Van storend tot ronduit levensbedreigend, schimmels hebbende gezondheid van mensen altijd op de proef gesteld. De ontdekking van penicilline in 1928 had geleid tot méér schimmelinfecties. Schimmels waren zelfs een belangrijke doodsoorzaak en veroorzaakten infecties die het centrale zenuwstelsel aantastten. Vooral in de Tweede Wereldoorlog hadden soldaten en burgers hieronder te lijden. Er bestond eenvoudigweg geen goede remedie.

Elizabeth Lee Hazen en Rachel Fuller Brown in de 1950s

Nystatin

De ontwikkeling van het medicijn Nystatin vlak na de oorlog, in 1948, was dan ook de grootste medische doorbraak sinds de ontdekking van penicilline. Terwijl penicilline het eerste veilige en doeltreffende middel was tegen schadelijke bacteriën, betekende Nystatin hetzelfde voor de bestrijding van schimmelinfecties.

De ontdekking ervan was één van de meest merkwaardige episodes in de medische geschiedenis: ze gebeurde door twee Amerikaanse vrouwen: Elizabeth Lee Hazen (1885-1975) en Rachel Fuller Brown (1898-1980) én de samenwerking gebeurde grotendeels op afstand. Na het behalen van haar doctoraatsgraad aan de Columbia University kon Elizabeth Hazen in 1931 als microbioloog aan de slag in het New York State Department of Health, een instituut dat onderzoeksvrijheid aanmoedigde en vrouwen verwelkomde. Al snel stond ze daar aan het hoofd van de Bacterial Diagnosis Laboratory. In 1944 begon Hazen een ambitieus onderzoek naar schimmels te leiden. Ze wou een medicijn ontwikkelen tegen verschillende soorten schimmels. Naarmate haar onderzoek vorderde had Hazen de hulp van een chemicus nodig. Er werd gekozen voor een chemicus in Albany : Rachel Fuller Brown.

Samenwerking

De succesvolle samenwerking tussen Hazen in New York City en Brown in Albany was enkel mogelijk door de efficiëntie van de postdiensten in de Verenigde Staten van de jaren ’40. In haar New Yorkse labo kweekte Elisabeth Hazen organismen uit bodemstalen en testte of ze in staat waren om schimmels te bestrijden. Telkens wanneer dit het geval was, stuurde ze zo’n kweeksel op naar Rachel Brown in Albany. Brown op haar beurt isoleerde dan het actieve bestanddeel in het kweeksel. Nadien stuurde Brown het actieve ingrediënt terug naar Hazen, die het opnieuw testte tegen de schimmels. Als ze de test doorstonden, testte Hazen ten slotte of ze giftig waren voor dieren (en dus ook voor mensen). Zo werden gedurende maanden honderden bodemstalen uitgewisseld. Helaas

bleken bijna alle schimmelbestrijdende bestanddelen zeer giftig voor dieren. Behalve eentje, dat oorspronkelijk uit de bodem kwam van –oh toeval!- het grondgebied van vrienden van Hazen. Bovendien bleek het ook werkzaam tegen maar liefst veertien andere soorten schimmels, bovenop de twee soorten waarvoor het getest was. Brown zuiverde het bestanddeel in kristallen, en het geneesmiddel was ontwikkeld! Hazen en Brown gaven het wondermiddel de naam Fungicidin, maar omdat die naam al in gebruik was, herdoopten ze het tot Nystatin, naar het NY State Department of Health, de instelling die het onderzoek mogelijk had gemaakt. Ze kregen er een patent op in 1957.

Hazen en Brown waren erin geslaagd een medicijn te ontwikkelen dat tot op vandaag onder verschillende merknamen gebruikt wordt in de geneeskunde. Maar ook daarbuiten bewijst het middel zijn nut: bij bomen aangetast door schimmels, bij de restauratie van kunstwerken met waterschade,…

De twee bleven samenwerken tot aan het einde van hun carrière. Beide vrouwen werden tijdens en na hun loopbaan overladen met prijzen. Opmerkelijk is dat ze zelf geen financieel voordeel uit hun vondst hebben gehaald. Ze investeerden al hun royalties in het Brown-Hazen Research Fund dat studie-en onderzoeksbeurzen toekende aan biomedici, en vrouwen aanmoedigde om aan wetenschap te doen. Op de vraag waarom ze er niet voor kozen om zelf van hun winst te genieten, antwoordde Brown simpelweg: “If you have enough, why should you want more?”

Aanraders uit de RoSa bibliotheek:

  • Mothers of invention : from the Bra to the Bomb: forgotten women & their unforgettable ideas/ Ethlie Ann Vare, Greg Ptacek, 1989 (RoSa exemplaarnummer T/0303)