De inzet van Jennie Vanlerberghe, oprichtster van de Belgische tak van Moeders voor Vrede, voor een beter leven voor vrouwen in conflictgebieden is bewonderenswaardig. De adellijke titel van barones die zij in april 2014 in onvangst mocht nemen van koning Filip is de bekroning van haar werk.

Jennie Vanlerberghe  

jennie2

 

Jennie Vanlerberghe is geboren in Oostnieuwkerke op 14 mei 1945.

Ze heeft school gelopen in Roeselare en heeft vervolgens Kunstwetenschappen gestudeerd. Na haar studies ging ze aan de slag in de journalistiek

Haar passie voor kunst deelde ze met haar echtgenoot en schilder Godfried Vervisch, die overleed in mei 2014. 

 

 

 Journalistieke carrière 

moedersvoorvrede1

Al van in het begin van haar journalistieke carrière laten vrouwenrechten Jennie Vanlerberghe niet onberoerd. Voor de Weekbode, de toenmalige Krant van West-Vlaanderen, schrijft Jennie Vanlerberghe onder het pseudoniem Iphiginea een column waarin zij het opneemt voor de gelijkheid vrouw/man. Voor het programma 'De zwijgende meerderheid' op Radio1 stelt Vanlerberghe alles aan de kaak dat indruist tegen haar gevoel van vrijheid en rechtvaardigheid.

In 1991 komt zij als Roularta-journalist in de gewelddadige oorlog van Joegoslavië terecht. De situatie is schrijnend. Vrouwen van 'Bedem Ljubavi' (Mothers For Peace) komen op straat, smekend om dialoog in plaats van geweld. "We hebben geen kinderen op de wereld gezet opdat ze gedood of moordenaars worden," luidt de noodkreet.

Moeders voor Vrede 

Joegoslavië

Aangegrepen door de pijnlijke situatie van vrouwen en kinderen tijdens haar verblijf in Joegoslavië, richt Vanlerberghe in 1991 de Belgische tak van Moeders voor Vrede (MvV) op  te Ieper.



moedersvoorvrede

  

Grote hulpacties worden opgezet ten behoeve van de burgers met klemtoon op vrouwen en kinderen. MvV steunt een kleuterschool en een naaiatelier in een vluchtelingenkamp nabij Zagreb (Kroatië). Ook in Bosnië worden verschillende acties ondersteund die vrouwen en kinderen helpen. In 1993 worden moeders en hun nakomelingen uit Zagreb en Sarajevo ondergebracht bij Ieperse burgers. Een actie die veel bijval krijgt van de nationale pers en het bredere publiek. Er ontstaan blijvende vriendschappen tussen de Ieperse families en de vrouwen uit Kroatië en Bosnië.

Tijdens de oorlog in Kosovo in 1999 wordt hulp geboden aan een grote groep vrouwelijke vluchtelingen in Tirana (Albanië). Zij krijgen de mogelijkheid om naai- of breiwerk te maken, hun producten worden per stuk betaald en verkocht in België. Het is een succesvolle onderneming, vele ateliers vol vrouwen zijn maanden aan het werk.

MvV steunt ook de Moeders van Srebrenica in Sarajevo. Zij hebben lang geloofd dat hun vaders, mannen en zonen opgesloten zaten in kampen, maar toen kwam aan het licht dat in juli 1995 meer dan 7.000 burgers werden geliquideerd rond Srebrenica. Dankzij de Moeders van Srebrenica wordt de beruchte moordpartij van 1995 als genocide erkend.

Somalië en Zuid-Afrika

Het engagement van Jennie Vanlerberghe tegen het onrecht dat vrouwen en kinderen wordt aangedaan in conflictsituaties en oorlogsgebieden heeft haar ook naar Afrika gebracht.

In Somalië werkte ze lange tijd samen met Hawa, een Somalische vrouw die het 'Juba Women Development Center in Kismayo' in Somalië leidde. Meisjes werden daar intensief begeleid, ze leerden er brood bakken en kregen alfabetiseringscursussen en informatie over genitale verminking. Opkomen voor meisjes en vrouwen in een land waar vrouwenrechten niet vanzelfsprekend zijn, gaat meestal niet zonder gevaar. Zo leeft Hawa momenteel ondergedoken omwille van haar veiligheid. Niemand weet waar zij is.

"Hawa is vijftig, zelf besneden en, zo herhaalt ze vaak, “voor mij is mijn leven geslaagd als ik er vijf jonge meisjes van kan overtuigen om bij hun dochtertjes geen besnijdenis te laten uitvoeren.”
Een klein meisje van vier moet vandaag de besnijdenis ondergaan die haar later een veilige toekomst, in casu een huwelijk moet verzekeren.
Ik weet niet hoe lang dat bloedig spektakel heeft geduurd. Tijdsbesef is me ontgaan. Volgens Hawa duurt zoiets niet lang, volgens mij een eeuw.
Later vraag ik me af waar het weggesneden vlees gebleven is?"

 (Jennie Vanlerberghe, 1999)

Ook in Zuid-Afrika leven heel wat zwarte vrouwen in erbarmelijke omstandigheden. Ook hier zet Vanlerberghe haar kennis en engagement in om mee het tij te keren. Vanaf 1998 steunt MvV een organisatie van Zulu-vrouwen in Thsandiwe. Met de opbrengst van zelfgemaakte juwelen hebben de Zulu-vrouwen een gezondheidscentrum geopend.

Israël/Palestina

moedersvoorvrede2

In 2004 hebben Palenstijnse en Israëlische vrouwen met behulp van MvV geprobeerd het engagement van vrouwen in de vredesgesprekken tussen Israël en de Palestijnen te vergroten. Op de Internationale Vrouwenmars voor vrede in Jeruzalem was het de bedoeling dat Israëlische en Palestijnse vrouwen op de grens aan het Kalandia checkpoint in Ramallah elkaar een hand zouden geven. Het Israëlische leger was echter absoluut niet te vinden voor het vredesgebeuren en sloot abrupt de grens af. 

