Leven
De tijdsgeest
Argumenten
Rede en menselijke natuur
Rede en vrouwelijke natuur
Gelijkheid en verschil
Rede en emotie
Meer lezen

Leven

Mary Wollstonecraft

Op 27 april 1759 werd Mary Wollstonecraft geboren in een Londens weversgezin. Al jong leert ze voor zichzelf op te komen in een huishouden waar de vader een klein fortuin verbrast aan paarden en alcohol. Geregeld moet ze haar moeder verdedigen tegen de agressie van haar dronken vader. Met een minimale basisopleiding is haar kennis vooral autodidactisch.

In 1785 heeft Mary Wollstonecraft haar eigen school in Stoke Newington, waar ze bevriend geraakt met figuren als Thomas Paine, Dr. Richard Price en William Godwin die veel bewondering hebben voor de filosofie van J. Locke, de verdediger van gelijke rechten voor alle mensen, lees: mannen.

Eind 1792 reist ze naar Parijs waar de Revolutie volop bezig is, een revolutie waarvan vrouwen aanvankelijk hoopten meer rechten te verwerven. Er kwam een maatschappelijk debat rond vrouwenrechten, vrouwenclubs werden opgericht. In september 1793 komt hieraan een einde met het bewind van Robespierre. Mary vlucht naar Neuilly waar ze betrekkelijk veilig is, terwijl andere feministen zoals Olympe de Gouges en Manon Roland eindigen op de guillotine.

Na de geboorte van hun dochter Fanny laat haar minnaar, de Amerikaan Gilbert Imlay, haar in de steek. Mary reist hem achterna naar Engeland en hem bestookt met emotionele brieven. Zelfs tijdens een kort verblijf in de Scandinavische landen in 1975 schrijft ze hem nog 25 brieven om hem te overhalen bij haar terug te komen. Ze doet twee zelfmoordpogingen.

In 1797 trouwt ze met William Godwin maar tien dagen na de geboorte van hun dochter, de latere Mary Shelly (auteur van Frankenstein), overlijdt Mary Wollstonecraft aan een infectie. Goldwinn publiceert, als eerbetoon aan zijn vrouw, postuum al haar geschriften, ook de brieven aan Imlay. Maar een storm van kritiek barst los. Gedurende meer dan een eeuw wordt ze gek en immoreel genoemd.

naar overzicht

De tijdgeest

Geen burgerschap voor vrouwen

Aan het einde van de achttiende eeuw zijn vrouwen tweederangsburgers. Ze hebben geen enkele status in het publieke leven: ze kunnen niet stemmen, kunnen niet verkozen worden, worden niet toegelaten tot hoger onderwijs, veel beroepen zijn verboden terrein voor hen. De politici en politieke theoretici van die tijd vinden dat een normale zaak: ze zijn het erover eens dat vrouwen niet tot het burgerschap toegelaten mogen worden. Hun argumenten zijn niet nieuw: eeuwenlang beschouwden theoretici vrouwen als irrationeel, waardoor ze geen volwaardige burgers kunnen worden. Voor Aristoteles waren vrouwen apolitieke wezens, die behoren tot de private sfeer. Het Christendom voegt daar enkele eeuwen later een extra argument aan toe: de natuurlijk orde, door God gegeven, plaatst de man boven de vrouw.

Het verlichtingsdenken van de achttiende eeuw biedt voor vrouwen evenmin soelaas. De filosofen ontdoen zich van het juk van de theologie en de absolute monarchie. Alle mensen zijn gelijk, bezitten de mogelijkheid tot rationeel denken en hebben dus gelijke rechten. De ongeschreven regel echter stelt dat ‘mensen’ mannen zijn. Aangezien vrouwen nog altijd als ‘irrationeel’ gekenmerkt worden, worden zij uitgesloten van die rechten.

