Secundair Onderwijs
Hoger Onderwijs
Feminisering van het Onderwijs

 

Onderwijs in Vlaanderen & België

Onderwijs is een basisrecht voor elk kind. Vanaf 2,5 jaar kan elke Belgische kleuter terecht in de kleuterklas. Leerplicht is er vanaf 6 jaar, en die geldt in België tot 18 jaar of tot op het moment dat een leerling zijn of haar diploma van het secundair onderwijs behaalt. Tot 15-16 jaar is er een voltijdse leerplicht, vanaf dan kan men er echter ook voor kiezen deeltijds onderwijs te volgen.

Het onderwijsbeleid is in België een regionale bevoegdheid. Binnen de Vlaamse gemeenschap is de Vlaamse minister van onderwijs verantwoordelijk voor alle aspecten van het onderwijsbeleid. Enkel de leeftijd voor leerplicht, de minimumvoorwaarden voor het behalen van een diploma en de pensioenleeftijd van onderwijzend personeel zijn federale bevoegdheden. 

Gender & Onderwijs

Gender begint een rol te spelen vanaf het moment dat er keuze komt in het te volgen onderwijstraject. Het basisonderwijs verloopt voor de meesten erg gelijkaardig. Wie tijdelijk of permanent specifieke hulp nodig heeft, volgt buitengewoon onderwijs, de rest kan terecht in het basisonderwijs. Vanaf het secundair onderwijs (vanaf ongeveer 12 jaar) is er meer diversifiëring. Je kiest de onderwijsvorm: Algemeen Secundair Onderwijs (ASO), Beroeps Secundair Onderwijs (BSO), Technisch Secundair Onderwijs (TSO) of Kunst Secundair Onderwijs (KSO) en binnen deze verschillende onderwijsvormen is er telkens een waaier aan studierichtingen.

Gender blijkt hier een factor. De seksesegregatie op de arbeidsmarkt start voor een stuk hier, in de keuzes die meisjes en jongens rond hun 12 tot 14 jaar maken.

 Secundair onderwijs

Cijfers voor de schooljaren 2011-2012 t.e.m. 2014-2015.

Onderwijsvorm

In het kunstonderwijs vormen de meisjes een kleine meerderheid (64%). De beste mix vinden we terug in het ASO, al zijn ook hier de meisjes een (nipte) meerderheid (56%). Jongens vormen dan weer de meerderheid in het TSO (57%) en het BSO (54% in het voltijds BSO en 67% in het deeltijds BSO).

De evolutie in het ASO

evolutie percentages leerlingen m/v ASO

De evolutie in het TSO

evolutie percentages leerlingen m/v TSO 

De evolutie in het KSO

evolutie percentage leerlingen m/v KSO 

De evolutie in het BSO - voltijds

 evolutie percentages leerlingen m/v BSOvol

De evolutie in het BSO - deeltijds

 evolutie percentages leerlingen m/v BSOdeel

De evolutie in het Buitengewoon SO

evolutie leerlingen m/v Buitengewoon SO

Bronnen: 
statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs - schooljaar 2011-2012, geraadpleegd op 28/08/2013
Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - schooljaar 2012-2013, geraadpleegd op 04/12/2014
Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - schooljaar 2013-2014, geraadpleegd op 20/02/2015
Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - schooljaar 2014-2015, geraadpleegd op 19/02/2016

Studierichting

In alle onderwijsvormen bestaan typische jongens- en meisjesrichtingen. Hoe groot de mix of de segregatie is, is zeer veranderlijk van richting tot richting en ook de onderwijsvorm speelt een rol. De kans dat je met een mix van jongens en meisjes in de klas zit (minimum ⅓ van het andere geslacht), is het grootst in het ASO. In het BSO vind je het grootst aantal uniseksrichtingen. Deze laatste weerspiegelen vaak de maatschappelijke stereotypen rond mannen en vrouwen.