  

Vrouwencentrum in Afghanistan 

In 2002 bezoekt Vanlerberghe samen met een Franse vluchtelinge, die actief is bij de Franse afdeling Mères Pour la Paix, Afghanistan. Het beeld van een bedelende vrouw met een baby grijpt haar erg aan. Het kind wordt omvergereden, maar niemand schiet de vrouw te hulp. Reden genoeg voor Vanlerberghe om samen met Mères pour la Paix een vrouwencentrum in Istalif op te richten. De Vrouwenraad wordt ook gemobiliseerd als partner.

Het vrouwencentrum groeit uit tot een heel belangrijk project in een schijnbaar onmogelijk land. De mannelijke tegenstand is aanvankelijk enorm, maar de grote verandering komt in 2006 wanneer ook de mannen en families bij het project worden betrokken. De mannen krijgen toegang tot onderwijs en werk op voorwaarde dat ze hun vrouwen, moeders en dochters niet verhinderen om naar het vrouwencentrum te komen.

Het vrouwenhuis organiseert opleidingen voor 125 studenten, 100 vrouwen en 25 mannen, en heeft ook een ziekenhuis waar maandelijks 750 patiënten verzorgd worden. Producten zoals kledij, potten en schaaltjes worden gemaakt en verkocht op de lokale markt en landbouwprojecten worden opgezet.

Vanlerberghe reist nog steeds jaarlijks af naar Afghanistan, waar MvV intussen al vijf centra heeft opgericht. 

istalif1istalif2istalif3 

 Internationale Conferenties in Ieper

vrouwenkracht3

Ook vanuit haar thuisbasis Ieper probeert Vanlerberghe de problematiek rond vrouwen en gewapende conflicten aan te kaarten door het organiseren van congressen, tentoonstellingen en marsen. 

Zo zorgt de campagne 'Vrouwenkracht is vredesmacht' (gelanceerd in 2007) voor vuurwerk, onder impuls van Jennie Vanlerberghe, politica Sabine de Bethune en de Vrouwenraad als trekker van Platform 1325. Een jaar lang wordt er actie gevoerd om vrouwen in vredesprocessen een stem te geven. Verder zijn er ook drie tentoonstellingen, een vredesloop, een vredesmotortocht en geleide stadswandelingen. De campagne wordt afgesloten met een heuse Women's Peace Parade, waarbij de aanwezigen foto's dragen van 1000 vredesvrouwen om de uitvoering van de VN-resolutie 1325 te bepleiten. Deze resolutie houdt in dat vrouwen niet alleen slachtoffers zijn die beschermd moeten worden, maar ook belangrijke actoren zijn bij vredesonderhandelingen, de post-conflict-heropbouw en het handhaven van de vrede.

In 2010 werden de eerste vredesvrouwen gehuldigd. De campagne ‘Vrouwenkracht is vredesmacht’ van de Vrouwenraad en Platform 1325 keert sindsdien jaarlijks terug met acties zoals ‘Zoek uw vredesvrouw’, ‘Draag een witte klaproos’ en ‘Laat 100.000 witte klaprozen bloeien’. Jennie Vanlerberghe was bij de eerste vrouwen die de eretitel van vredesvrouw opgespeld kregen (cfr. infra).

 Auteur vrouwen in de oorlog

Jennie Vanlerberghe heeft meerdere boeken geschreven om het debat rond de situatie van vrouwen in conflictgebieden aan te wakkeren. In 'Muur der liefde' (1993) vertelt zij over de ontmoeting met de vrouwen van Bedem Ljubavi. Haar vurig betoog over de gelijkheid van vrouw/man wordt vereeuwigd in 'Recht en Onrecht' (1995). Inspanningen om vrouwenrechten wereldwijd te bevorderen blijven voor Vanlerberghe tot op vandaag te miniem. Onthutsende verhalen van vrouwen, helemaal vervuld van hun verleden en met weinig zicht op een toekomst komen aan bod in 'Kroniek van onmacht' (2005, over Bosnië en Srebrenica), 'Van Antwerpen tot Jeruzalem' (2007, over Israël/Palestina) en 'Lach niet, Khanoem' (2008, over Afghanistan).

Worden vrouwelijke oorlogsvluchtelingen en asielbezoekers in het algemeen goed opgevangen? Deze vraagt tracht Jennie Vanlerberghe te beantwoorden in 'Een mens op de vlucht'(2002). Uit de getuigenissen blijkt dat het leed vaak niet ophoudt zodra ze de grenzen van een westers land bereiken. 

Erkenning 

 Voor haar inzet wordt Jennie meermaals in de bloemetjes gezet:

  • Prijs Mensenrechten in Frankrijk (2005)
  • Vrouw van het jaar van Weekend Knack in (2006)
  • Ambassadeur voor de Vrede van Pax Christi (2007)
  • Publieksprijs regionale televisie WTV-Focus (2007)
  • Inspiratie Trofee in Nederland (2008)
  • British Women Welcome World Wide Award voor haar project in Afghanistan (2009)

istalif4

  • Eretitel Vredesvrouw van het Belgisch Platform NAP 1325 
 Als kers op de taart krijgt krijgt Vanlerberghe in 2014 de adellijke titel van barones voor haar jarenlange inzet voor een beter leven voor vrouwen in Afghanistan.

Meer weten 

RoSa's hete hangijzers

In de pers

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek

lachnieteenmensopdevluchtkroniekvanonmachtvanjeruzalem