Onderwijs: wereldwijd

Gender & onderwijs
Van probleem naar aanpak
Millenniumdoelstellingen: stand van zaken
M/V: ongelijke onderwijskansen?
Malala Yousafzai & andere Malala's
Duurzame toekomst
Hoger onderwijs & Onderzoek
Feminisering van het onderwijs
Aanraders uit de RoSa-bibliotheek

 Gender & onderwijs

Recht op onderwijs

Sinds 2 september 1990 is het VN Verdrag inzake de rechten van het kind  van kracht. Artikel 28 van dit verdrag erkent het recht op onderwijs als een beschermd recht voor elk kind. 

VN Kinderrechtenverdrag 1990Artikel 28

Onderwijs

Verdragstekst 1.

De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op onderwijs, en teneinde dit recht geleidelijk en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, verbinden zij zich er met name toe:
a) primair onderwijs verplicht te stellen en voor iedereen gratis beschikbaar te stellen;
b) de ontwikkeling van verschillende vormen van voortgezet onderwijs aan te moedigen, met inbegrip van algemeen onderwijs en beroepsonderwijs, deze vormen voor ieder kind beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken, en passende maatregelen te nemen zoals de invoering van gratis onderwijs en het bieden van financiële bijstand indien noodzakelijk;
c) met behulp van alle passende middelen hoger onderwijs toegankelijk te maken voor eenieder naar gelang zijn capaciteiten;
d) informatie over en begeleiding bij onderwijs- en beroepskeuze voor alle kinderen beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken;
e) maatregelen te nemen om regelmatig schoolbezoek te bevorderen en het aantal kinderen dat de school vroegtijdig verlaat, te verminderen.

Bron: www.kinderrechten.nl

Ook het Verdrag nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs (1960) en het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen (1979) moeten er toe bijdragen dat elk kind - jongen of meisje & waar ook ter wereld geboren - de kans krijgt om deel te nemen aan het onderwijs.

Is er een genderprobleem?

Volgens cijfers van UNICEF (de kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties) gaan wereldwijd 93 miljoen kinderen niet naar school. Meer dan de helft daarvan zijn meisjes. Net als in het onderwijs in België speelt gender ook in andere delen van de wereld dus nog al te vaak een significante rol. Enkele feiten op een rijtje:  

  • 1 miljard mensen heeft geen of weinig scholingsgraad: 2/3 daarvan zijn meisjes & vrouwen
  • 57% van de niet schoolgaande kinderen zijn meisjes
  • de meeste van hen leven in zogenaamde ontwikkelingslanden
  • slechts 23% van de meisjes in Sub-Sahara Afrika gaat naar school
  • 64% van de volwassen analfabeten zijn vrouwen
  • 63% van de wereldwijd 163 miljoen ongeletterde kinderen zijn meisjes
  • wereldwijd zijn er per 100 geletterde mannen slechts 88 vrouwen
  • verschilt sterk per regio vb. in Bangladesh zijn slechts 62 vrouwen per 100 mannen geletterd

Verschillende (f)actoren hebben er de voorbije jaren toe bijgedragen dat de aanwezigheid van meisjes en vrouwen in het onderwijs sterk gestegen is. Vooral het groeiende bewustzijn van het feit dat (hogere) opleidingsniveaus nodig zijn - óók voor meisjes - om sociale mobiliteit en hogere inkomens te verzekeren, heeft een bepalende invloed gespeeld. Ook het uitwisselen van beleidswijzigingen en 'good practices' is een enorme boost geweest voor het stijgende percentage meisjes in onderwijs.

Ondanks vele positieve evoluties & inspanningen, blijven meisjes echter nog te vaak ondervertegenwoordigd. Deze tendens is voornamelijk binnen het secundair en (bepaalde sectoren van) het tertiair - of hoger - onderwijs waar te nemen.

Meer weten?

 Van probleem naar aanpak

Discrepanties die zich wereldwijd tussen jongens en meisjes hebben gemanifesteerd, zijn echter niet onopgemerkt gebleven door de Internationale Gemeenschap.

