Aphra Behn"All women together ought to let flowers fall upon the tomb of Aphra Behn, ...for it was she who earned them the right to speak their minds", schreef Virgina Woolf in A Room of One’s Own. Om dit te plaatsen, moeten we terug naar het Engeland van de 17de eeuw, de tijd waarin Aphra Behn leefde. Een periode waarin ‘eerbare’ vrouwen werden verondersteld zich te onderwerpen aan hun echtgenoot of aan God en waarin van vrouwen vooral stilzwijgen werd verwacht. Aphra Behn sloeg zowat elke regel aan diggelen.

Spion

Aphra werd in 1640 geboren in Kent, Engeland en naargelang van de bron was haar meisjesnaam Johnson of Amis. Tijdens haar jeugd leefde ze een tijd in Suriname - op dat moment nog een Engelse kolonie - wellicht omdat haar vader er aangesteld was als militair. Daar zou ze een Afrikaanse slavenleider hebben ontmoet, die haar jaren later inspiratie bood voor haar bekende slavenroman Oroonoko. In 1664 ging ze in Londen wonen. Volgens sommigen trouwde ze datzelfde jaar met ene Meneer Behn die snel daarop stierf, volgens anderen is ze nooit getrouwd en nam ze de aanspreektitel ‘Mrs.’ aan om eigendomsredenen en om zonder bemoeienissen haar eigen zin te kunnen doen. Feit is dat Aphra een ongebonden leven leidde, in die tijd erg uitzonderlijk.

Deze vrijheid liet haar toe om op haar zesentwintigste een jaar lang als spion te werken voor King Charles II. De Tweede Engels-Nederlandse oorlog was uitgebroken en Aphra, royalist als ze was, trok naar Antwerpen om er informatie te ontfutselen over de oorlogsvloot en de militaire plannen van de Nederlanden. Haar schuilnaam was Astrea, de naam waaronder ze later ook een groot deel van haar werk zou publiceren. Ze bracht haar spionageopdracht tot een goed einde, maar de koning liet na haar beloning en haar onkosten te betalen, zodat ze hopeloos in de schulden verzeilde. Ze belandde zelfs in een schuldengevangenis. Op haar 29ste werd ze vrijgelaten nadat een ons onbekende weldoener haar schulden had afgelost.

Schrijven voor de kost

Na deze vernederende ervaring besloot Aphra te schrijven om in haar levensonderhoud te voorzien. Via connecties kwam ze in de theaterwereld terecht en begon ze komedies te schrijven. Onder het puritanisme van Oliver Cromwell waren de theaters gesloten, maar met de Restoration (herstel) van de Engelse monarchie in 1660 werden ze heropend. De ‘Restoration Comedy’ werd een genre op zich, met lossere zeden. Bovendien waren voor het eerst ook vrouwelijke acteurs toegestaan. Aphra’s favoriete thema was het gedwongen huwelijk en vrouwen die hieraan willen ontsnappen. Daarover ging trouwens haar eerste theaterstuk ‘The forced marriage’, opgevoerd in 1670 door de befaamde The Duke’s Company. Het stuk werd razend populair en Aphra kon voortaan van haar pen leven, als eerste vrouw in de Engelse literatuurgeschiedenis. Haar populairste stuk werd 'The Rover' (1677), een donkere komedie over prostitutie en verkrachting, waarin Aphra de kwetsbaarheid van vrouwen in haar tijd aan de kaak stelt. The Rover wordt vandaag nog steeds opgevoerd.