  • Richtingen met meer meisjes (2014-2015)
    o.a. Humane Wetenschappen, Grieks-moderne talen (ASO), Dans, Beeldende vorming (KSO), Animate in de ouderenzorg, Schoonheidsverzorging, Bio-esthetiek (TSO), Haarstilist, Kinderzorg, Mode-verkoop (BSO)
  • Richtingen met meer jongens (2014-2015):  
    o.a. Sportwetenschappen (ASO), Ruimtelijke vormgeving, Industriële vormgeving (KSO), Vliegtuigtechnicus, Haventechnieken, Elektronische installatietechnieken (TSO), Bouw, Bedrijfsvoertuigen, Scheeps- en havenwerk (BSO).

Bekijk ook het volledig overzicht gender en studierichtingen, schooljaar 2014-2015 (pdf)Update!

 

Opmerkelijk

Veel richtingen blijven in dezelfde categorie staan als deze waarin ze gedurende de voorbije schooljaren terug te vinden waren. Bekijk ter vergelijking ook het volledig overzicht gender en studierichtingen, schooljaar 2011- 20122012-2013 en 2013-2014.

In sommige richtingen zien we toch geleidelijke veranderingen:

ASO

  • Bij bepaalde richtingen, zoals bijvoorbeeld Wetenschappen-Topsport zien we de percentages geleidelijk aan naar meer evenwicht evolueren: 66% jongens (2012-2013) >> 63% (2013-2014) >> 62% (2014-2015)
  • Moderne talen-topsport geldt voor het eerst niet langer als uniseksrichting: 77% jongens (2012-2013) >> 72% (2013-2014) >> 58% (2014-2015)
  • Voor het schooljaar 2014-2015 konden er voor de 2e en 3e graad van het ASO géén uniseksrichtingen worden waargenomen waarbij meer dan 2/3e jongens in zaten. Enkel Sportwetenschappen balanceerde nog op het randje met 67% jongens. 
  • Tijdens het schooljaar 2014-2015 waren er 7 richtingen in de 2e en 3e graad ASO waar meer dan 2/3e van de leerlingen meisjes waren. Het grootste verschil kon waargenomen worden bij Humane Wetenschappen. Daar was sprake van 77% meisjes.

KSO

  • De richtingen Bijzondere beeldvorming en Ballet hadden eerder een redelijk 'evenwichtige' verdeling m/v (minstens 1/3 van hetzelfde geslacht). Voor 2012-2013 ging het om 39% (BBV) en 40% jongens (BAL). Afgelopen schooljaren daalde het percentage jongens sterk tot 31% (BBV) en 32% (BAL) voor 2013-2014 e, 29% (BBV) en 26% (BAL) voor 2014-2015. 
  • Bij Ruimtelijke vormgeving zag we de 50-50 verdeling van 2012-2013 omgezet naar 67-33, waarvan 67% jongens tijdens het schooljaar 2013-2014. In 2014-2015 kantelde dat weer een beetje meer richting evenwicht met 60% jongens en 40% meisjes.
  • Industriële vormgeving telde in 2012-2013 nog enkel jongens. Hier zijn we geleidelijk een evenwicht ontstaan. In 2013-2014 was sprake van 69%. In 2014-2015 was er sprake van 67% jongens
  • Industriële kunst goldt in 2012-2013 nog als 'uniseksrichting' met 76% jongens. In 2013-2014 daalde het percentage jongens tot 61%, wat een meer evenwichtige verdeling jongens/meisjes geeft. In 2014-2015 hield dit laatste percentage stand.
  • Bij het vak Bijzondere muzikale vorming zagen we het evenwicht de andere kant op kantelen: van 51% jongens en 49% meisjes in 2012-2013 gingen de percentages naar 44% jongens en 56% meisjes in 2013-2014 en naar 41% jongens en 59% meisjes in 2014-2015.

