Anna Maria Francisca van Wageningen-Salomons (Rotterdam, 1885 – Den Haag, 1980)

Annie Salomons, pseudoniem Ada Gerlo. Illustratie: Portretfoto van Annie Salomons door onbekende fotograaf, ca. 1910 (Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland)‘Ik geloof niet, dat de mensheid nog ooit zo vol blij vertrouwen de toekomst tegemoet had gezien, - en zeker zal ze het nooit weer doen. […] De arbeider zou het beter en beter krijgen en ook voor die andere onderdrukte kaste: de vrouw zou nu pas het leven in zijn volheid opengaan.’ 
‘De agressiviteit van de eerste strijdsters voor vrouwenrechten, wie men het verongelijkt zijn op meters afstand van de verbeteren gezichten kon aflezen, was voorbij. [Al waren er ook in dien eersten tijd al enkelen, zoals mevrouw Wijnaendts Franken, die begrepen, dat charme een van de onoverwinnelijkste wapens van de vrouw is.] Wij waren het tweede geslacht; dankbaar, dat die eersten, fel en onverdraagzaam, het spits voor ons hadden afgebeten en dat wij nu geen Prinzipienreiter meer behoefden te zijn.’  

Bron: Fragmenten uit Herinneringen uit den ouden tijd (pp. 33-34, 1957)

‘Nou, zet gezellig maar voorop. Ontwikkeling zul je hier niet veel halen. De meeste meisjes studeeren zoo weinig ernstig. 't Is maar'n pretje, 'n afleiding. Vroeger maakten ze handwerkjes om den tijd te dooden, en nu komen ze studeeren, omdat dat toch wel zoo vermakelijk is.’ 

‘Op de kroeg wordt geen enkele vrouw toegelaten," viel Mary Bruining, 'n ernstig, donker meisje, in, "en ik geloof, dat ze gelijk hebben en dat de maatregel meer is genomen uit angst voor de ongebondenheid der heeren--, dan uit afkeer voor de dames-studenten. Omdat voor ons dergelijke bezwaren niet bestonden, hebben we introductie voor jongens mogelijk, ofschoon niet makkelijk gemaakt. De studenten zijn voorloopig niet zóó, dat we van houding veranderen kunnen.’ 

‘Onze vrouwelijkheid, onze zachtheid in hun leven brengen. Dat ontbreekt hun 't meest, en dat kunnen wij, die bovendien hun collega's zijn, hun 't beste geven. Dat is toch geen co-educatie, die zich beperkt tot 't in dezelfde zaal college loopen, dezelfde studie volgen. Ik had me alles zoo anders, zooveel hartelijker voorgesteld, en 't zou voor ons allemaal zoo goed zijn. Alle meisjes vinden toch niets heerlijker dan gezelligheid te kunnen geven, en zooveel meisjes zijn eenzaam, en voor de jongens.... we zouden elkaar aanvullen.’

Bron: Fragmenten uit Een meisje-studentje (hoofdstuk IV, 1907)

 

Biografie

Annie Salomons (ook bekend onder het pseudoniem Ada Gerlo) is de jongste dochter van Trinette Maria Catharina Kortman (1852-1925) en de fabrieksdirecteur Theodoor Constant Salomons (1848-1925). Samen met haar zus Henriëtte krijgt Annie Salomons een strenge katholieke opvoeding. Zij heeft een eenzame jeugd, waardoor ze van jongs af aan zichzelf verhaaltjes vertelt.

Na het behalen van haar HBS-diploma aan de Gemeentelijke Hogere Burgerschool voor Meisjes in Rotterdam (1901), studeert Annie Salomons als extranea aan het Erasmiaans Gymnasium (1904-1905). Vervolgens volgt ze een opleiding Nederlandse Letteren in Leiden, en later in Utrecht. De jonge vrouw maakt echter haar studies niet af: schrijven duldt geen uitstel meer.

De eerste gedichten van de zestienjarige Annie Salomons worden gepubliceerd in Jong Holland, een maandelijks tijdschrift voor studenten. Johan de Meester (1897-1987), de kunstredacteur bij De Nieuwe Rotterdammer, ontdekt haar gedichten en aarzelt niet om haar verzen bekend te maken – wat niet goed overkomt bij haar ouders, wiens mening zij op prijs stelt.

Twee jaar later wordt Annie Salomons lid van de Vereniging van Letterkundigen, waardoor zij zich als auteur meer gesteund voelt. Ook begint ze boeken te vertalen, lezingen te geven in Nederland en in België, en publiceert ze heel wat artikelen in kranten en tijdschriften. Daarin pleit ze voor meer sociale vrijheid – zowel voor vrouwen als voor mannen. Een voorbeeld hiervan is de vaste rubriek ‘Wat een vrouw denkt over…’ in De Nieuwe Groene (1915-1920). Annie Salomons staat ook bekend om haar bijdrage aan de tentoonstelling De vrouw 1813-1913. Ondanks dat alles is ze geen felle feministe: ze is te katholiek en te conformistisch opgevoed.

