Mystica met kromzwaard. Het opzienbarende leven van Jenny Merkus (1839-1897)
Grémaux, René en Wim van den Bosch
 Delft: Eburon, 2014
RoSa-exemplaarnummer T/1293

Mystica met kromzwaardDe auteurs van deze eerste biografie van de Nederlandse Jenny Merkus leverden een uiterst gedetailleerde, haast wetenschappelijke studie af. Waar het hen aan objectieve informatie op basis van documenten ontbreekt, vullen ze de feiten aan – voorzichtig en onder voorbehoud – met gegevens uit de roman ‘De Morissons’ (1890) van Jenny’s schoolkameraad Maria Lamping-van Bosse en uit de novelle ‘Zuster Catchinka’ (1866) van Jenny’s hartsvriendin en huisgenoot, de feministische schrijfster Catharina van Rees. In beide werken stond Jenny Merkus model voor het hoofdpersonage. Over de aard van haar relatie met ‘Cato’ van Rees bleef Jenny in haar dagboeken nogal vaag, zoals ze zwijgzaam was over alles wat haar persoonlijke gevoelens betrof.

Het boek is chronologisch opgebouwd, met links bovenaan op de bladspiegel plaats en dagtekening van het gebeuren en rechts een passend citaat. Een overzichtelijke bronnenlijst gerangschikt per taal, een volledige literatuurlijst, een personenregister en een topografisch register sluiten het werk af. Laat dit de lezer vooral niet afschrikken. Het boek trekt je moeiteloos binnen in het avontuurlijke leven van deze excentrieke dame.

Jeugd

Jeanne ‘Jenny’ Merkus werd geboren op 11 oktober 1839 op Batavia, als zesde kind van gefortuneerde ouders. Haar moeder, Wilhelmine Niclasine Cranssen, was de erkende dochter van een in vrijheid gestelde slavin. Haar vader Pieter Merkus, gouverneur-generaal van het toenmalige Nederlands-Indië, stierf toen Jenny amper vijf jaar was, waarop Jenny’s moeder met haar kroost terugkeerde naar Nederland. Toen ook zij overleed werden de weesjes opgevangen door ‘oom Willem’, de Waalse dominee Charles Guillaume Merkus. Zijn diepchristelijke geloofsbeleving en religieuze principes, gericht op naastenliefde en sociaal engagement, zouden een diepe indruk nalaten op Jenny. Ook volgde Jenny zijn overtuiging dat Christus op aarde zou terugkeren, een idee met verstrekkende gevolgen. Andere voorbeeldfiguren uit haar jeugd waren Jeanne d’Arc en Florence Nightingale. Ze zou haar hele fortuin opmaken aan het realiseren van hun idealen.

Strijdvaardige filantroop

Jenny Merkus’ sociale en politieke ideeën zijn volledig religieus gedreven. Als diakones kan ze bij haar activiteiten in de ziekenzorg en filantropie de zieltjeswinnerij niet laten. Politiek evolueert de bijbel-vaste Jenny al snel naar het linksradicale revolu-tionaire gedachtegoed. In haar fanatiek bewonderde Frankrijk maakt ze de Commune van Parijs mee. Ze organiseert er hospitalen voor de gewonden en ontmoet er de militante feministe Louise Michel, het rolmodel voor Jenny’s latere militaire optreden in de Balkan. Volgens achternicht Betsy Perk voelt Jenny “een onweerstaanbare drang om waar zij meende dat onrecht zich voordeed, met woord en daad hiertegen te velde te trekken.”

Nadat ze op krachten gekomen is duikt Jenny Merkus op in Rome, in kringen van progressieve denkers. Daar ontluiken haar plannen voor ‘de stichting van een gebouw tot Gods verheerlijking’. ‘Een stem’ zegt haar dat ze haar bouwplannen van Rome naar Jeruzalem moet verplaatsen, wat ze dan ook doet in 1873.

De nieuwe Jeanne d’Arc

Eind 1875 richt Jenny haar aandacht op de vrijheidsstrijd van de christelijke Serviërs en Bosniërs tegen de islamitische Turken. Een voorspelling zegt haar dat de Turken medio 1876 uit Europa verjaagd zouden zijn. Jenny, die bruist van dadendrang en internationale solidariteit, reist af naar de Balkan. Dit keer niet als volgeling van Florence Nightingale maar als de Zuid-Slavische Jeanne d’Arc. Niettemin steunt ze gul het pas opgerichte Rode Kruis. Ze wordt de rechterhand van een commandant van het opstandelingenleger en neemt met religieus vuur deel aan schietpartijen. In 1876 wordt ze in Belgrado als heldin gehuldigd. Tot ze uit het Servische leger wordt gezet.

Na haar mislukte Balkan-avontuur pakt ze de draad weer op in Jeruzalem en schenkt opnieuw een enorm bedrag aan haar Franse architect om het kolossale gebouw af te werken. Hoewel ze daardoor krap bij kas zit, blijft ze armen en vrijheidsstrijders financieel steunen. In 1879 is haar geld op en moet ze de werf stilleggen. In 1895 keert ze kaalgeplukt en uitgeput terug naar Europa. Twee jaar later sterft ze op de leeftijd van 57 jaar.