TSO

  • Volgende richtingen golden in 2013-2014 nog als 'uniseksrichtingen', maar kregen voor 2014-2015 minstens 1/3 inschrijvingen van het andere geslacht: Butler-Intendant, KMO-administratie, Automotive, Verkoop en distributie en Bakkerijtechnieken.
  • In volgende richtingen schreven zich géén meisjes in voor 2014-2015, terwijl dat wel het geval was voor 2013-2014: Gestandaardiseerde en geprogrammeerde druktechnieken (kwam van 12%) en Productie- en procestechnologie (kwam van 10%).
  • In volgende richtingen schreven zich géén jongens in voor 2014-2015, terwijl dat wel het geval was voor 2013-2014: Animatie in de ouderenzorg (kwam van 12%), Bio-esthetiek (kwam van 1%) en Textiel- en chemische technieken (kwam van 100%).
  • In volgende richtingen was géén enkele jongen ingeschreven in 2013-2014, maar wel in 2014-2015: Schoonheidsverzorging en Grime.
  • In volgende richtingen was géén enkel meisje ingeschreven in 2013-2014, maar wel in 2014-2015: Agro- en groenbeheer, Autotechnieken en Hout constructie- en planningstechnieken.
  • Sommige richtingen golden in 2013-2014 nog als zijnde 'in evenwicht' (minstens 1/3 leerlingen van het andere geslacht), maar gelden niet meer als dusdanig voor 2014-2015: Dentaaltechnieken en supra-structuren, Assistent voedingsindustrie, Voedingstechnieken, Immobiliënbeheer & Internationaal transport en goederenverzending.

BSO

  • In volgende richtingen schreven zich géén meisjes in voor 2014-2015, terwijl dat wel het geval was voor 2013-2014: Bosbouw en bosbeheer, Diesel- en LPG-motoren, Pijpfitten-lassen-monteren, Ruwbouwafwerking, Topsport-sportbegeleider en Tweewielers en lichte verbrandingsmotoren.
  • Volgende richtingen golden in 2013-2014 nog als 'uniseksrichtingen', maar kregen voor 2014-2015 minstens 1/3 inschrijvingen van het andere geslacht: Hotelonthaal, Bedrijfsgrafiek, Zeefdruk, Naamloos leerjaar, Specialiteitenrestaurant, Brood- en banketbakkerij en Uurwerkherstellingen.
  • Sommige richtingen golden in 2013-2014 nog als zijnde 'in evenwicht' (minstens 1/3 leerlingen van het andere geslacht), maar gelden niet meer als dusdanig voor 2014-2015: bijvoorbeeld Bloemsierkunst.

Bovenstaande wijzigingen vormen geen voorspellingen voor de toekomst, ze geven enkel een tijdsbeeld weer.

Schoolachterstand

2012-2013

Op het einde van het basisonderwijs hebben 15% van de meisjes en 16% van de jongens een leerachterstand van 1 jaar of meer. Deze cijfers lopen gelijk met die van het schooljaar 2011-2012. In de loop  van het secundair onderwijs wordt de genderkloof groter: 23% van de meisjes en 30% van de jongens in het secundair onderwijs hebben een leerachterstand van 1 jaar of meer op. Voor het schooljaar 2011-2012 ging het nog om 26% (meisjes) en 32% (jongens).
 
Bronnen: statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs - schooljaar 2011-2012, Geraadpleegd op 28/08/2012 & Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - schooljaar 2012-2013, Geraadpleegd op 04/12/2013

Leerprestaties

Uit het PISA-rapport van 2012 blijkt er nog steeds een genderkloof in de leerprestaties van de Vlaamse 15-jarigen:

  • Meisjes presteren beter dan jongens wat betreft leesvaardigheid. Die betere leesprestaties van meisjes kunnen onder meer verklaard worden door een grotere betrokkenheid. Dit is een internationale trend: de gemiddelde genderkloof in de OESO-landen bedraagt 38 punten in het voordeel van de meisjes. In Belgie is deze kloof 32 punten. In Vlaanderen is de genderkloof voor lezen iets kleiner: 30 punten. De kloof in Vlaanderen steeg wel ten opzichte van 2009 (28).

