EcolFeminist Ecologies. Changing Environments in the Anthropocene
Stevens, Lara; Peta Tait & Denise Varney (Eds.)
Cham: Palgrave Macmillan, 2018. – 271 p.
Nieuw binnen in de bib - binnenkort te raadplegen 

“As this extraordinary collection of writings decisively demonstrates, feminist theory’s fundamental commitment to equality and justice make ecofeminism the most powerful intellectual framework to tackling the increasingly complex and urgent manifestations of the global environmental crisis.”

Una Chaudhuri, professor Milieustudies aan NYU

Op zoek naar een allesomvattende definitie

In dit boek gaan redacteurs Lara Stevens, Peta Tait en Denise Varney op zoek naar de roots van ‘het’ ecofeminisme. Doel van het boek is de lezer een duidelijk maar ook volledig antwoord te bieden op de vraag ‘wat is ecofeminisme?’, al moet volgens de auteurs allereerst misschien de vraag worden geherformuleerd:

“By the 1990s there were multiple feminisms, which accordingly impacted ecofeminism and expanded it in new and varied directions. As with most feminist movements or waves, there remains no singular and agreed upon definition of ecofeminism.” (p. 3)

Er bestaan verscheidene manieren waarop feministische en ecologische zorgen elkaar raken en beïnvloeden. De auteurs hanteren liever de term feministische ecologieën. Onder meer omdat die term volgens hen beter de diversiteit van ‘de ecofeministische beweging’ weet te omvatten.

Ecofeminisme is niet altijd wat het is, was of lijkt

‘Het’ ecofeministisch gedachtegoed is daarnaast meer dan de som van zijn delen. Ecofeminisme kan door meerdere, (licht) van elkaar verschillende, definities omschreven worden. “…it cannot be taken for granted what exactly ecofeminism is or does, either historically or today.” (p. 3). Waarom mensen zich een ‘ecofeminist’ noemen kan dan weer van persoon tot persoon variëren.

Het boek heeft oog voor de grote waaier aan ecofeministische varianten die door de tijd heen gegroeid zijn en zich vandaag de dag naast elkaar lijken te manifesteren. De veelheid aan definities en variaties brengt vaak zowel voor- als tegenstanders in de war.

“Misconceptions about ecofeminism also pose challenges to its varied movements as, like many women-led causes, it sometimes has to fight to be recognized and treated seriously by other environmental, political and social activists.” (p. 3)

Dit boek is er om duidelijkheid te scheppen in de veelheid aan informatie zodat de lezer na het doornemen ervan beter in staat zal zijn te achterhalen over welke vorm van ecofeminisme - of feministische ecologiëen - sprake is in het volgende debat dat wordt bijgewoond, discussie die wordt aangegaan of boek dat wordt gelezen.

Oude(re) en nieuwe(re) stemmen aan het woord

Een waaier aan perspectieven komt aan bod in de hoop antwoorden te formuleren op wat ecofeminisme(n) is, wat het doet en wat - op z’n Jambers gezegd – iemand drijft zich ecofeminist te noemen. Zowel baanbrekende stemmen als hedendaagse aanhangers en activisten worden hierbij aan het woord gelaten. Belangrijke namen zoals Ariel Salleh (hoofdstuk 2), Val Plumwood (hoofdstuk 6) en Peta Tait (hoofdstuk 10) krijgen ruimte om te spreken. Het werk van pioniers (part I) wordt in dialoog gezet met meer recent onderzoek (part II) om na te gaan wat de gelijkenissen en continuïteiten zijn, maar evengoed welke opvallende evoluties en verschillen er opgetekend kunnen worden.

Feminist ecologies herinnert ons aan de kern van het ecofeministisch gedachtegoed, namelijk dat “environmental injustice is linked to social injustice particularly gendered social injustice”. (p. 2) of zoals pionier Greta Gaard het formuleert “ecofeminist approaches consider the fundamental interconnectedness of all life and resist all forms of oppression” (als geciteerd op p. 5).

Voor de fans van grote naam Val Plumwood: haar tekst in hoofdstuk 6 is een nog niet eerder gepubliceerd stuk waarin Plumwood dieper ingaat op wat ze de ‘hyperseparatie’ van het menselijke en het natuurlijke noemt. Die opdeling leidt volgens haar tot een ontkenning van het ecologische leven wat op zijn beurt dan weer de vernietiging van het milieu bestendigt.

Antwoorden op hedendaagse vraagstukken

Duidelijkheid scheppen in wat ecofeminisme juist inhoudt is één zaak. Maar, wat kunnen we er mee bereiken? Welk nut hebben ecofeministische standpunten anno 2019? Niet toevallig bestaat een tweede doel van het boek erin om na te gaan in welke mate feministische ecologische visies een antwoord kunnen bieden op heersende milieuvraagstukken. Zo beschrijft professor Milieuwetenschappen Kate Rigby in hoofdstuk 4  “…how ecofeminist thinking offers a variety of possible approaches to address our present ecological predicament” (p. 14). Ze doet dit door invloedrijke ecofeministische publicaties uit de 20ste eeuw naast elkaar te leggen.

In het boek wordt ook ingegaan op de niet te ontkennen impact die vrouwelijke milieuactivisten en –onderzoekers door de jaren heen hebben gehad op (de expansie van) het ecologisch en duurzamer denken en leven. Een aspect dat ook bij ons brandend actueel is. Denk maar aan de (overheersend vrouwelijke) klimaatspijbelaars, met Anuna De Wever en Kyra Gantois bij ons en Greta Thunberg internationaal op kop.

