Wie was Charlotte Salomon? Aan die vraag zijn in de loop der jaren talloze boeken, films en theatervoorstellingen gewijd. Charlotte Salomon zou hier nooit over gedroomd hebben. Ze zag zichzelf louter als een ontheemde joodse kunstenares, die vlak voor haar deportatie naar Auschwitz haar oeuvre met 765 schilderijen toevertrouwde aan een bevriende arts in het Zuid-Franse Villefranche, waar ze naartoe was gevlucht, met de woorden: "Zorg er goed voor, het is mijn hele leven." In 1972, dertig jaar na haar overlijden, maakte het publiek voor de eerste keer kennis met Salomon en haar hele oeuvre in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Jeugd

salomonVanaf haar geboorte, op 16 april 1917, tot haar tweeëntwintigste woonde Charlotte Salomon in Charlottenburg, een levendige wijk in het westen van Berlijn met gezellige cafés op de boulevards en op loopafstand grote joodse warenhuizen en synagoges. Binnen de muren van Wielandstrasse 15 zag het leven er niet zo rooskleurig uit. In de winter van 1925-1926 pleegde Fränze Grunwald Salomon, vrouw van de ambitieuze professor en dokter Albert Salomon en moeder van de toen 8-jarige Charlotte zelfmoord. Charlotte zou pas als jonge twintiger vernemen wat er met haar moeder was gebeurd. 

Als meisje speelde Charlotte onbezonnen met haar vrienden in haar wijk, als tiener werd ze omringd door voorbijmarcherende nazi's. Door de anti-joodse maatregelen en de nazi-symbolen voelde Charlotte zich niet langer gewenst op de Fürstin Bismarck-school. Ze raakte meer en meer geïsoleerd van haar klasgenoten en uiteindelijk stopte ze op haar zestien met school. 

Haar stiefmoeder Paula Kann Lindberg stuurde Charlotte, tegen haar zin, naar een tekenacademie voor joodse meisjes om modetekenen onder de knie te krijgen. Charlotte vond het storend dat er geen ruimte was voor vrije creatieve expressie en besloot de academie te verlaten nadat de docent zei dat ze geen tekentalent had. Ze liet het niet aan haar hart komen, wou bewijzen dat ze echt wel wat in haar mars had en stapte naar de kunstacademie om een ingangsexamen af te leggen. Dat er een nazivlag wapperde op het gebouw, hield haar niet tegen om haar kans te wagen. Ze slaagde niet voor het examen, bleef niet bij de pakken zitten en ging tekenlessen volgen om zich voor te bereiden op het ingangsexamen voor volgend academiejaar. Het jaar daarop ging ze er opnieuw voor. De docenten waren aangenaam verrast - ze was immers joods - door haar artistieke kwaliteiten en uiteindelijk werd ze wel toegelaten tot de kunstacademie. 

Kunstacademie

salomon2Een uitzonderlijke prestatie van Charlotte. Het was 1936. De directeur van de academie, Max Kutschmann, had net meer dan honderd docenten en studenten ontslagen die een joodse partner of (voor)ouder hadden. Hij vond het zinloos om joden toe te laten, ze konden immers geen werkvergunning krijgen van de kunstenaarsgilde. Alle kunst die niet gemaakt was door Ariërs, werd per definitie als lelijk beschouwd omdat deze kunstuitingen geen aansluiting zouden vinden bij het innerlijke, overgeërfde en op ras gebaseerde gevoel van schoonheid van de Arische Übermensch. Toch kreeg Charlotte een kans omdat zij deel uitmaakte van de 1.5 procent joodse studenten die was toegelaten aan de academie. Opmerkelijk, omdat de voorkeur normaliter werd gegeven aan joodse mannelijke studenten:

"De artistieke kwaliteiten van de volle jodin Fraülein Salomon zijn onmiskenbaar. Bovendien is haar gedrag bescheiden en gereserveerd gebleken. Er is geen reden tot twijfel aan haar Duitse gezindheid. Desondanks heeft Herr Scheunemann [een nazistische studentenleider] op principiële gronden geprotesteerd tegen de toelating van niet-Arische vrouwelijke studenten omdat zij een gevaar betekenen voor de Arische mannelijke studenten. Professor Bartning zette echter uiteen dat hiervoor in het geval van Fraülein Salomon gezien haar gereserveerde aard niet behoeft te worden gevreesd."

Op de academie werd de artistieke vrijheid steeds meer aan banden gelegd. De docenten dienden zich aan striktere regels te houden, studenten mochten alleen klassiek onderricht krijgen met de focus op het schilderen van landschappen, stillevens en portretten. Entartete of moderne kunst werd verboden. Dit belette Charlotte niet om zichzelf nieuwe schildertechnieken aan te leren die de nazi's probeerden te onderdrukken. Dat ze expressieve kunst verheerlijkte werd haar niet in dank genomen, in 1938 was ze zelfs niet meer welkom in de kunstacademie.

Het 'zuiveren' van de kunstacademie maakte onderdeel uit van een grotere strategie van Hitler om de joden uit het Reich te elimineren. De Salomons voelden zich niet langer veilig in Duitsland. In 1933 verloren Albert Salomon en Paulinka Lindberg hun job, in 1935 werden joden uitgesloten van burgerrechten en het bekleden van openbare functies en in 1938 werden alle joden verwijderd uit de openbare instellingen. Charlotte zou pas in januari 1939, twee maanden na Kristalnacht, vluchten naar haar grootouders Knarre in Villefranche sur Mer, Zuid-Frankrijk. Haar ouders zochten veiligere oorden op in Nederland. 