  • Jongens presteren significant beter dan meisjes voor wiskundige geletterdheid. Het OESO-gemiddelde is 12 punten in het voordeel van jongens. In België zien we een kloof van 11 punten & in Vlaanderen is de kloof gelijk aan het OESE-gemiddelde (12 punten). Hier is wel een daling waar te nemen ten opzichte van 2009 (toen was de kloof nog 18 punten).
  • Jongens en meisjes presteren even goed voor wetenschappelijke geletterdheid. Dit geld zowel voor het OESO-gemiddelde, als voor de cijfers van Vlaanderen en België.

 PISA is de afkorting voor Programme for International Student Assessment. Het is een grootschalig internationaal onderzoek dat de kennis en vaardigheden van 15-jarigen test. De meest recente PISA-test gebeurde in 2012. Meer info: http://www.pisa.ugent.be/nl en http://www.oecd.org/pisa/pisaproducts/.

Gendergelijkheid onderzocht

Uit een studie over gendergelijkheid van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bijkt dat 42,4% van de 15-jarige meisjes in België zich hulpeloos voelt als ze algebra of meetkunde te zien krijgen, terwijl een bijna even grote groep aangeeft "gewoon niet goed" te zijn in wiskunde. Slechts 26,7% van hun mannelijke leeftijdsgenoten geeft aan dezelfde angsten te voelen. Alleen in Frankrijk en Italië is de vrouwelijke vrees voor wiskunde groter. Deze vrees is vooral opmerkelijk omdat de Belgische 15-jarige meisjes over het algemeen beter presteerden op de voorbije PISA-test dan hun peers in de buurlanden. Daarnaast blijkt dat indien er gekeken wordt naar zowel jongens als meisjes die gelijkaardige niveaus van vertrouwen hebben over hun mathematisch kunnen, er geen verschil is tussen hun prestaties. Meisjes en jongens die wel in zichzelf geloven, scoren dus gelijkaardig voor wiskundige vakken. Uit het PISA-onderzoek blijkt ook dat meisjes het vaak beter doen als de wiskundige problemen die ze voorgeschoteld krijgen oefeningen zijn die wel vaker in een schoolse context terugkeren. Als ze daarentegen als 'wiskundigen of wetenschappers' moeten denken, scoren meisjes opvallend lager dan jongens. Opnieuw zien we hier géén verschil tussen meisjes en jongens, indien we slechts kijken naar die jongens en meisjes die vertrouwen in hun eigen kunnen etaleren.
Meer informatie: PISA in focus nr. 49: What lies behind gender inequality in education? - pdf.

 

bronnen: Leesvaardigheid van 15-jarigen in Vlaanderen. De eerste resultaten van PISA 2009Wiskundige geletterdheid: bij 15-jarigen: overzicht van de eerste Vlaamse resultaten van PISA 2012 & de eerste online resultaten van PISA 2012.

 Hoger onderwijs

Iets meer meisjes dan jongens volgen na het secundair onderwijs nog een opleiding aan het Hoger onderwijs. In het academiejaar 2011-2012 volgden 120073 meisjes en 98935 jongens een hogere schoolopleiding. In het academiejaar 2012-2013 ging het om 130406 meisjes en 108083 jongens. Deze aantallen stegen voor 2013-2014 naar 132541 meisjes en 110009 jongens.

Een hogere school-opleiding is een professioneel gerichte opleiding (bachelor) of een academisch gerichte opleiding (bachelor + master) Een professionele bachelor kan gevolgd worden door een masteropleiding na het volgen van een schakelprogramma. In alle vormen van hoger onderwijs vormen meisjes een kleine meerderheid.

