Caroline Lea de Haan (Smilde, 1881 – Laren, 1932)

Portret van Carry van Bruggen door onbekende fotograaf, ca. 1915 (Collectie Literatuurmuseum, Den Haag).‘Dit is overspannen gepraat. Je leest te veel. Voor een vrouw, lees jij veel te veel. Ik zie hier de gekste boeken. En je komt er geen stap verder mee. Ik zeg hetzelfde alle dagen tegen Ebner. Het leven is veel eenvoudiger dan jullie het maken, in je overspannenheid.’

Bron: Fragment uit Eva (1927, p. 176)

‘Als een meisje gestudeerd heeft, al heeft ze dan zelfs niet afgestudeerd, dan zal ze nooit meer zo vreemd en vijandig als een gewoon meisje tegenover haar mans studie, tegenover zijn werk staan. Ze beseft dan beter, waarvoor ze haar kleine genoegentjes opoffert, ze beseft waarom ze haar kinderen leert, hun vaders studievertrek te eerbiedigen... ze is dan niet meer jaloers op zijn werk, zoals een vrouw die er niets van begrijpt, omdat ze er althans iets van begrijpt. Zo zou de studie van de vrouw tenslotte aan het huiselijk leven ten goede komen. En als je nu maar kon bewijzen dat het werkelijk voorkomt, dat het werkelijk zo gaat, dan zou er een groot argument tegen academische studie voor de vrouw vervallen. Het leek me lang geen ongezonde redenering...’

 Bron: Fragment uit Uit het leven van een denkende vrouw (1985, p. 36)

Biografie

Carry van Bruggen groeit op in een joods gezin in Smilde. Ze is het derde kind van Betje Rubens (1852-1912) en de godsdienstonderwijzer, voorzanger en rabbijn Izak de Haan (1839-1924). De later bekende schrijver Jacob Israël de Haan (1881-1924) is een van haar vijftien broers en zussen. Het gezin verhuist al snel naar Zaandam.

Na de ULO en een opleiding tot onderwijzeres wordt Carry van Bruggen in 1900 lerares in Amsterdam. Vier jaar later trouwt ze met de journalist en schrijver Kees van Bruggen (1874-1960), met wie ze later twee kinderen krijgt. Carry van Bruggen breekt met haar joodse traditie en gaat samen met haar echtgenoot tot 1907 in Medan (Sumatra, Nederlands-Indië) wonen. Zij kan zich ginder echter moeilijk aanpassen, met haar zelfstandige ideeën en haar korsetloze kleding. 

 

‘We hadden het land niet lief en zouden er geen vrienden maken.’

Carry van Bruggen, z.d. (bron: damescompartiment.nl)

 

Wanneer ze in Nederland terugkomen, publiceert Carry van Bruggen haar eerste boek In de schaduw (1907). Zij verhuist zeven jaar later met haar man van Amsterdam naar Laren, maar het stel gaat in 1917 uit elkaar. Carry van Bruggen hertrouwt in 1920 met de kunsthistoricus Adriaan Pit (1860-1944). Vanaf dat moment schrijft ze haar meest succesvolle romans, waaronder Het huisje aan de sloot (1921) en Eva (1927). Daarop volgt een moeilijke periode: de schrijfster begint aan klinische depressie te lijden. Vanaf 1928 verblijft ze regelmatig in instellingen.

 

"Ik lijd dagelijks. Om de verbroken contacten. Om de hersenvermoeidheid, die toeneemt. Om de lange, lange maanden voor mij."

Carry van Bruggen, z.d. (bron: damescompartiment.nl)

 

In 1932 raakt ze in coma na een overdosis slaapmiddelen, waarna ze aan een longontsteking overlijdt. Doordat ze regelmatig slaapmiddelen nam, is het onduidelijk of ze al dan niet zelfmoord pleegde. Carry van Bruggen ligt begraven in Laren.

Meer lezen:

Carry van Bruggen (DBNL – Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)

Carry van Bruggen (De Bibliotheek)

Carry van Bruggen (Kunstbus.nl)

Oeuvre

Carry van Bruggen staat bekend om haar romans, toneelstukken, essays, filosofische werken, columns en journalistieke artikels. Haar werk wordt gekenmerkt door o.a. zelfanalyse, een rusteloze natuur en haar losmaking van het Jodendom. De auteur schrijft ook onder de pseudoniemen Justine Abbing en May.

Romans en essays

Carry van Bruggen schrijft enkele weinig bekende romans over haar teleurstellende verblijf in Nederlands-Indië, waaronder Goenong-Djatti (1909) en ’n Badreisje in de tropen (1909). Haar latere, omstreden literair werk heeft een grotere invloed op de maatschappij. Het realistisch boek De Verlatene (1909) is een tragische beschrijving van het leven in een provinciaal-joods milieu.  In de autobiografische roman Heleen: een vroege winter (1913) draagt Carry van Bruggen bij tot het vrouwenvraagstuk en heeft ze het over het snelle vergaan van de jeugd. Het boek Een coquette vrouw (1915) is geïnspireerd op haar eigen huwelijksleven.