Ook het ‘sociaal contract’ van de Franse denker Jean-Jacques Rousseau, een denker met grote invloed in Groot-Brittannië, geldt alleen voor mannen. Dat sociaal contract is een utopische toestand van de samenleving waarin leiders gekozen worden door de burgers en waarin de algemene wil, een soort verantwoordelijkheidsgevoel of goed burgerschap, overheerst. Dat democratisch ideaal is vooruitstrevend, maar niet als het over de verhouding tussen de geslachten gaat. Vrouwen hebben weliswaar een belangrijke taak bij Rousseau, het opvoeden van de zonen in de geest van de waarden van het burgerschap, maar hebben zelf geen recht op dat burgerschap. De man is de baas binnen de familie, vrouwen en mannen krijgen een verschillende opvoeding gericht op de verschillende taken die zij uitvoeren binnen de samenleving.

Voor vrouwen maakt het verlichtingsdenken dus niet zoveel verschil uit. Net als daarvoor wordt het uitsluiten van vrouwen gelegitimeerd door verschillen tussen de geslachten die als natuurlijk gegeven en onveranderlijk beschouwd worden. De industrialisering en de opkomst van de burgerij verscherpt de tegenstelling tussen mannen en vrouwen nog meer. Binnen het nieuwe burgerlijk ideaal worden de krijtlijnen vastgelegd voor verhoudingen die de volgende eeuwen zullen beheersen. In het feodale systeem werd de familie als een kostwinnende eenheid aanzien, waarin ieder lid zijn bijdrage vervulde. De industrialisering daarentegen genereert rijkdom voor de burgerij en dat heeft invloed op de gezinsverhoudingen. De man wordt kostwinner en beweegt zich in het publieke leven, terwijl zijn vrouw zich enkel nog toelegt op het huishouden en de opvoeding, de private sfeer. Vrouwen hebben het in de familie voor het zeggen, maar worden geweerd uit het publieke leven en het burgerschap. Binnen dat burgerlijke ideaal worden die verschillen tussen mannen en vrouwen dus flink in de verf gezet én als aangeboren beschouwd.

naar overzicht

Vrouwen verwerpen de argumenten

In tegenstelling tot de periode voor de Verlichting komt er nu wel een reactie op gang. Katalysator van dat gedachtegoed over vrouwenemancipatie, is de Franse revolutie en de debatten over politieke rechten en burgerschap die daaruit voortkomen. Dat betekent echter niet dat die discussie publiek aanvaard wordt. Bekende vrouwen als Etta Palm en Olympe de Gouges baseren zich op de gelijkheidsgedachte van de Franse revolutie om die gelijkheid ook voor vrouwen te eisen. Palm wordt verbannen naar haar geboorteland Nederland, de Gouges eindigt op het schavot. De Franse revolutie maakt ook grote indruk in Groot-Brittannië.

Uit dezelfde periode dateert de publicatie van Mary Wollstonecrafts A Vindication of the Rights of Woman (1792). Ook zij was begeesterd door de idealen van de Franse revolutie, eind 1792 trekt ze naar Parijs. A Vindication of the Rights of Woman is in de eerste plaats dan ook een goed uitgebouwde argumentatie voor burgerschap voor vrouwen. Toch is dat niet de enige reden waarom er zoveel inkt over gevloeid is. Op twee controversiële aspecten van A Vindication of the Rights of Woman, de spanning tussen gelijkheid en verschil en de spanning tussen rede en emotie, gaan we straks verder in.

naar overzicht

De rede als basis voor de menselijke natuur

A Vindication of the Rights of Woman wordt door veel auteurs beschouwd als het begin van het moderne feminisme in het Engelse taalgebied, zij het dan een middenklassefeminisme. Enkel die klasse kon naast de aristocratie deelnemen aan het publieke debat. Wollstonecraft had voor de Vindication al een eerste Vindication gepubliceerd, A Vindication of the Rights of Men. Daarin geeft ze kritiek op een publicatie van Burke over de Franse revolutie, waarin die laatste de hiërarchie in de samenleving als natuurlijk gegeven poneert. Wollstonecraft repliceert met de eerste Vindication, een pleidooi voor gelijkheid tussen alle mensen, ongeacht klasse of afkomst, gebaseerd op haar opvatting over de menselijke natuur.

