Emily Warren werd geboren op 23 september 1843, als elfde kind in een gezin van twaalf, in Cold Spring, een stadje aan de Hudson rivier in de staat New York. In 1864 leerde ze Washington Roebling kennen, een burgerlijk ingenieur. Ze trouwden op 18 januari 1865 en twee jaar later werd hun zoon geboren.

Haar man Washington assisteerde zijn vader, ingenieur John Roebling, bij de bruggenbouw. In 1868 kreeg die eindelijk groen licht om zijn gedurfde ontwerp te realiseren: een hangbrug met een overspanning van 833 meter over East River, tussen Brooklyn en Manhattan. Maar haar schoonvader overleed nog voor de werken goed en wel begonnen waren en haar echtgenoot Washington volgde John Roebling op als hoofdingenieur.

Emily grijpt in

Washington Roebling erfde de plannen van zijn vader en in 1869 begon hij met de constructie van de massieve betonnen fundering van de torens. Maar de werken vlotten niet door zijn gebrekkige communicatie-vaardigheden. Er rezen ook vragen over zijn leidinggevende capaciteiten. Emily begon haar man te verdedigen. Met veel tact en diplomatie wist ze de critici te overtuigen dat Washington de opdracht aankon. Om haar man nog beter te helpen begon ze via zelfstudie wiskunde en bouwtechniek te bestuderen. Algauw kon ze vlot meepraten over spanningsanalyse, kettinglijnen, materialensterkte en de finesses van de staalkabelconstructie.
Doordat Washington herhaaldelijk naar de rivierbodem afdaalde in een caisson, een zinkkuip gevuld met geperste lucht, kreeg hij in 1872 de gevreesde decompressieziekte. Men wou de zo goed als blinde en verlamde hoofdingenieur vervangen. Opnieuw slaagde de schrandere Emily erin de voorzitter van de New York Bridge Company ervan te overtuigen dat haar man ondanks zijn ziekte het project perfect kon leiden.

Emily zou de volgende tien jaar almaar meer verantwoordelijkheden op zich nemen. Washington dicteerde haar een compleet lastenboek met gedetailleerde instructies voor de verdere afwerking van de brug. Op zijn aanwijzingen tekende ze detailschetsen en grafieken. Haar zelfstudie kwam haar nu goed van pas.

Emily Warren Roebling trok dagelijks naar de werf en trad op als tussenpersoon tussen haar man en zijn assistent-ingenieurs. Zij onderhield de relaties met de pers, de politici en de investeerders. Na enige tijd beantwoordde ze met kennis van zaken de vele vragen van aannemers en ingenieurs op de bouwwerf. De mannen kregen het vermoeden dat zij de taak van hoofdingenieur feitelijk overgenomen had.

Feitelijke werfingenieur

Nu moest ze oppassen. Als bekend zou raken hoe groot haar bijdrage was aan de constructie van een van de grootste monumenten ooit, dan zou de publieke opinie zich tegen Washington Roebling keren en de financiers zouden afhaken. Voor haar Victoriaanse tijdgenoten was het immers totaal ondenkbaar dat een vrouw de hersens had om zo’n complexe materie te bevatten.

In 1881 was het bijna zover. Negen jaar lang had Roebling zich niet meer op de werf laten zien. En weer greep Emily Warren in. Ze sprak het Genootschap van Burgerlijk Ingenieurs toe en lobbyde intensief achter de schermen om haar man als hoofdingenieur in functie te laten. Met succes. Daarna ging ze weer verder met het toezicht op de werf. Ze superviseerde de aankoop van bouwmaterialen, onderhandelde met aannemers over deadlines, gaf instructies aan de werfleiding en nam de sociale verplichtingen op zich. Daar ging ze mee door tot de brug afgewerkt was. Op de openingsplechtigheid op 24 mei 1883 verklaarde congreslid Abram S. Hewitt dat Emily Warren Roebling als werfingenieur evenveel verdienste had aan de realisatie van het prestigieuze project als haar man. Haar naam prijkt trouwens op de gedenkplaat aan de brug naast die van John en Washington Roebling.

Na de brug

Emily had 14 jaar van haar leven aan de brug gewerkt. Nu had ze de handen vrij voor andere interesses. Ze werd een veel gevraagd spreker, reisde de wereld rond en publiceerde artikels over haar activiteiten. Tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog leidde ze mee de American Relief Society. Ze ging rechten studeren aan New York University. In haar eindwerk “A Wife’s Disabilities” (1899) pleitte ze voor gelijke rechten voor vrouwen. Emily werd ziek in 1902 en overleed op 28 februari 1903. Ze werd zestig. Washington leefde nog tot 1926.

Bronnen

More than petticoats. Remarkable New York Women / Antonia Petrash, 2002 - RoSa-ex.nr.: T/0513