De eerste keer dat er een consensus uit de bus kwam over de noodzaak te komen tot gendergelijkheid binnen onderwijs (en dit vervolgens ook nadrukkelijk als doel te stellen), was in 1990 in Jomtien (Thailand) op de World Conference on Education for All. De doelstelling "Komen tot gendergelijkheid in onderwijs" werd vijf jaar later tot een concreet plan gebombardeerd in Peking (China) op de fameuze Fourth World Conference on Women. Er zouden twee belangrijke actieplannen volgen om de uitwerking van de vooropgestelde doelstellingen mogelijk te maken, namelijk: The Dakar Framework for Action & The Millennium Development Goals (beide 2000).

milleniumgoalsDie Millenniumdoelstellingen (deadline 2015) stellen onder meer als concreet doel "Onderwijs voor iedereen" (MDG2), waarbij de focus wordt gelegd op het voorzien van basisonderwijs voor alle kinderen wereldwijd. Ook binnen MDG 3 "Vrouwen & Mannen gelijk" werd er een target naar voor geschoven betreffende onderwijs, namelijk: de eliminatie van de ongelijkheid in het basis- en secundair onderwijs tegen 2005 en in alle lagen van het onderwijs tegen 2015.

Meer weten?

 Millenniumdoelstellingen: stand van zaken

MDG stand van zaken2010

MDG 3: In 2010 werd in naam van UNESCO een evaluatie uitgevoerd om de wereldwijde vorderingen inzake genderpariteit in zowel basis- als secundair onderwijs in kaart te brengen (MDG 3). Zoals in de tabel hiernaast wordt weergegeven, hadden heel wat landen het merendeel van de vooropgestelde doelstellingen bereikt tegen 2008. Niettegenstaande dat dit eigenlijk drie jaar na de deadline was, kon men hier toch enigszins optimistisch over zijn.

De realiteit bleek echter ook een andere kant te tonen: een aantal landen presteerde voor beide onderwijsniveaus nog steeds zeer ondermaats. In het UNESCO-rapport werd zelfs de vraag gesteld of de landen in kwestie deze achterstand nog wel zouden kunnen bijbenen tegen 2015? Voor 14 landen achtte UNESCO dit zo goed als onmogelijk voor beide onderwijsniveaus. Het wordt afwachten of dit rapport gelijk zal krijgen.


 2013

MDG 2: In juli 2013 bleek, uit resultaten van UN Women, dat het percentage ingeschreven meisjes in het basisonderwijs in ontwikkelingslanden een forse stijging had gekend van 82% in 1999 naar 90% in 2011. Sindsdien is er echter een stagnatie waar te nemen, waardoor de doelstelling "basisonderwijs voor iedereen" hoogstwaarschijnlijk niet bereikt zal worden tegen 2015. Volgens de Wereldbank zou het aantal landen dat de deadline niet zal halen echter "beperkt blijven" tot 19.

MDG 3: Op dit moment lijkt genderpariteit in het onderwijs wereldwijd het meest haalbaar voor het primaire onderwijsniveau, terwijl slechts 2 van de 130 recent door UN Women onderzochte landen reeds genderpariteit hebben verwezenlijkt in alle lagen van het onderwijs. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel!

Bron grafiek: Global Education Digest 2010 - UNESCO (pdf p. 22)

Meer weten?

  M/V: ongelijke onderwijskansen?

Een verscheidenheid aan hindernissen

Ongelijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn traditioneel terug te vinden in alle maatschappelijke structuren. Vooral in heel wat ontwikkelingslanden blijft die situatie ook vandaag de dag nog erg schrijnend; zeker wat betreft onderwijsmogelijkheden.

armoedegender2013Meisjes worden nog steeds - vaker dan jongens - geacht mee te helpen in het huishouden, water te halen, zorgtaken over te nemen, zieken bij te staan, ... Het blijkt vanzelfsprekender dat jongens de kans krijgen om naar school te gaan en op die manier een bijdrage leveren aan het verzekeren van een leefbare toekomst voor het gezin. Van meisjes wordt doorgaans verwacht dat ze hun bijdrage leveren door bijvoorbeeld taken in huis over te nemen, producten in de stad te verkopen of hun werkrachten als huishoudhulpje bij andere families aan te bieden.

Veel gezinnen hebben vaak noch het geld, noch de middelen (vb. transport) om (al) hun kinderen naar school te laten gaan. Vaak zijn het de meisjes die als eerste als het ware "de onderwijstrein moeten missen". Ze worden in heel wat (armere) gezinnen in eerste instantie als een extra inkomstenbron gezien.

