Nicolina Maria Christina Sloot (Semarang, 1853 – Noordwijk aan Zee, 1927)

Nicolina Maria Sloot

 

"- Maar, kind! De vrouwen zijn niet geschapen voor den oorlog."
"- Ik weet wel, dat de oorlog onze staat niet is; en zeker zou ik liever bij mijn moeder blijven spinnen dan oorlog te voeren, maar ik kan hier niet blijven, ik moet vertrekken. Mijn Heer wil het!"
"- Wie is uw Heer?"
"- God!"
Bron: Jeanne d'Arc: De maagd van Orleans (1894, p. 36)

 

“- En Indische, wel te verstaan!”
- Juist, juffrouw Trappel; Indische dat is heel iets anders dan gewone. Maar ik wil niets ten nadeele mijner familie zeggen.” […]
“- Juist! En of ik er blij om ben! 't Zijn beste menschen, heele goede, lieve menschen; maar een vreedzaam huishouden wordt er zoo geheel door gedéranseerd. Zij hebben andere gewoonten, andere gebruiken, avein! ze hebben alles anders.”
“- En wat leelijke, zwarte kinderen!”
“- Dat pleit niet voor uw smaak, juffrouw Carons. Ik moet u zeggen, mevrouw Venners, dat ik de gezichten van die neefjes en nichtjes allerliefst en interessant vind.”
“- C'est vrai,” beaamde de presidente.
“- En mevrouw ziet er ook lief uit,” zei Dora, wie de winter zeker geen goed had gedaan, want zij kuchte meermalen en zag er nog bleeker uit.
“- Och, mevrouw is een aardig Liplapje, zonder eenige éducasie; maar ze is goed voor de kinderen en niet verkwistend. Men kan haar niet op eene lijn stellen met een vrouw van hier.”
“- O ja, in de Oost zijn de vrouwen meer slavinnen dan...”
De deur ging open en de freule van Groenerode trad binnen.

Bron: De jonkvrouwe van Groenenrode (1874, pp. 64-65)

Biografie

Marie Sloot is het oudste kind van de Javaanse Louisa van Haastert (1825-1873) en de onderwijzer Carel Sloot (1826-1883). Ze groeit op met haar zus Christine en broer Nico in een rooms-katholiek gezin in Semarang (Java, Nederlands-Indië).

Vanwege gezondheidsproblemen kan Marie Sloot niet naar school gaan. Ze wordt dus onderwezen door haar moeder, waardoor de twee vrouwen een sterke band hebben. Van 1865 tot 1866 volgt ze een opleiding aan het meisjesinternaat van de Zusters Ursulinen aan het Noordwijk in Batavia, waarna ze zich aan zelfstudie wijdt. In 1868 behaalt Marie Sloot de akte van bekwaamheid als hulponderwijzeres in de Franse en Engelse taal. Zij geeft weinig of nooit les, aangezien ze geen gebrek aan geld heeft.

Op 18-jarige leeftijd verhuist het gezin naar Nederland. Ze verblijven eerst in Den Haag en vestigen zich uiteindelijk in Roermond, waar de jonge vrouw haar schrijverscarrière begint.

In 1873 sterft de moeder van Marie Sloot. Dit is voor de 20-jarige auteur zeer ingrijpend:

'Wat ik vóór den dood van mijn moeder schreef, was eigenlijk niets anders dan het onbewust verwerkte uit de herinneringen die ik had van (…) mijn dagelijkse lectuur. Toen het verdriet in mijne ziel was geboren, een zéér groot verdriet, was het of de heele wereld en de menschen eensklaps waren veranderd.’

Marie Sloot, De Hollandsche Revue, 241
(bron: Biografisch Woordenboek van Nederland)

 

In de jaren 1880 verhuist Marie Sloot naar Amsterdam, waar ze samen met haar levensgezellin Lina Schefler en de inwonende dienstbode Cato woont.

Marie Sloot staat ook bekend als filantroop. Ze is met Lina Schefler, die ze 'mijn vrouw' noemt,  maatschappelijk actief, vooral in rooms-katholieke kringen. Dankzij haar inzet worden in Amsterdam de kerk Onze-Lieve-Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans en het meisjestehuis Het Lydiahuis gesticht. Zij bekleedt ook functies als medeoprichter van de Katholieke Vrouwenvereniging, bestuurslid van de R.K. Kunstenaarskring 'De Violier' en van de Internationale R.K. Vereeniging ter Bescherming van Jonge Meisjes. Verder neemt ze literaire initiatieven in feministische kringen. In 1898 schrijft ze bijvoorbeeld het tweedelige essay De sociale arbeid der R.K. kloosterzusters in Nederland, dat in Vrouwenarbeid: Orgaan van de Vereeniging Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid (1898) gepubliceerd wordt.

Marie Sloot sterft plotseling op 74-jarige leeftijd tijdens een vakantie in een hotel in Noordwijk aan Zee.