In dat opzicht is de tweede Vindication een voortzetting van de eerste. Het egalitarisme wordt uitgebreid naar vrouwen. Het boek begint dan ook met haar opvatting over de menselijke natuur: het belangrijkste kenmerk van de beschaving is de rede. Rede vormt samen met deugd en kennis de basis van de samenleving en de daar geldende wetten. Aangezien rede het voornaamste kenmerk is van de mensheid, bezitten alle mensen die eigenschap. Een zichtbaar gebrek aan rede kan dan ook alleen maar het gevolg zijn van een verkeerde opvoeding of socialisatie, niet van een aangeboren gebrek. Een gebrek aan rationaliteit is dan ook niet te wijten aan geslacht of klasse, maar aan het tekort aan opvoeding.

Wollstonecraft maakt een duidelijk onderscheid tussen de situatie waarin wij leven en de (ideale) staat waarin we zouden kunnen leven, als iedereen zich in een ‘staat van redelijkheid’ bevindt, een beschaving op basis van de rede. Daarmee distantieert ze zich expliciet van Rousseau, wiens ‘natuurlijke (denkbeeldige) staat’ perfecter is dan de civilisatie. Niet zo bij Wollstonecraft. De ongeregeldheden die er zijn, zijn te wijten aan het onvoldoende controleren van passies en emoties.

naar overzicht

De rede als basis voor de vrouwelijke natuur

Datzelfde verschil tussen de feitelijke en de gewenste situatie geldt ook voor vrouwen. Talrijke argumenten werden in de loop der eeuwen gebruikt om te bewijzen dat vrouwen minder rationeel zijn dan mannen. Nochtans is er maar één menselijk kenmerk dat de menselijke natuur uitmaakt en dat is de rede. Vrouwen en mannen zijn bij de start gelijk. Alle verschillen tussen mannen en vrouwen, behalve fysieke kracht, zijn het gevolg van opvoeding en socialisatie. Als vrouwen niet voor zichzelf kunnen denken, oppervlakkig of zwak zijn, is dat het gevolg van die opvoeding. In een passage over militairen beschrijft ze mannen die door een verkeerde socialisatie een gebrek aan rationaliteit vertonen.

Opvoeding is dus cruciaal in de argumentatie van Wollstonecraft. De emoties onder controle van de rede brengen is zowel voor vrouwen als voor mannen een voorwaarde voor morele deugd. Vrouwen worden van jongsaf aan geconditioneerd op het behagen van mannen en ze laten hun emoties de vrije loop. Die aspecten van vrouwelijkheid zijn ‘geconstrueerd’ door de opvoeding volgens Wollstonecraft, terwijl een Rousseau die vrouwelijke eigenschappen als aangeboren ziet. Dat maakt de eis van Wollstonecraft voor haar tijd heel revolutionair. Rousseau was zoals gezegd zeer invloedrijk in die periode. De theorie van Rousseau is vanuit historisch standpunt te begrijpen als een theoretische verantwoording voor de aan de gang zijnde scheiding der geslachten: het publieke leven als unieke plaats voor mannen, de private sfeer voor vrouwen.

Rousseau’s vrouwbeeld is voor Wollstonecraft niet alleen onnatuurlijk, maar ook ‘unvirtuous’, onethisch. De morele standaard is dezelfde voor mannen en vrouwen. Vandaar dat Wollstonecraft pleit voor ‘a revolution in manners’, een omwenteling in de manier waarop mannen en vrouwen met elkaar omgaan. Vrouwen zijn emotioneel, gevoelig maar ook afgunstig: die kenmerken kunnen door de juiste opvoeding (de rede!) afgezwakt worden, zodat vriendschap, beter bedeeld in mannelijke kringen, de bovenhand haalt op sterke emoties. Ook de verhoudingen tussen mannen en vrouwen kunnen dan op vriendschap gebaseerd worden, eerder dan op passie, een te sterke emotie in het rijk van de rede. Het controleren van die emoties is niet alleen een moreel gebod, maar ook een politieke noodzakelijkheid. Sociale orde en politieke vrede zijn afhankelijk van het gebruik van de rede en de tempering van passies.