In 1924 trouwt Annie Salomons met de jurist Henri Van Wageningen (1892-1941), waarna de koppel in Medan verblijft (Nederlands-Indië). Dit huwelijk is gelukkig, maar blijft kinderloos. Omdat de schrijfster zich moeilijk aanpast aan deze nieuwe omgeving en niet meer tegen de hitte kan, keert het echtpaar terug naar Nederland in 1927.

Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1939) en het overlijden van haar man (1941), schrijft de auteur wat minder. Na de bevrijding komt ze weer in contact met oude vrienden en begint ze een nieuw, rustiger leven.

In 1980 sterft de vierennegentige Annie Salomons in Den Haag, na een kort ziekbed.

Meer lezen:

Annie Salomons (DBNL – Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)

Annie Salomons (Het Damescompartiment)

Annie Salomons (BWN – Biografisch Woordenboek van Nederland)

Oeuvre

Annie Salomons schrijft zowel gedichten als romans. In haar werk zijn huiselijk realisme, haar Indische jaren en de thema’s ‘man-vrouwverhouding’ en ‘de ontwikkelde vrouw’ vaak terug te vinden. Zij denkt dat de twee seksen gelijkwaardig maar verschillend zijn, en geeft toe dat ze mannen bewondert. Die kunnen volgens haar ‘beter de grote lijnen zien, en meer abstract en wijsgerig denken’ (DBNL: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1981).

Als Annie Salomons naar de universiteit gaat, stelt ze vast dat de vorige generaties van feministen het meeste werk gedaan hebben op het vlak van toegang tot onderwijs voor vrouwen. Annie Salomons / Een meisje-studentje (1907)Toch is er nog een lange weg te gaan naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen, want niet alle mannelijke studenten accepteren deze nieuwe situatie. Dit is precies de desillusie waar de schrijfster het over heeft in haar bekende roman Een meisje-studentje (1907). Hierin geeft Annie Salomons een stem aan de voor- en tegenstanders van vrouwen in universiteiten. Ook concludeert ze dat jongens die studeren, wetenschappelijker en meer op carrière gericht zijn dan meisjes.

Daarna volgen werken zoals Verzen: Tweede bundel (1910), Langs het geluk (1914), De stille lach (geschreven samen met Nico van Suchtelen, 1916), Ballingen (1927), Verhalen uit het verre Oosten (1930), Van vrijen tot schreien (1931), Het huis in de hitte (1933) en God en het gezin (1937). Haar grootste succes is Herinneringen van een onafhankelijke vrouw (onder het pseudoniem Ada Gerlo, 1915), waarin ze vrouwen aanmoedigt om zelfstandig te worden.

Annie Salomons heeft een groot netwerk onder de Nederlandstalige schrijvers van haar tijd. Ze kent persoonlijk heel wat tijdgenoten, onder wie Lodewijk Van Deyssel (1864-1952), Louis Couperus (1863-1923), Jan Hendrik Leopold (1865-1925), Pieter Cornelis Boutens (1870-1943), Carry van Bruggen (1881-1932) en Hélène Swarth (1859-1941). In haar tweedelige boek Herinneringen uit den ouden tijd (1957, 1960) vertelt Annie Salomons anekdotes over de literaire persoonlijkheden die haar pad gekruist hebben.

Erkenning en prijzen

Het literaire talent van Annie Salomons krijgt ruime erkenning. De schrijfster mag zich niet alleen Officier in de Orde van Oranje-Nassau noemen, maar ook erelid van de Nederlandse Afdeling van de PEN-club, een internationale organisatie van schrijvers. Ze is bovendien lid van het Provinciaal Utrechts Genootschap en erelid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

In 1978 gaat de vijfjaarlijkse Nederlandse literaire Jacobson-prijs van het Tollensfonds naar Annie Salomons voor haar hele oeuvre.

Naast erkenningen en prijzen worden een aantal van haar boeken meerdere malen herdrukt, zoals Herinneringen van een onafhankelijke vrouw (1915).

Aanraders uit de RoSa bibliotheek

Herinneringen van een onafhankelijke vrouw / Annie Salomons. (1951). 224p. - RoSa exemplaarnummer RI/0175Herinneringen uit den ouden tijd / Annie Salomons. (1957). - RoSa exemplaarnummer T/0105Herinneringen uit den ouden tijd / Annie Salomons. (1960). - RoSa exemplaarnummer T/0104Herinneringen van een onafhankelijke vrouw / Annie Salomons. Antwerpen: Wereldbibliotheek, 1951. 224p. Recensie in: ’T Fameke (september 1987). - RoSa exemplaarnummer RI/0175.

Herinneringen uit den ouden tijd / Annie Salomons. Antwerpen: De Sikkel, 1960. 160p.: ill. - RoSa exemplaarnummer T/0104.

Herinneringen uit den ouden tijd / Annie Salomons. Den Haag: Bert Bakker. Daamen, 1957. 160p.: ill. - RoSa exemplaarnummer T/0105.

Annie Salomons. Begeren en wenen, bevrediging nooit. In: De Haagse Post (15/03/1980).