Meer lezen:

Nicolina Maria Sloot (DBNL – Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)

Nicolina Maria Sloot (Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland)

Nicolina Maria Sloot (Biografisch Portaal van Nederland)

Nicolina Maria Sloot (WomenWriters.nl)

Nicolina Maria Sloot (Fanclub Melati van Java)

Beroemd, vergeten en nu herontdekt. Melati van Java (Atria)

Oeuvre

De eerste pennenvruchten van Marie Sloot worden in Het Katholiek Stuiversmagazijn gepubliceerd. Haar bijdragen hebben als titel Een doornenkroon (1872), God en Koning (1873) en Twee Moeders (1873). Hierin (en in de meeste van haar literaire werken) staat haar sterke rooms-katholieke geloof centraal. De jonge vrouw hecht daar veel belang aan, ondanks het feit dat Nederland in die tijd grotendeels protestants is. Deze katholieke schetsen schrijft Marie Sloot onder het pseudoniem Mathilde, aangezien het in die periode niet gebruikelijk is voor een jong katholieke vrouw om teksten te publiceren.

In 1874 schrijft ze haar eerste roman, De jonkvrouwe van Groenenrode. Dit is het verhaal van een zelfstandige, avontuurlijk ingestelde Indo-Europese freule die zowel in Nederland als in Indië de sociaal-culturele normen in vraag stelt. Dit boek is het eerste van een reeks romans met geïdealiseerde, onafhankelijke vrouwenfiguren in de hoofdrol. Andere voorbeelden met opmerkelijke vrouwelijke hoofdpersonages zijn De familie van den resident (1875) en Hermelijn (1885), waarmee de schrijfster ook het grote publiek aanspreekt. Daarnaast is De jonkvrouwe van Groenenrode (1874) de eerste roman die Marie Sloot publiceert onder haar meest bekende pseudoniem, Melati van Java. De term Melati verwijst in feite naar een wit, stervormig bloempje met jasmijngeur dat op Java bloeit. Het wordt overgenomen door een recensent in de Vaderlandsche Letteroefeningen in 1875, die de schrijfster beschrijft als “een frisch-ontluikend talent, dat ons nog menig heerlijk schoone vrucht schenken zal”. Na de dood van Marie Sloot werd ook bekend gemaakt dat ze een aantal romans schreef onder het pseudoniem Max van Ravesteijn.

Haar oeuvre past bij de traditie van het geïdealiseerde realisme. Zij vult bijvoorbeeld ontbrekende historische feiten aan met haar eigenAngelina's beloften / Melati van Java fantasie. De schrijfster behandelt herhaaldelijk thema’s als de onderwaardering van rooms-katholieke vraagstukken, de kracht van moederliefde, de schoonheid van Indië, stereotypen over Indische vrouwen en het ontkennen van standsverschillen (vooral in hogere kringen). Ook typisch voor haar werk is een zekere dualiteit: ze vergelijkt onder meer vrouwelijke autonomie met vrouwelijke onderworpenheid, moderniteit met behoudzucht, en het heteroseksuele huwelijk met vrouwenvriendschappen. Naast romans schrijft Marie Sloot ook kinderboeken en toneelstukken, als
 Angelina's beloften (1926), Torquato Tasso (1878) en Het geheim van het kasteel (1899).

Verder is Marie Sloot redacteur van het modetijdschrift Vrouwen-wereld: Mode-gids en dameslectuur (1887-1909) en het maandblad De Huisvriend: Geïllustreerd Magazijn gewijd aan Letteren en Kunst (1891-1904). Ze draagt ook bij aan enkele rooms-katholieke tijdschriften, waaronder De Katholieke Illustratie, De Katholieke Gids, Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken en Boekenschouw.

Erkenning en prijzen

De romans van Marie Sloot worden met gemengde gevoelens ontvangen. Enerzijds vinden sommige critici haar romans gedateerd, te sentimenteel en melodramatisch. Enkele decennia na haar dood en met de opkomst van nieuwe literaire genres raakt haar oeuvre in de vergetelheid.

Anderzijds wordt haar werk geprezen door het grote publiek van rond de eeuwwisseling. In die periode spreekt haar oeuvre een brede kring van lezeressen (en lezers) aan en worden haar romans meerdere malen herdrukt. Ter illustratie hiervan: haar tweedelige roman Hermelijn (1885) was in 1921 nog het meest uitgeleende bibliotheekboek in Nederland. Ook haar boek La Renzoni (1881) is zo succesvol dat er in 1916 een film van wordt gemaakt, onder regie van Maurits Binger (1868-1923). 

Vooral vanwege haar Indische romans is zij een van de eerste  dertien vrouwelijke auteurs die in 1893  uitgenodigd lid te worden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden.

Marie Sloot is ten slotte zo aanwezig op literair en maatschappelijk vlak dat ze een geliefde, zeer populaire figuur wordt. Met haar werk draagt zij ook ongetwijfeld bij aan de emancipatie van katholieke en Javaanse vrouwen.

Aanraders uit de RoSa bibliotheek

Schrijvende vrouwen: een kleine literatuurgeschiedenis van de Lage Landen (1880-2010) / Jacqueline Bel (red.). Amsterdam University Press, 2010. ISBN: 978-90-8964-216-3. RoSa exemplaarnummer: GIV2m/0150.

Dochter van Indië. Melati van Java (1853-1927) / Vilan van de Loo. Uitgever: Stichting Tong Tong, 2016. ISBN 9789078847007. RoSa exemplaarnummer: S/

De Indische romans van Melati van Java (1853-1927) / In: Lover; jaargang 33, nr. 02 (juni 2006).