Genderstatistieken Hoger onderwijs

De evolutie bij een academisch gerichte bachelor

evolutie studenten m/v Academische Bachelor

De evolutie bij een professioneel gerichte bachelor

evolutie studenten m/v Professionele Bachelor

De evolutie bij een schakel- of voorbereidingsprogramma

evolutie studenten m/v schakel - voorbereiding

De evolutie bij een masteropleiding

evolutie studenten m/v Master

De evolutie bij een bachelor na bachelor

evolutie studenten m/v BachNabach

De evolutie bij een master na master

evolutie studenten m/v MaNaMa

De evolutie bij een doctoraatsopleiding

evolutie m/v doctoraatsopleiding

De evolutie bij een academische graad van Doctor

evolutie m/v graad doctor

Bronnen: 
Vlaams Onderwijs in Cijfers 2011-2012 (pdf) , Vlaamse Overheid, 2012. Geraadpleegd op 22/01/2013
Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - schooljaar 2012-2013, geraadpleegd op 17/01/2014
Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - schooljaar 2013-2014, geraadpleegd op 20/02/2015
Voorpublicatie van het Vlaams Onderwijs - schooljaar 2014-2015, geraadpleegd op 19/02/2016

Studierendement

2011-2012

Het studierendement is de verhouding tussen het aantal opgenomen studiepunten en het aantal verworven en gedelibereerde studiepunten.

Een gemiddeld studierendement van 75% betekent dus dat een student gemiddeld voor 75% van zijn opgenomen studiepunten geslaagd of gedelibereerd is. Het studierendement van hogeschoolstudenten is iets hoger bij de meisjesstudenten (81% voor de meisjes tegenover 73% voor de jongens.) Bij de universiteitsstudenten zien we een gelijkaardige trend: studierendement van 84% voor de meisjes, 77% voor de jongensstudenten.

Studierichtingen

Bekijken we de studierichtingen dan merken we in het hoger onderwijs een grotere mix in heel wat studierichtingen. Toch zien we ook hier nog heel wat meisjes- en jongensrichtingen, die opnieuw vaak maatschappelijke stereotypen rond gender weerspiegelen.

Zo blijven Gezondheidszorg, Onderwijs, Sociale gezondheidswetenschappen en Psychologie uitgesproken vrouwelijke domeinen, terwijl Wetenschappen, Nautische Wetenschappen en Technologie uitgesproken mannelijk blijven.

Update!

Bekijk hier het overzicht van het academiejaar 2014-2015 (pdf - vanaf p. 8).
Voor een vergelijkende oefening: de overzichten van studierichtingen in Hoger onderwijs, academiejaar 2013-2014 (pdf - vanaf p. 6), 2012-2013 (pdf - vanaf p. 6) en 2011-2012 (pdf - vanaf p. 7).

STEM

In STEM-opleidingen (Science, Technology, Engineering, Math) blijven vrouwen, ondanks gedane inspanningen, ondervertegenwoordigd.
Op tien jaar tijd stijgt het aantal inschrijvingen in de STEM-opleidingen tot 36%. Het aandeel vrouwen in deze opleidingen is er in dezelfde periode ook lichtjes op vooruit gegaan van 29% in 2001-2002 naar 33% tien jaar later (met een lichte daling daarna: tijdens de academiejaren 2012-2013 t.e.m. 2014-2015 is sprake van 31%). 

Het aandeel vrouwen in professionele STEM-bachelors bedroeg in 2011 ongeveer 21% en in academische STEM-bachelors ongeveer 33%. Binnen de STEM-opleidingen vinden we vrouwen vooral terug in de Farmaceutische wetenschappen en de Biomedische wetenschappen.

