Cécile de Jong van Beek en Donk, Alkmaar 19 mei 1866 - Méréville (Fr) 15 juni 1944

Cécile de Jong van Beek en DonkIk zou het onze jonge meisjes met hartstocht willen toeroepen tot ze 't eindelijk verstonden: Ga uit en werk en grijp je aan! Gebruik dan toch je gaven en krachten, die God je er voor gegeven heeft! Stel je niet tevreden met dien toestand van te veel geld om te verhongeren en te weinig om echt van te leven, waarin zoovelen nu nog treurig voortsoezelen, werk uit al je macht in alle richtingen, je hebt evengoed als je broers recht op een onafhankelijk, werkzaam leven!’
Hilda zag tot haar op met haar sympathiek jongen glimlach van opgetogenheid. ‘O! Waarom doet u het niet! Waarom gaat u niet uit preeken? Ik geloof dat u ons allemaal zou kunnen meesleepen!’

Uit : Hilda van Suylenburg (1897)

Biografie

Cécile de Jong, auteur van Hilda van Suylenburg (1897), “de bijbel van de eerste feministische golf” in Nederland, werd in 1866 geboren als Jonkvrouwe Cécile Wilhelmina Elisabeth Jeanne Petronella de Jong van Beek en Donk.  Haar moeder, gravin Anna Nahuys, zetelde in het eerste bestuur van de vrouwenvereniging Arbeid Adelt. Cécile kreeg samen met haar jongere zus Elisabeth thuis onderwijs van gouvernantes, vooral in talen, kunst en cultuur. Op haar vierentwintigste trouwde ze met de Haagse jurist en projectontwikkelaar Adriaan Goekoop.
In 1892 trok Cécile als voorzitter van de Bond ter Bestrijding eener Gruwelmode het protest op gang tegen het gebruik van veren en vogellijkjes op dameshoeden. De organisatie bestaat nu nog onder de benaming Vogelbescherming Nederland.  Via de beweging voor dierenbescherming kwam ze in contact met andere progressieve vrouwen en met het feminisme. Vanaf 1895 werd ze bijzonder actief in de vrouwenbeweging.

IHet bestuur van de Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeidn 1896 zetelde Cécile de Jong als medeoprichter in het bestuur van de Vereeniging ‘Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid’,  waarvan ze vanaf 1897 voorzitter werd. De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, in 1898 georganiseerd naar aanleiding van de inhuldiging van koningin Wilhelmina, was geïnspireerd op de vrouwenexpositie op de wereldtentoonstelling in Chicago (1893).

In diezelfde periode van feministisch engagement publiceerde de Jong haar eerste roman, Hilda van Suylenburg, waarin alle feministische ideeën en eisen van die tijd via de levens van de personages aan bod komen. Haar boek deed stof opwaaien. Cécile werd de vedette van de vrouwenstrijd. Haar feministische activiteiten zorgden echter voor een breuk met haar man en het kwam tot een echtscheiding in 1899. Tot haar groot verdriet koos haar zus Elisabeth de kant van Paul Goekoop.

Na haar scheiding verhuisde Cécile de Jong naar Parijs, waar ze werkte als correspondent voor De Nieuwe Courant. In 1904 hertrouwde ze en kreeg een zoon in 1905. Ze bekeerde zich tot het katholicisme, in 1916 liet ze zich dopen.

Cécile de Jong van Beek en Donk verkeerde graag in het Parijse kunstenaarsmilieu waaruit ze inspiratie putte voor haar romanpersonages.

Ondanks haar grote invloed op de vrouwenemancipatie raakte Cécile de Jong in de laatste jaren van haar leven helemaal vergeten. Haar overlijden in Frankrijk op 15 juni 1944 bleef onopgemerkt.