Gouaches

salomon5Ver weg van huis, weg van de kunstacademie, weg van haar ouders, Charlotte voelde zich nog nooit zo alleen. Haar grossmama probeerde Charlotte uit die eenzaamheid te halen, tevergeefs, ze zonderde zich nog meer af nadat ze te weten kwam dat angstaanjagend veel zelfmoorden in haar familiegeschiedenis voorkwam. Haar moeder was niet overleden aan een zware griep, maar ze had zelf een einde aan haar leven gemaakt. Ook haar overgrootmoeder, groottante en tante deelden het lot van haar moeder. Toen ook haar grossmama zich van het leven beroofde, zag zij zich voor de keus gesteld deze naarstige familietraditie voort te zetten of 'iets heel krankzinnig bijzonders' te ondernemen. Ze begon in een ongekende creatieve explosie te schilderen. Tussen 1940 en 1942 ontstond in achttien maanden haar oeuvre Leven? of Theater?, een reeks van 765 gouaches, schilderijen met onverdunde waterverf, waarin Charlottes levensverhaal wordt verteld. 

Inmiddels waren de joden in Frankrijk ook niet meer veilig. Charlotte vond veel steun bij de Oostenrijkse vluchteling Alexander Nagler, ze werd zwanger en op 17 juni 1943 trouwden ze in het stadhuis in Nice. Het huwelijk werd hen echter noodlottig want door deze officiële registratie raakten de nazi's op de hoogte van hun aanwezigheid. Op 24 september 1943 werd Charlotte, vier maanden zwanger, samen met haar echtgenoot opgepakt door de Gestapo. Bij hun aankomst op 10 oktober 1943 in Auschwitz werd Charlotte vergast. Nagler werd op 1 januari 1944 vermoord.

Haar oeuvre had Charlotte voor haar deportatie toevertrouwd aan een bevriende arts, dokter Moridis, in Villefranche sur Mer. Na de oorlog schonk de arts het werk aan Ottilie Moore, de Amerikaanse vrouw die onderdak had geboden aan haar grootouders en later aan Charlotte in Frankrijk. Zij overhandigde de verzameling gouaches, samen met Charlottes zelfportret, in 1947 aan Albert en Paula Salomon tijdens hun bezoek aan Villefranche. Het was de eerste keer dat haar ouders kennis maakten met Leven? of Theater?. In 1971 schonken zij het volledige levenswerk van Charlotte aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Leven? of Theater?

Leven? of Theater? werd door Charlotte zelf een zangspel genoemd met akten en scènes bestaande uit 765 gouaches en transparanten met richtlijnen. De indelig van Leven? of Theater? is, tezamen met de rolverdeling, beschreven op de eerste gouaches. Het is een 'memoire zonder ik'. De protagonist Charlotte Kann (Charlotte Salomon) wordt naar voren geschoven via de commentaren van de andere personages: Albert Kann (Albert Salomon), Paulinka Bimbam (Paula Kann-Lindberg), grootouders Grünwald (grootouders Knarre) en Amadeus Daberlohn (Alfred Wolfsohn). 

salomon6 salomon7 salomon9salomon8 salomon10

De schilderijen doen denken aan de storyboard van een film. Charlottes oeuvre is geschilderd in drie primaire kleuren: blauw voor de proloog, rood voor het hoofdgedeelte en geel voor de epiloog. De proloog beslaat de tijd van Charlottes jeugd in Berlijn tot 1937. Het hoofddeel gaat over haar grote liefde voor zangpedagoog Alfred Wolfsohn, en zijn verhouding met Charlotte en haar stiefmoeder. De epiloog behandelt het verblijf van Charlotte in Zuid-Frankrijk van 1939 tot 1942.

salomon4

De gouaches zijn vrij direct geschilderd. Naarmate het werk vordert, verandert de stijl. De gedetailleerd geschilderde en verhalende scènes in heldere kleuren in het begin maken plaats voor ruwer geschetste tekeningen van stemmingen. De penseelstreken worden aan het einde steeds haastiger, alsof Charlotte wist dat haar niet veel tijd meer restte. Onveranderd blijven de weinige contourlijnen waarmee Charlotte het karakter van haar personen weet neer te zetten. Charlotte portretteerde zichzelf, haar familie en geliefden met warmte en van een afstand. 

Er zijn in haar werk ook talloze vewijzingen naar opera's, liederen en populaire liedjes. Sommige melodieën herhalen zich door het werk heen. Flarden uit Bizets Carmen zijn gebruikt als achtergrondmuziek bij scènes met Paulinka en Daberlohn, en als Charlotte en Daberlohn ten tonele komen worden zij begeleid door Schuberts Der Tod und das Mädchen. Soms past Charlotte de muziek, net als in films, als versterking van stemming en emotie toe. Of juist omgekeerd: zij kiest muziek uit die tegengesteld is aan de sfeer op dat moment, waardoor de scène een ironisch karakter krijgt. 

Charlottes werk werd al geëxposeerd in meer dan 60 musea en gallerijen wereldwijd. Leven? of Theater? werd voor het eerst volledig tentoongesteld in het Joods Historisch Museum in Amsterdam in 1972. In de vaste opstelling van het museum zijn nog steeds een aantal gouaches opgenomen. Charlottes leven inspireerde ook menig auteur om een biografie te wijden aan haar. Ook talloze documentaires over Charlottes mysterieuze leven zagen het levenslicht. In augustus 2014 werd Leven? of Theater? voor het eerst in een operavoorstelling gegoten en in november 2015 in een balletvoorstelling.

Voor de volledige lijst van boeken en films, bekijk de website van het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Foto's schilderijen: Joods Historisch Museum, Amsterdam

 Meer online

In de RoSa-bibliotheek