Zo zien we wereldwijd ook een grote genderongelijkheid als we kijken naar de leeftijd waarop kinderen uit het onderwijs stappen. In de leeftijdscategorie van 15 tot 24 jaar ligt het percentage meisjes dat de school niet afmaakt in 2/3 van de landen hoger dan het percentage jongens. Volgens cijfers van WIDE is de situatie zelfs zo erg, dat in 10 Afrikaanse landen 9 op de 10 armste vrouwen het basisonderwijs niet hebben afgewerkt. Niger spant de kroon met 98%. Maar ook landen als Burkina Faso (96%), Mali (93%) en de Centraal Afrikaanse Republiek (94%) moeten niet onderdoen.

Bron grafiek: The Millennium Development Goals 2013 p. 15 

 Culturele & religieuze obstakels

Vanuit culturele, religieuze en/of maatschappelijke overwegingen zijn er anno 2013 nog heel wat beperkingen waar te nemen t.a.v. onderwijskansen voor meisjes. Overtuigingen over de rol van 'de vrouw' weerhouden wereldwijd nog heel wat meisjes (en vrouwen) van een (degelijke) opleiding. Enkele voorbeelden:

huwelijk2013- Kindhuwelijken blijven in heel wat landen een veel voorkomende praktijk. Meisjes worden op jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan een vaak veel oudere man. Ze moeten hierna aan de slag in het huishouden, wat hun kansen op onderwijs al op vroege leeftijd beknot. In ontwikkelingslanden trouwt nog steeds 1 op 3 meisjes voor ze de leeftijd van 18 hebben bereikt. Vooral meisjes in rurale gebieden hebben het hard te verduren. Redenen die deze praktijk dienen te verantwoorden, variëren van traditie, over religieuze argumenten tot de economische situatie van het gezin en/of (beperkte) kansen voor vrouwen; "Als meisjes toch enkel vrouw en moeder dienen te worden: waarom dan wachten om te trouwen en eerst naar school gaan?". West-Afrika & Zuid-Azië kennen tot op heden het grootste aantal kindhuwelijken (zo'n 30% van de meisjes van 15-19 jaar zijn er reeds getrouwd).

Voor zij die meer willen weten: RoSa's nieuwsbericht over kindbruidjes of "NG Live!: Too Young to Wed: Child Brides" (video - National Geographic).

- Ook de angst voor 'het andere' speelt een bepalende factor. Heel wat ouders zijn er van overtuigd dat scholen "verderfelijke waarden aanleren die in strijd zijn met de plaatselijke tradities" & op die manier de conventionele rol die meisjes dienen te vervullen (namelijk de rol van (toekomstige) huisvrouwen), ontkrachten. Zo zouden meisjes in Afghanistan sinds 2001 (de val van de Taliban) vrij moeten zijn om onderwijs te volgen, maar staan heel wat ouders hier nog steeds weigerachtig tegenover, omdat meisjes volgens de traditie "in de huiselijke sfeer thuis horen". 

In haar videoconferentie voor TED "Dare to educate Afghan Girls" (december 2012) gaat vrouwenrechtenactiviste Shabana Rasikh dieper in op deze kwestie.

Bron grafiek: The Millennium Development Goals Chart 2012

 Meer weten?

- de videoconferentie van de Keniaanse Kakenya Ntaiya voor TED "A girl who demanded school" (oktober 2012) handelt over hoe deze vrouw op jonge leeftijd een deal sloot met haar vader (vrouwenbesnijdenis ondergaan in ruil voor het krijgen van onderwijs) en traditionele gewoontes en geloof inzette in haar strijd om onderwijs.

- de videoconferentie van Nobelprijswinnares Leymah Gbowee voor TED "Unlock the intelligence, passion and greatness of girls" (maart 2012) schetst een goed beeld van de situatie waarin veel meisjes nog steeds leven en de beperkingen waar ze nog al te vaak mee te maken krijgen.

Ook op de site van de kinderrechten en -ontwikkelingsorganisatie Plan International bij het onderdeel over hun "Because I am a Girl"-campagne kan je heel wat informatie vinden over de hinderenissen die meisjes wereldwijd van een (goede) opleiding weerhouden.

 

  Institutionele & praktische obstakels

Daarnaast doen zich in heel wat landen ook nog andere, meer praktische en/of institutionele problemen voor die meisjes weg houden uit het onderwijs.