Oeuvre

In 1897 schreef Cécile de Jong van Beek en Donk ter gelegenheid van de tentoonstelling over vrouwenarbeid de brochure Aan de vrouwen in Nederlandsch Oost Indië.
Hilda van Suylenburg (1897)In datzelfde jaar verscheen Hilda van Suylenburg, een tendensroman waarin alle strijdpunten van de vrouwenbeweging aan bod kwamen: vrouwenkiesrecht, recht op onderwijs en arbeid, financiële afhankelijkheid en armoede, huwelijkswetgeving en dubbele moraal... Aan de hand van de personages uit de Haagse aristocratie beschrijft de auteur de benauwende maatschappelijke conventies en discriminerende wetten die vrouwen beletten een volwaardig leven te leiden. In tegenstelling tot Couperus’ Eline Vere (1888) toont Hilda van Suylenburg aan dat de vrouwen kunnen ontsnappen aan een leeg bestaan. Hoofdpersonage Hilda is een succesvol rolmodel dat er uiteindelijk in slaagt een carrière als advocaat te combineren met een gelukkig huwelijksleven en het moederschap. Volgens de Jong zijn vrouwen dan wel slachtoffer, maar ze zijn ook verantwoordelijk voor wat ze met hun eigen leven aanvangen. Vrouwen hebben de morele plicht om de wereld te verbeteren door bij zichzelf te beginnen. Bij het verschijnen van het boek laaide de discussie over vrouwenrechten in Nederland hoog op : niet zozeer de literaire kwaliteit van het werk maar de revolutionaire maatschappijvisie van de Jong zorgde voor heel wat commotie.
Bron: historici.nl

Meer lezen:

Jan Bank en Maarten van Buuren, Een vrouwenleven . - In: 1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur  (2000 ). – pp. 502 - 521 DBNL
Jolande Withuis, Burgerlijk feminisme is geen scheldwoord (NCR Boeken, 30/03/1991)
Op Open Library.org kun je Hilda van Suylenburg (3e druk - 455 p.) online lezen. Op DBNL staat een snel oplaadbare versie per hoofdstuk

In 1907 publiceerde de Jong haar tweede roman, Lilia, over een jong meisje dat in de steek gelaten wordt door haar geliefde wanneer ze zwanger is. Dat haar halfzus haar ook laat vallen maakt haar verdriet nog erger. Een biografische hint naar de houding van haar zus Elisabeth toen haar huwelijk met Goekoop op de klippen liep.
Meer lezen:
Elisabeth Leijnse, Ressentiment als creatieve motor

Haar boek De geschiedenis eener bom, met een inleiding van Andrzej Strug (1912) handelt over de Poolse opstanden tegen het Russische tsarenregime rond 1900.

Haar laatste roman, Bij de waskaarsen (1930) bevat autobiografische elementen: de hoofdpersoon is een jonge vrouw die zich bekeert tot het katholicisme.

Erkenning en prijzen

Voor haar engagement in de Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid kreeg Cécile de Jong de onderscheiding van ridder in de Orde van Oranje-Nassau (1898).
Haar roman Hilda van Suylenburg verkocht bijzonder goed en werd verschillen keren herdrukt. Het werk werd vertaald naar het Duits, Frans en Zweeds. In 1984 verzorgde de feministische uitgeverij Sara uit Amsterdam een moderne herdruk. Het boek werd compleet afgekraakt door de literaire kritiek omdat het een tendensroman was en dus geen kunst, maar door de romanvorm kwam het wel terecht bij het publiek voor wie het bedoeld was. Omdat zoveel vrouwen zich erin herkenden werd het zo’n groot succes. Tegen het eind van haar leven was de eens zo invloedrijke feministe vergeten, zelfs binnen de vrouwenbeweging. Pas in de jaren 1970 werd haar werk weer onder de aandacht gebracht.

Meer lezen :
Lizet Duyvendak, Honderd jaar ‘Hilda’, een negentiende-eeuwse feministische bestseller . - In: Literatuur. Jg. 15, AUP, Amsterdam 1998.

Aanraders in de RoSa bibliotheek

  • Elisabeth Leijnse, Cécile en Else, strijdbare freules. Een biografie (2015) - RoSa exemplaarnummer T/
  • Ulla Jansz,  Denken over sekse in de eerste feministische golf  (1990) - RoSa exemplaarnummer FIIm/0260
  • Jacqueline Bel, Thomas Vaessens, Schrijvende vrouwen. Een kleine literatuurgeschiedenis van de Lage Landen (1880 – 2010) – RoSa exemplaarnummer GIV2m/0150
  • Els Kloek, 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis (2013) – RoSa exemplaarnummer V3/0554
  • Fia Dieteren, Vogels en vrouwen. Over de relatie tussen vrouwenbeweging en vogelbescherming omstreeks 1900. – In: Historica 21 (1998) nr. 4, 3-5
  • 'Ik doe toch niets dan prullewerk'. Dilettantisme en Ware Kunst in Hilda van Suylenburg. - In : LOVER 25 (1998) nr. 2, 62-65.

Fotobronnen