Wollstonecraft beoogt duidelijk ook meer structurele veranderingen dan alleen maar nieuwe omgangsvormen. Over hoe ver die veranderingen voor haar moeten gaan, is ze in A Vindication of the Rights of Woman niet helemaal duidelijk. Niet alleen moeten vrouwen hun intellect ontwikkelen: er zijn ook legale hervormingen nodig die vrouwen toelaten tot studies en betaalde arbeid. Ze wil burgerrechten voor vrouwen, zodat ook zij zich kunnen inzetten voor het algemeen goed. Wie immers afgesloten van dat publieke gebeuren leeft, kan niet anders dan zich bezighouden met kleinigheden, emotionele (particuliere) problemen. Nochtans is het de plicht van ieder lid van de samenleving om zich met het algemeen goed in te laten. Over de draagwijdte van die plicht zijn niet alle interpretaties het eens. Volgens Barbara Caine bijvoorbeeld, was Wollstonecraft voorstander van stemrecht voor vrouwen, maar durfde ze die eis niet rechtstreeks stellen gezien de tijdgeest.

naar overzicht

De spanning tussen gelijkheid en verschil

De nadruk op die ‘revolution in manners’ en de onduidelijkheid over structurele veranderingen maken Wollstonecraft vatbaar voor kritiek. Haar streven naar gelijkheid is volgens veel auteurs en naar hedendaagse maatstaven niet helemaal consequent. Een revolutionaire hervorming van de samenleving eist ze niet in het boek. Ze wil eigenlijk hoofdzakelijk andere omgangsvormen tussen de seksen. Ze doet een oproep voor coëducatie, in die tijd een gewaagde mening, maar de bedoeling daarvan is de relaties tussen de seksen van bij het begin te verbeteren.

Wollstonecraft blijft het verschil tussen mannen en vrouwen benadrukken. Het grootbrengen van kinderen blijft het voornaamste doel voor vrouwen. Wollstonecraft verzet zich weliswaar tegen het uitsluiten van vrouwen uit het publieke leven op basis van een inherent tekort aan rationaliteit, maar neemt voor de rest Rousseau's ideeën over arbeidsverdeling naar sekse, vrouwen als moeders, mannen als kostwinners, gewoon over. Het is eerder zo dat er voor het ‘runnen’ van het huishouden een zelfde soort rationaliteit nodig is als voor het politiek burgerschap, terwijl de verdeling van die taken tussen mannen en vrouwen niet ter discussie staat. Een vrouw kan die taak slechts naar behoren vervullen als zij een goede opvoeding genoten heeft en rationeel handelt.

De spanning tussen gelijkheid en verschil kan ook positief bekeken worden. Het liberaal feminisme met zijn ééndimensionele streven naar gelijkheid, heeft ook zijn nadelen. Voor liberale feministes zijn vrouwenrechten mensenrechten. Ze benadrukken sterk autonomie, waarmee ze eigenlijk een uitbreiding van bestaande liberale principes eisen. Eens de situatie wettelijk geregeld was (ver na Wollstonecrafts tijd), bleef de praktijk achterop hinken. Het liberaal feminisme werd en wordt door tegenstanders verweten een mannelijk waardenpatroon aan te hangen. De individuele vrijheid, die ook in onze samenleving de basis vormt van het gelijkheidsdenken, is een mannelijke norm, die niet zomaar op vrouwen kan toegepast worden. Ongelijkheden uit de privé-sfeer hebben hun invloed in de publieke sfeer. Zo hebben vrouwen het moeilijk om carrière te maken omdat zij nog altijd het grootste deel van de zorgtaken op zich nemen en dat niet kunnen combineren met de hoge werkdruk en de onregelmatige werkuren die een toppositie vereist. Het liberaal feminisme heeft het moeilijk met dergelijke feitelijke ongelijkheden. Collectieve voorzieningen (centraal georganiseerde kinderopvang bijvoorbeeld) zijn immers moeilijk te verzoenen met een liberale ideologie.

Mary Wollstonecraft heeft dus nog altijd oog voor verschillen tussen mannen en vrouwen. Het onderscheidend kenmerk voor haar is het moederschap, dat ze echter zo rationeel mogelijk probeert in te vullen, door de nadruk te leggen op de rol van de moeder als een (door rede geleide) opvoeder met een sterke burgerzin.