In veel landen:

-   zijn onvoldoende scholen om elk kind van goed onderwijs te voorzien
-   beschikken de scholen vaak over onvoldoende of verouderd materiaal
shortage-   is er onvoldoende (opgeleid) onderwijzend personeel
-   zitten de klassen vaak overvol
-   zijn de schoolkosten te hoog
-   liggen de scholen te ver weg
-   ...

bron foto: The Guardian  

Dergelijke problemen vormen hindernissen in de wens elk kind een (kwaliteitsvolle) onderwijservaring aan te bieden. In vele gevallen wordt er een keuze gemaakt binnen de gezinnen. Vaker dan niet zijn het de jongens die aan het langste eind trekken. Hun kansen om verder door te stromen binnen het secundair & hoger onderwijs liggen over het algemeen nog steeds (veel) hoger dan die van meisjes. Eenzelfde fenomeen geld vervolgens ook voor de arbeidsmarkt. Voor meer cijfers, zie ook RoSa's kwesties Loonkloof & Vrouwen aan de top.

Vervolgens zijn ook obstakels waar te nemen die heel direct de onderwijskansen van meisjes en jonge vrouwen beknotten of ouders op zijn minst ontmoedigen om hun dochter naar school te sturen:

dangerousroads-   een gebrek aan aparte toiletten/sanitaire voorzieningen
-   gebrek aan aparte leslokalen
-   onvoldoende (vrouwelijke) leerkrachten: in sommige landen
   of gemeenschappen mogen meisjes geen les krijgen van
   mannen
-   het wijdverspreid voorkomen van pesten & (fysiek en
   seksueel) geweld op school
-   het ontbreken van voldoende vrouwelijke rolmodellen (vb. vrouwelijke leerkrachten)
-   een onveilige weg naar school

bron foto: photovide.com

Verborgen curriculum

Tot slot, speelt het verborgen curriculum ook wereldwijd een grote rol. Meisjes & jongens krijgen ook hier nog te vaak bepaalde rollen toebedeeld die ook op school worden herhaald en benadrukt. Ook in het maken van studiekeuzes zullen meisjes en jongens vaak anders begeleid worden. Meer weten? Zie: Verborgen curriculum en schoolklimaat.

malala yousafzai Malala Yousafzai & andere Malala's

In tijden van economische crisis & humanitaire conflicten krijgen de vorderingen, mede mogelijk gemaakt door de Millenniumdoelstellingen, in stijgende mate te maken met weerstand en stagnatie. Vooruitgang die werd geboekt, loopt verhoogd risico opnieuw te worden teruggeschroefd. Meisjes blijken opnieuw de eerste slachtoffers: op verschillende plaatsen in de wereld stijgt de weerstand tegen pogingen om onderwijs voor meisjes te voorzien of te verbeteren.

Het verhaal van Malala Yousafzai is hier een mooi voorbeeld van. In oktober 2012 overleefde Yousafzai, een toen 15-jarig meisje uit Pakistan, ternauwernood een aanslag op haar leven. Deze aanslag werd gepleegd door de Taliban. Haar misdaad? Ze wou naar school.

Ze overleefde op miraculeuze wijze de aanslag en blijft tot op de dag van vandaag openlijk strijden voor haar recht op onderwijs - en dat van alle meisjes wereldwijd. Als erkenning van haar moed werd 12 juli 2013 (de dag waarop ze 16 werd) door de VN uitgeroepen tot 'Malala day'. Ook ontving ze zowel in 2013 als in 2014 een nominatie voor de Nobelprijs voor de Vrede. In 2014 trok ze aan het langste eind & werd ze de jongste persoon ooit die de Nobelprijs voor de vrede kreeg. Ze mocht darnaast ook reeds de Kindervredeprijs in ontvangst nemen. Vele internationale erkenningen zouden volgen. Zo won ze ondertussen ook reeds de Sacharovprijs voor de Vrijheid van Meningsuiting (2013), de Four Freedom Award voor Vrijwaring van vrees  (2014) en de Nobelprijs voor de Vrede (2014).

Het verhaal van Yousafzai is dan misschien uniek in het opzicht dat ze een aanslag wist te overleven en als 16-jarige genomineerd werd voor de Nobelprijs voor de Vrede; het feit dat ze als meisje géén (gelijke) toegang heeft tot onderwijs is dat niet. 32 miljoen meisjes ondergaan wereldwijd hetzelfde lot en hebben bijgevolg géén toegang tot onderwijs. Nog eens 33 miljoen anderen hebben slechts beperkte toegang tot kwaliteitsvol onderwijs. De NGO Plan België stelde recent nog een filmpje samen met als titel "De andere Malala's" om deze problematiek te illustreren.

Bron foto: Nighat Dad

Meer weten?