Daarnaast wordt er gekeken in hoeverre het ecofeministisch gedachtengoed een invloed heeft gehad op ruimere feministische beweging(en). Zo gaat professor theaterstudies Denise Varney in hoofdstuk 8 het effect na van de zogenaamde Climate Guardians, een activistisch ensemble dat via performances een ecofeministische visie verspreidt en de ernstige gevolgen van klimaatverandering aankaart. Hoofdstuk 12 brengt ons dan weer een analyse van de rol die vrouwelijke activisten hadden in de succesvolle World Park Antarctica campagne in de jaren ’80 van de 20ste eeuw. In hoofdstuk 7 onderzoekt docent theaterstudies Lara Stevens op haar beurt de mate waarin een ecologisch bewustzijn een invloed heeft gehad op het werk van belangrijke tweedegolffeministen zoals Germaine Greer.

Het boek biedt niet per se kant en klare antwoorden, maar levert wel voldoende genuanceerde en verduidelijkende informatie om de huidige vorm(en) van ‘ecofeminisme’ net iets beter te kunnen situeren in enerzijds ‘de’ feministische beweging en anderzijds ‘het’ ecologisch denken. De lezer leert (beter) begrijpen wat ecofeminisme niet is, maar wel kan zijn, en krijgt zo duidelijkheid over een begrip zonder dat de complexiteit, controversialiteit, gelaagdheid en variëteit ervan uit de weg wordt gegaan.

Exploitatie van ‘de ander’ als steeds terugkerend

Rode draad doorheen het boek is de link met het antropoceen. Voor de nieuwsgierigen onder ons: een uitgebreide toelichting vind je in de inleiding van dit boek, maar kortgezegd verwijst ‘het antropoceen’ naar het tijdperk waarin het aardse klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van menselijke activiteit. Denk aan industrialisatie en het exploiteren van de natuurlijke wereld voor menselijk gewin, waarbij volgens ecofeministische kritiek altijd sprake is van misbruik en uitbuiting van ‘de andere’, zoals vrouwen, armen, gekoloniseerde gemeenschappen, dieren, … .

“[Feminist ecologies] challenges us to take control over the Antropocene and shift our environments towards new and more sustainable directions.” (p. 18)

Zo verbindt Maryse Helbert in hoofdstuk 13 als expert in ecofeministische politieke filosofie verschillende onderdrukkende structuren om de ongelijke verdeling in kosten en baten tussen mannen en vrouwen bloot te leggen. Ze past deze analyse toe op mijnbouwprojecten en – dorpen. Helbert concludeert onder meer dat “…an ecofeminist ethics can help locate alternatives to correct the unequal gendered distribution of the risks and benefits of mining projects…” (p. 17).

(Te) Australische blik voor globale vraagstukken?

Het grootste minpunt van het boek is voornamelijk dat er alleen stemmen, standpunten en visies van ecofeministen uit (de regio rondom) Australië aan bod komen, ondanks dat het boek zich als ‘globaal relevant’ poneert. De samenstellers van het boek - alle drie ook Australisch - geven zelf wel aan dat er meer analyse van onderzoek van ecofeministische denkers, organisaties en activisten uit andere regio’s nodig is om een globaler beeld te kunnen schetsen. Ook erkennen ze dat er heel wat baanbrekende stemmen in andere landen te vinden zijn, denk bijvoorbeeld aan India.

Toch opteerden de auteurs er, ondanks hun eigen nuancering, voor om enkel Australische stemmen aan bod te laten komen in deze publicatie, omdat ze hopen ‘dat andere publicaties wel zullen volgen’ en omdat ze in de Australische cases ‘veel herkenbaars en bruikbaars zien’ als antwoord op globale milieuvraagstukken. Het is alleen jammer dat ze voor deze publicatie niet iets meer moeite deden om een meer diverse groep experten en activisten aan het woord te laten. Suggestie: de volgende keer best deze beperkte focus in je titel opnemen. In een boek ‘feminist ecologies from an Australian perspective’ zouden we uiteraard dit minpunt niet zo snel vermelden.

Het is uiteraard niet allemaal kommer en kwel wat die focus betreft. Er valt inderdaad heel wat te leren uit de Australische geschiedenis met industrialisatie en kolonisatie, alsook de ecologische en feministische antwoorden of tegenreacties hierop. Zoals de auteurs het zelf verwoorden: “…battles in Australia are indicative of what has occured in other developed countries” (p. 9). Denk onder meer aan de conflicten rond mijnindustrie, landbouw en ontbossing waarbij situaties van overmatige toepassing hebben geleid tot onder andere grootschalige erosie en watervervuiling.

Het boek is vooral een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in wat de link tussen feministische visies en ecologische standpunten kan betekenen in de zoektocht naar antwoorden op heersende milieuvraagstukken en de dreigende effecten van klimaatverandering.

“[…] ecofeminism and the cosmic version of deep ecology appear to be pointing to what might be an important truth for environmentalists, namely that we cannot save the world without first acquiescing in its loss. […] Ironically then, it is by accepting and honoring the forces of destruction that we are freed from the impulse to destroy.”

milieufilosoof Freya Matthews (p. 52)