdammer, Het Algemeen Handelsblad, De Amsterdamsche Courant en Dietsche Warande. In 1882 richt ze haar eigen tijdschrift op: Lelie- en Rozeknoppen, een weekblad voor jonge dames, dat vijf jaar later tot De Hollandsche Lelie hernoemd wordt. De redactrice geeft ook het weekblad La Jeune Fille uit in Brussel en Parijs. In totaal schrijft ze ongeveer 1.500 krantenartikelen.

Catharina Alberdingk Thijm is dankzij haar schrijfwerk financieel onafhankelijk. Zij moedigt overigens alle vrouwen aan om in hun levensonderhoud te voorzien door een beroep uit te oefenen, zoals verpleegster, dokter, naaister, boekhoudster en boekbindster. Daarnaast is Catharina Alberdingk Thijm een voorstander van openbare gouvernementsscholen met godsdienstvrijheid.

Aanraders uit de RoSa bibliotheek

  • Terra incognita: historisch onderzoek naar katholicisme en vrouwelijkheid/ red. Annelies van Heijst, Marjet Derks (1994). - RoSa exemplaarnummer FII m/0270Feminisme en verbeelding: jaarboek voor vrouwengeschiedenis 14/ red. Mineke Bosch (1994). - RoSa exemplaarnummer FII m/0341.Terra incognita: historisch onderzoek naar katholicisme en vrouwelijkheid/ red. Annelies van Heijst, Marjet Derks. Kampen: Kok Agora, 1994. 210 p.; ill. ISBN: 90-391-0593-6. Recensie in: MARA; jaargang 08 nr. 01 (september 1994). RoSa exemplaarnummer FII m/0270.
  • Feminisme en verbeelding: jaarboek voor vrouwengeschiedenis 14/ red. Mineke Bosch (e.a.). Amsterdam: Stichting beheer IISG, 1994. 208 p.; ill. (Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis). ISBN 90-6861-096-1. RoSa exemplaarnummer FII m/0341. 

  • Catharina Alberdingk Thijm: vroom christenvrouw of verlicht feministe? In: MARA; jaargang 08 nr. 01 (september 1994).