Een greep uit het nieuws:

 Duurzame toekomst

Meisjes en vrouwen krijgen nog steeds niet overal dezelfde onderwijskansen als jongens en mannen. Vooral in het secundair en tertiair onderwijs is nog steeds een grote 'gendergap' waarneembaar. De economische situatie die grote delen van de wereld de afgelopen jaren in zijn greep hield, heeft deze situatie opnieuw versterkt. Ontwikkelingshulp werd teruggeschroefd, onderwijsbudgetten werden zwaar ingeperkt, enzovoort.

Economisch belang

Gendergelijkheid in het onderwijsleven en gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs zijn echter essentiële elementen, willen landen uit de economische crisis geraken. Vooral ontwikkelingslanden kunnen hier zeker hun voordeel in halen.

allchildrenZo blijft onderwijs één van de basisingrediënten om tot economische ontwikkeling te komen. Onderwijs toegankelijk(er) maken voor meisjes kan hieraan een grote bijdrage leveren.

Volgens cijfers van De Wereldbank betekent een stijging van 1% in het aantal meisjes dat naar de secundaire school gaat een gemiddelde stijging van 0,3% in het per capita inkomen van een land. Daarnaast verdienen meisjes die een opleiding in het secundair onderwijs hebben genoten gemiddeld 18% meer dan zij die die kans niet kregen. Meisjes onderwijzen verhoogt zo niet enkel hun eigen inkomen, maar ook dat van hun gezin/familie en dat van het land in het algemeen.

Duurzaamheid

Onderwijs voor meisjes kan ook een vitale rol spelen bij het zoeken naar een meer duurzame toekomst. Goed onderwijs is een van de basisvoorwaarden voor duurzame ontwikkeling. De onderwijsgraad van vrouwen verhogen heeft - zowel op korte, als op lange termijn - een positief effect op de economische participatie van vrouwen én op het welbevinden van gezinnen en kinderen. Vooral in landen in ontwikkeling is het reduceren van analfabetisme en het verhogen van de scholingsgraad van meisjes essentieel voor het bestrijden van armoede en het versnellen van een duurzame economische groei. Verder leidt onderwijs voor meisjes in ontwikkelingslanden ook tot: 

worldatlas- lagere geboortecijfers
- minder kindersterfte
- stijgende kansen op de arbeidsmarkt
- verbeterde bijstand bij bevallingen
- verhoogde preventie HIV/AIDS
- verbeterde algemene gezondheid

Dit alles draagt dan weer bij tot het verminderen van zorgtaken, een verhoogd (gezins)inkomen en bijgevolg een duidelijk waarneembare economische groei.

Bron afbeelding: All Children Reading: A grand challenge for development

Meer weten?

 Hoger onderwijs & onderzoek

De voorbije jaren is een opvallende trend zichtbaar: steeds meer jonge vrouwen vinden hun weg naar het tertiaire niveau van onderwijs. Ook hun behaalde resultaten blijken die van mannen steeds vaker te overtreffen. Het aantal vrouwen mag dan nog niet evenredig verdeeld zijn over alle studierichtingen, ze zijn wel in steeds groter wordende mate present. Ook op professioneel vlak vinden steeds meer vrouwen hun weg naar het onderwijs.

Deze trend beperkt zich enerzijds echter voornamelijk tot het Westen en meer specifiek nog tot de OESO-landen (de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). Anderzijds blijft vooral de top onbereikbaar: het aantal vrouwen dat in een professionele context aan de slag is aan universiteiten & hogescholen en/of zich bezig houdt met wetenschappelijk onderzoek blijft belachelijk laag.
Ook in andere topjobs blijven vrouwen trouwens ondervertegenwoordigd. 

Ondanks het feit dat vrouwen dus over het algemeen steeds beter presteren op schoolniveau én vaak beter presteren dan hun rechtstreekse mannelijke concurrenten, blijft het aantal vrouwen in wetenschappelijke posten laag. De kansen voor vrouwen om binnen hoger onderwijs of onderzoek een job te verzilveren, zijn nog steeds niet ruim gezaaid. Mannen slepen het overgrote deel van de doctoraten in de wacht en komen sneller in aanmerking voor onderzoeksjobs aan universiteiten & hogescholen. Men kan in deze context spreken van een wereldwijde trend.