Hoe ouder ze werd, hoe gedurfder haar toneelstukken werden. Ze vond dat ook vrouwen recht hebben op genot. Haar moppen waren wel vaak even schuin als die van haar mannelijke collega’s maar in tegenstelling tot hen probeerde ze het morele onderscheid te vervagen tussen ‘de maagd’ en ‘de hoer’. Ze kreeg daarom heel wat kritiek van haar mannelijke tijdgenoten, hoe populair haar stukken ook waren. Een vrouw hoorde niet losbandig te leven en er zeker niet over te schrijven. In 1682 werd ze zelfs een tijdje opgesloten wegens de ‘ontucht’ in haar stuk ‘Like Father, Like Son’. Daarop begon Aphra zich meer bezig te houden met andere literaire vormen. In 1684 verscheen haar eerste poëziebundel 'Poems Upon Several Occasions' en datzelfde jaar publiceerde ze ook haar eerste roman 'Love Letters Between a Nobleman and His Sister'. Beide werden op korte tijd meermaals herdrukt.

Allereerste emancipatieroman?

Aphra Behn, OroonokaIn 1688, een jaar voor haar dood, schrijft ze de roman die vandaag wordt beschouwd als een essentiële tekst in de literaire geschiedenis: 'Oroonoko, or the Royal Slave'. Hierin vertelt ze het tragische verhaal van een Afrikaanse slaaf die een slavenopstand leidt in Suriname en gebukt gaat onder een onmogelijke liefde. Oroonoko is wellicht het eerste Engelstalige antikoloniale verhaal met de “nobele wilde” als held, geplaatst tegen een realistische achtergrond. Volgens sommige auteurs zag Aphra gelijkenissen tussen de onderdrukte vrouw en de onderdrukte slaven in de koloniën. Sommigen spreken zelfs van de allereerste emancipatieroman.

Aphra Behn schiep vaak sterke, onafhankelijke personages, en gaf in haar werk ook meermaals uiting aan haar woede over de positie van vrouwen, vooral over hun gebrek aan keuzevrijheid. Zo schrijft ze in het kortverhaal 'The History of the Nun – The Fair Vow-Breaker' (1688): “[…] I could wish, for the prevention of abundance of mischiefs and miseries, that nunneries and marriages were not enter'd into, 'till the maid, so destin'd, were of a mature age to make her own choice.”
Ze wou dat haar tijdgenoten haar even serieus zouden nemen als haar mannelijke collega’s. In het voorwoord van haar toneelstuk The Lucky Chance vraagt ze: ‘‘All I ask, is for the privilege […] to tread in those successful paths my predecessors have long thrived in...If I must not, because of my sex, have this freedom, but that you will usurp all to yourselves, I [will] lay down my Quill and you shall hear no more of me.”

Nalatenschap

In het preutse Engeland van koningin Victoria raakte Aphra Behn’s literaire oeuvre helemaal op de achtergrond. Dank zij de vrouwenbeweging kreeg ze weer de aandacht die ze verdient. De voorbije dertig jaar is haar werk opnieuw uitgegeven en intens bestudeerd. Aphra krijgt steeds meer erkenning als één van de grondleggers van de moderne roman, met elementen van psychologisch realisme en een intieme vertelstem die een losse conversatie aangaat met de lezer. Haar roman Love Letters Between a Nobleman and His Sister wordt stilaan erkend als de eerste echte Engelstalige roman in briefvorm.

In totaal liet ‘the Incomparable Astrea’ achttien toneelstukken, vier romans, twee kortverhalen en een berg gedichten na. In haar laatste levensjaren leed ze veel pijn door haar ontstekingsreuma. Toch bleef ze schrijven tot ze stierf in 1689, 49 jaar oud. Ze werd begraven in Westminster Abbey, een hele eer voor een vrouw van die tijd.

Meer lezen

  • Aphra Behn (1640-1689) : identity, alterity, ambiguity / Mary Ann O'Donnell, Bernard Dhuicq, Guyonne Leduc, 2000 - RoSa ex.nr.: GIV2a/0334
  • Elles ont conquis le monde: les grandes aventurières 1850-1950 / Alexandra Lapierre, Christel Mouchard , 2007 - RoSa ex.nr.: T/1064
  • Slip-shod sibyls : recognition, rejection and the woman poet / Germaine Greer, 1995 - RoSa ex.nr. GIV2m/0036