 
Inschrijvingen in Academisch gerichte STEM-opleidingen:

2011-2012

RICHTINGMEISJESJONGENS%MEISJES%JONGENS
Farmaceutische wetenschappen 1976 644 75% 25%
Biomedische wetenschappen

1911

868 69% 31%
Biotechniek 244 284 44% 56%
Wetenschappen 1957 4024 33% 67%
Toegepaste Wetenschappen 1337 4590 23% 77%
Nautische Wetenschappen 69 505 12% 88%
Industriële Wetenschappen en technologie 937 7426 11% 89%
 TOTAAL 9699 19869 33% 67% 

 

2012-2013

RICHTINGMEISJESJONGENS%MEISJES%JONGENS
Farmaceutische wetenschappen 1952 605 76% 24%
Biomedische wetenschappen

1550

656 70% 30%
Biotechniek 274 287 49% 51%
Wetenschappen 1690 3707 31% 69%
Toegepaste Wetenschappen 1199 4266 22% 78%
Nautische Wetenschappen 51 336 13% 87%
Industriële Wetenschappen en technologie 844 7333 10% 90%
 TOTAAL 7560 17190 31% 69% 

 

2013-2014

RICHTINGMEISJESJONGENS%MEISJES%JONGENS
Farmaceutische wetenschappen 1960 628 76% 24%
Biomedische wetenschappen

1592

663 71% 29%
Biotechniek 276 300 48% 52%
Wetenschappen 1728 3739 32% 68%
Toegepaste Wetenschappen 1152 4207 21% 79%
Nautische Wetenschappen 60 306 16% 84%
Industriële Wetenschappen en technologie 929 7461 11% 89%
 TOTAAL 7697 17304 31% 69% 

 

2014-2015

RICHTINGMEISJESJONGENS%MEISJES%JONGENS
Farmaceutische wetenschappen  1939  636 75% 25%
Biomedische wetenschappen

 1679

 653 71% 29%
Biotechniek  282  324 47% 53%
Wetenschappen  1692  3773 31% 69%
Toegepaste Wetenschappen  1172  4141 22% 78%
Nautische Wetenschappen  54  310 15% 85%
Industriële Wetenschappen en technologie  923  7317 11% 89%
 TOTAAL  7741  17154 31% 69% 

*Het gaat bij deze cijfergegevens telkens om het aantal Belgische studenten. 

Lerarenopleiding

In onderwijsopleidingen zien we het tegenovergestelde beeld. Mannen blijven er ondervertegenwoordigd.
In de afgelopen tien jaar steeg het totaal aantal mannen in de lerarenopleiding minimaal van 26% in 2001-2002 tot 29% in 2012-2013. In de academiejaren 2013-2014 en 2014-2015stagneerde dit laatste cijfer. Ook de cijfers voor de verschillende professionele Bachelors stagneerden allemaal (zie onder).
Bij uitstek in de opleiding kleuteronderwijs blijven mannen witte raven. De meeste mannen vinden we terug in de lerarenopleiding voor secundair onderwijs. Daar manifesteert zich een bijna 50-50 verdeling tussen mannen en vrouwen. Bij de BanaBa-opleidingen - die zich voornamelijk focussen op het zorgaspect van onderwijs - zien we opnieuw hoe overheersend het aantal vrouwen is. Hier is 88% van de ingeschrevenen vrouw, slechts 12% man.

Inschrijvingen in lerarenopleiding:

2011-2012

LERARENOPLEIDING VROUWENMANNEN% VROUWEN% MANNEN
Kleuteronderwijs 5096 149  97%3% 
Lager onderwijs6048117084%16%
Secundair onderwijs 5902557651%49%
TOTAAL 17046 6895 71% 29%

 

 2012-2013

LERARENOPLEIDING VROUWENMANNEN% VROUWEN% MANNEN
Kleuteronderwijs 4585 132  97%3% 
Lager onderwijs5828111384%16%
Secundair onderwijs5336500552%48%
TOTAAL15749625071%29%

 

2013-2014

LERARENOPLEIDING (prof. Bach.) VROUWENMANNEN% VROUWEN% MANNEN
Kleuteronderwijs 4637 146  97%3% 
Lager onderwijs5811122283%17%
Secundair onderwijs5065494651%49%
TOTAAL15513631471%29%