Volgens statistieken van UNESCO wisten enkel Lesotho en Myanmar de afgelopen jaren een percentage van boven de 55% vrouwelijke onderzoekers te behalen. In Afrika schommelen de cijfers gemiddeld tussen 0 en 45%. Europa doet het over het algemeen iets beter (beter is niet gelijk aan 'goed'!) met cijfers tussen de 30 en 45%. Opvallend is wel dat landen als Frankrijk en Duitsland niet boven de 30% presteren. Latijns-Amerika gaat aan kop met over het algemeen cijfers tussen de 45 en 55%. In het Oosten nemen we dan weer heel verscheidene cijfers waar. Het Midden Oosten en Zuid-Azië laten zich kenmerken door cijfers beneden de 30%. Zuidoost- en Centraal-Azië presteren iets beter, met cijfers tussen de 30 en 55%.

research

Bron afbeelding: Global Education Digest 2010: Comparing educational Statistics Across The World (UNESCO) - pdf

 Meer weten?

 Feminisering van het onderwijs

Male Teacher ZimbabweOf "het overheersen van het aantal vrouwelijke leerkrachten en docenten t.o.v. het aantal mannelijke".

Bron afbeelding: Garyschapman.com

Wereldwijd

In tegenstelling tot het feit dat heel wat vooroordelen en beperkingen waarmee vrouwen te maken krijgen binnen het onderwijsveld zowel in Vlaanderen alsook wereldwijd waarneembaar zijn, geldt de feminisering van het onderwijs die in België heel sterk van kracht is niet als wereldwijd. Het tekort aan vrouwelijke leerkrachten in werelddelen als Afrika en het Midden-Oosten vormt zelfs één van de grootste hindernissen op de weg naar het veralgemenen van onderwijs voor meisjes.

De meest recente cijfers van UNESCO spreken over een gemiddelde van onder de 40% vrouwelijke leerkrachten binnen het basisonderwijs in 18 Afrikaanse landen. De Centraal Afrikaanse Republiek en Somalië presteren het zwakst met cijfers onder de 20%. Voor het secundair onderwijs liggen de cijfers nog lager: in 14 Afrikaanse landen zijn minder dan 20% vrouwen actief als leerkracht. 5 landen hebben een cijfer dat tussen de 21 en 40% ligt. In geen enkel land, noch in Afrika, noch in het Midden-Oosten zijn meer dan 60% vrouwen actief als leerkracht binnen het secundair onderwijs.

women teacher percentage2
Bron afbeelding: Global Education Digest 2010: Comparing educational Statistics Across The World (UNESCO) - pdf p. 79

In de OESO-landen zien we het fenomeen van de feminisering echter wel zo goed als overal terugkeren. In geen enkel land liggen de cijfers voor het basisonderwijs lager dan 61% en enkel in België (61%), Finland, Spanje, Zwitserland en Griekenland liggen de cijfers onder de 81%. Ook hier zien we dat voor het secundaire onderwijsniveau meteen een andere realiteit waarneembaar is: maar liefst 11 landen scoren onder de 60% en het merendeel van de landen scoort tussen de 61 en 80%, waar dat cijfer voor het basisonderwijs nog boven de 81% lag.

Overal waar de feminisering van het onderwijs geldig is, slaat dit fenomeen voornamelijk op het basis- en secundair onderwijsniveau. In tertiaire onderwijsinstellingen blijven vrouwen, ook in de OESO-landen ondervertegenwoordigd t.o.v. mannen.

De situatie in Europa

Het percentage vrouwelijke leerkrachten daalt wereldwijd naarmate het niveau van onderwijs stijgt, ook in Europa. Hoe jonger de kinderen, hoe groter dus het aantal vrouwen voor de klas. In de Europese landen was er de afgelopen jaren sprake van cijfers tussen de 65 en 98% vrouwelijke leerkrachten binnen het basisonderwijs. Het secundair onderwijs deed het iets beter inzake man-vrouwverhoudingen met cijfers tussen 52 en 85%. In het Europese hoger onderwijs daalt het percentage vrouwen dan weer dramatisch tot een gemiddelde van slechts 40% vrouwelijke professoren. 

Meer weten? 

  Aanraders uit de RoSa-bibliotheek

Algemeen

 wellvoicesgenderbalance2education21equalitypolicy

juniorcommissieexclusioneducationforallglobalgendergapgenderschooling

Voor meer literatuur, zoek op in de RoSa catalogus onder de trefwoorden ONDERWIJS, GELIJKE KANSEN, INTERNATIONAAL, MEISJES en/of MENSENRECHTEN. 

Concrete themata

tanya1tanya2flameoutcomesbluestockingsafghanistan