Een ander argument dat in haar voordeel spreekt is de nadruk die Wollstonecraft legt op de verbinding tussen dat gezin (de private sfeer) en het publieke leven en haar nadruk op de burgerlijke verantwoordelijkheid van vrouwen. Ze pleit als het ware voor een politisering van het private leven. In een tijd waarin de scheiding tussen de twee sferen voltrokken wordt, is dat een vooruitstrevende gedachte.

naar overzicht

De spanning tussen rede en emotie

Wollstonecraft is dikwijls aangevallen voor het geringe belang dat zij hecht aan emoties en, parallel daaraan, de kloof tussen haar theorie en haar eigen leven. In haar tijd werd Wollstonecraft postuum onderuit gehaald vanwege haar turbulente liefdesleven. Na de publicatie van de memoires van haar echtgenoot was Wollstonecraft not done, ook niet bij feministes. Door haar levenswandel had ze de goede zaak besmeurd, meenden zij. Bij hedendaagse feministes is er een tendens te bekennen die haar biografische gegevens met haar werk wil verzoenen. Op die manier kan haar erfenis gevrijwaard worden.

In A Vindication of the Rights of Woman argumenteert ze voor een huwelijk gebaseerd op vriendschap. Passie is immers een vijand van de rede. Het huwelijk wordt dan een soort sociaal contract tussen twee gelijken. Gekaderd binnen het liberaal feminisme is het standpunt van Wollstonecraft zelfs zo gek nog niet. Veel liberale theorieën hebben moeite om een standpunt in te nemen over geweld binnen het huwelijk of het statuut van huismoeders. Door de sterke scheiding tussen private en publieke sfeer behoort het gezin niet tot die publieke sfeer en geldt daar de liefde, niet de wet. Wollstonecraft lost dat probleem op door het huwelijk als een contract tussen burgers op te vatten. Met inachtneming van de juiste omgangsvormen uiteraard.

A Vindication of the Rights of Woman

naar overzicht

Meer lezen

RoSa-bibliotheek, trefwoord Wollstonecraft Mary

  • Akkerman Tjitske, Portret van een buitenstaander-over Mary Wollstonecraft (1759-
    1797) in Hermsen Joke (red.), Het denken van een ander-proeve van een vrouwelijke
    ideeëngeschiedenis. Kampen, Kok Agora, 1997.
  • Bock Gisela, Women in European History. Oxford, Blackwell Publishers, 2002.
  • Bryson Valerie, Feminist debates: issues of theory and political practice.
    Basingstoke, Macmillan Press, 1999.
  • Caine Barbara, English feminism 1780-1980. Oxford, Oxford University Press, 1997.
  • Coole Diane, Women in political theory: from ancient mysogyny to contemporary
    feminism
    . New York, Harvester Wheatsheaf, 1993.
  • Haggerty George E., Unnatural affections : women and fiction in the later 18th century
    Bloomington: Indiana University Press, 1998 - 211 p.
  • Mendus Susan, Feminism and emotion: readings in moral and political philosophy.
    Basingstoke, Macmillan Press, 2000.
  • Montero Rosa, Vrouwenportretten. Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1997 - 189 p.: ill. Oorspr. titel : Historias de mujeres
  • Sanders Valerie, First wave feminism in Gamble Sarah, The Routledge companion
    to feminism and postfeminism. London, Routledge, 2001.
  • Showalter Elaine, Inventing herself: claiming a feminist intellectual heritage. London, Picador, 2001.
  • Tauchert Ashley, Mary Wollstonecraft and the accent of the feminine. Basingstoke,
    Palgrave, 2002.
  • Voet Rian, Feminism and citizenship. London, Sage publications, 1998.
  • Waithe Mary Ellen, A history of women philosophers: volume 3: modern women philosophers, 1600-1900. Dordrecht [etc.]: Kluwer Academic Publishers, 1991 - 302 p. - (A History of Women Philosophers; 3)- Met bibliogr.
  • Warren Karen J.; Cady Duane L, Bringing peace home : feminism, violence, and nature
    Bloomington; Indianapolis: Indiana University Press, 1996 - 235 p.
  • Wollstonecraft Mary, Vindication of the rights of woman (edited by Miriam
    Kramnick). Middlesex, Penguin books, 1978.