 

LERARENOPLEIDING (BanaBa) VROUWENMANNEN% VROUWEN% MANNEN
Buitengewoon onderwijs602105 85%15% 
Onderwijs: schoolontwikkeling793172%28%
Zorgverbreding & remediërend leren5403893%7%
TOTAAL122117488%12%

 

2014-2015

LERARENOPLEIDING (prof. Bach.) VROUWENMANNEN% VROUWEN% MANNEN
Kleuteronderwijs  4626152  97%3% 
Lager onderwijs58421217 83%17%
Secundair onderwijs4674 4712 49%51%
TOTAAL15142 6081 71%29%

 

LERARENOPLEIDING (BanaBa) VROUWENMANNEN% VROUWEN% MANNEN
Buitengewoon onderwijs 583114   84%16% 
Onderwijs: schoolontwikkeling 7623 77%23%
Zorgverbreding & remediërend leren507  2595%5%
TOTAAL1166 162 88%12%

*Het gaat bij deze cijfergegevens telkens om het aantal Belgische studenten.

 

Gezondheidszorg

Een zelfde beeld vinden we terug in de gezondheidszorg. Het aantal ingeschreven mannen in een professionele bachelor in gezondheidszorg (o.a. verpleegkunde en vroedkunde) daalde zelfs lichtjes van 17% in 2001-2002 tot 15% in 2011-2012. Voor het academiejaar 2012-2013 was er dan weer een stijging waar te nemen tot 18%, het hoogste aantal sinds 2001. Dit cijfer stagneerde voor de acedemiejaren 2013-2014 en 2014-2015.


bronnen:

Hoger onderwijs in cijfers,Vlaamse Overheid (pdf), 2012, geraadpleegd op 28/09/2012
Hoger onderwijs in cijfers, addendum (pdf),  Vlaamse Overheid, 2012, geraadpleegd op 28/08/2012
Hoger onderwijs in cijfers, Vlaamse Overheid (pdf), 2014, geraadpleegd op 28/02/2014
Voorpublicatie cijfers Hoger onderwijs, 2015, geraadpleegd op 20/02/2015
Voorpublicatie statistisch jaarboek Vlaams Onderwijs - academiejaar 2014-2015, geraadpleegd op 19/02/2016

  Feminisering van het onderwijs

Vooral vrouwen staan voor de klas. Enkel bij de universiteiten zijn er meer mannen dan vrouwen in de auditoria te vinden. 

Personeel in het onderwijs, per onderwijsniveau en geslacht

De voorbije drie schooljaren hebben we amper veranderingen kunnen waarnemen. Waar in 2011-2012 nog 98% van de leraren voor de kleuterklas vrouw waren, waren dat er voor 2012-2013 t.e.m. 2014-2015 nog steeds 97%. Ook in het lager onderwijs, het secundair onderwijs en het hogeschool onderwijs manifesteert zich de afgelopen jaren een soort stagnatie in m/v-percentages. 

Evolutie personeel kleuteronderwijs

evolutie personeel m/v KO

Evolutie personeel lager onderwijs

evolutie personeel m/v LO 

Evolutie personeel secundair onderwijs

 evolutie personeel m/v SO

Evolutie personeel hogescholen

 evolutie personeel m/v HO - hogescholen

Evolutie personeel universiteiten

 evolutie personeel m/v HO - universiteiten

Bronnen:

Vlaams Onderwijs in Cijfers 2011-2012 (pdf) , Vlaamse Overheid, 2012. Geraadpleegd op 22/01/2013
Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - academiejaar 2012-2013, geraadpleegd op 04/12/2014
Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - academiejaar 2013-2014, geraadpleegd op 20/02/2015
Voorpublicatie statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs - academiejaar 2014-2015, geraadplgeed op 19/02/2016

 

Meer statistieken voor het Vlaamse onderwijs