Prometheus. Een bijdrage tot het begrip der ontwikkeling van het individualisme in de literatuur (1919), Carry van BruggenHaar Prometheus (1919) is volgens de ondertitel ‘een bijdrage tot het begrip der ontwikkeling van het individualisme in de literatuur’. De verhalenbundel Het huisje aan de sloot (1921) bevat jeugdherinneringen. De auteur schrijft kritisch over taal en taalkunde in Hedendaagsch fetischisme (1925).

Eva (1927), Carrie van BruggenHaar laatste werk is Eva (1927), een autobiografische roman over liefde en seksualiteit, waarin een schoolmeisje een bewuste vrouw wordt, een mislukt huwelijk heeft en daardoor weinig vooruitzichten heeft.

Artikels

In haar Nederlands-Indische jaren werkt Carry van Bruggen als journaliste. Ze publiceert artikels die met gemengde gevoelens ontvangen werden, als Aankomst in Indië (1907). Ze heeft ook haar eigen rubrieken in de Deli-Courant. Voorbeelden hiervan zijn de wekelijkse boekrecensies (die ze onder het pseudoniem M. schrijft) en de rubriek Iets voor onze dames (die ze onder het pseudoniem May schrijft, en later als Brieven van May hernoemd wordt).

Als ze terug in Nederland is, werkt ze mee aan tijdschriften zoals Groot Nederland en De Gids.

Erkenning en prjzen

Veel van haar boeken werden herontdekt in de jaren zeventig van de twintigste eeuw onder invloed van de tweede feministische golf, waardoor er meer dan 20 herdrukken van Eva (1927) verschenen.

Carry van Bruggen behoort tot de Canon van de Nederlandse letterkunde. Als auteur staat zij op plaats 46, terwijl haar studie Prometheus (1919) en haar roman Eva (1927) respectievelijk op plaats 83 en 107 staan in de lijst van literaire werken.

In de Zaandamse spoorbuurt staat er ter ere van Carry van Bruggen een bronzen beeld van een boekenkast met haar werken. Een aantal straten en hoven in Nederland zijn ook naar haar vernoemd – onder meer in Laren, Assen, Den Haag, Utrecht, Apeldoorn, Zwolle en Smilde.

Illustratie: Bronzen beeld van een boekenkast met de werken van Carry van Bruggen in Zaandam (Helen Frik, 1998).

Aanraders uit de RoSa bibliotheek

Carry van Bruggen (1881-1932) / samenst. Jan Fontijn, Diny Schouten. Amsterdam: De Engelbewaarder, 1978. - RoSa exemplaarnummer: M/0070.De dochter van een gazan: Carry van Bruggen en de Nederlandse samenleving 1900-1930 / Madelon De Keizer. Amsterdam: Bert Bakker, 2006. - RoSa exemplaarnummer: GIV2h/0003.Carry van Bruggen (1881-1932) / samenst. Jan Fontijn, Diny Schouten. Amsterdam: De Engelbewaarder, 1978. - RoSa exemplaarnummer: M/0070.

De dochter van een gazan: Carry van Bruggen en de Nederlandse samenleving 1900-1930 / Madelon De Keizer. Amsterdam: Bert Bakker, 2006. - RoSa exemplaarnummer: GIV2h/0003.

Carolina Lea de Haan, alias Carry van Bruggen, ‘Alles is onderscheid’. In: De Groene Amsterdammer; jaargang 113, nr. 16 (19 april 1989).

Mand: Carry van Bruggen. In: Lust en gratie; nr. 40 (win 1993).

De eeuwige slingerslag: Carry van Bruggen (1881-1932), schrijfster en filosofe / Judith De Raat. In: Historica; jaargang 23, nr. 03 (oktober 2010).

Meisjes kussen elkaar toch niet op de lippen? Biseksualiteit in het werk van Carry van Bruggen / Wouter De Koning. In: Lover; jaargang 29, nr. 01 (2002).

Dat jodengezanik altijd: Carry van Bruggen en het antisemitisme in Nederland / Channa Kalman. In: Historica; jaargang 29, nr. 01 (februari 2006).

Over de schrijfster Carry van Bruggen. In: De Nieuwe Linie (16 mei 1980).

Carry van Bruggen. De gang ‘langs de kruispunten in haar leven’. In: De Nieuwe Linie (1 mei 1981).

‘Ik heb ook m’n hele leven over me zelf gedacht’. Een gesprek met Kees van Bruggen over Carry van Bruggen. – In: Vrij Nederland; nr. 50 (15 december 1979).