"There’s no denying that maps can change the way we think about the world. But what about the way we think about what’s underneath? That was the case in 1953, when a young geologist named Marie Tharp made a map that vindicated the controversial theory of plate tectonics. But Tharp’s discovery of the 10,000-mile-long Mid-Atlantic Ridge* — a find that showed that the sea floor was spreading — was initially dismissed as “girl talk”."

Erin Blakemore - in Smithsonian magazine, 30/08/2016

tharpMarie Tharp (1920-2006) is een Amerikaans geologe gespecialiseerde in het in kaart brengen van de oceanen. In samenwerking met de Amerikaanse geoloog Bruce Charles Heezen (1924–1977) realiseerde ze in de jaren '50 van de 20ste eeuw de eerste wetenschappelijke kaart van de bodem van een oceaan, namelijk de Atlantische Oceaan. Later zouden ze ook als eersten ooit de volledige zeebodem in kaart brengen.

Hun werk zou grote gevolgen hebben voor de geologie. Het bevestigde de aanwezigheid van wat men in geologische kringen 'de Mid-Atlantische Rug' noemt. Deze kloof leverde op zijn beurt dan weer het bewijs dat de enorme bergketen die ze in kaart brachten een plek vormde waar de oceanische korst zich uiteen spreidde (de zogenaamde zeebodemspreiding). De ontdekking van Tharp en Heezen veroorzaakte een revolutie in de geologie en leidde tot de acceptatie van een theorie die daarvoor altijd afgedaan werd als 'ketterij' binnen de wetenschappelijke wereld, namelijk het bestaan van platentektoniek en continentale drift). De kloof strekt zich uit over de hele Atlantische Oceaan en wordt beschouwd als het grootste fysieke kenmerk op aarde.

Bron afbeelding: Smithsonian Magazine

Marie Tharp

Marie Tharp bleek als kind al een grote fascinatie te hebben voor de oceaan. Haar vader, die cartograaf en landmeter was voor het Amerikaanse ministerie van landbouw, bracht Tharp daarnaast kennis bij over het samenstellen en lezen van kaarten. Hij leerde haar ook het belang van kaarten voor ons begrip van de wereld rondom ons. Tharp zou deze twee interesses later combineren in haar professionele carrière. En, ze zag het groots, zoals haar vader haar geleerd had. Ze wilde iets realiseren wat nog nooit iemand had gedaan. Ze zou de bodem van de oceanen in kaart brengen. Maar was zoiets wel mogelijk? Ondanks dat de slaagkansen laag waren en haar medegeologen er niet al te veel vertrouwen in hadden ("girl talk"), besloot Tharp haar droom te proberen waarmaken.

In 1943 behaalde Marie Tharp een Bachelor in Engels en Muziek aan de University of Ohio. Ze voegde daar in 1944 een Master in de Geologie aan de Universiteit van Michigan aan toe. Daar was ze beland nadat ze een flyer van UM had gezien waarin jonge vrouwen werden aangemoedigd een opleiding geologie te volgen om zich voor te bereiden op functies in de petroleumindustrie. De University of Michigan had tot dan toe nooit vrouwen toegelaten in de richting geologie, maar door de afwezigheid van de mannen (die op dat moment in grote getallen betrokken waren bij WOII) werd besloten om in te zetten op vrouwelijke studenten.

Haar eerste job als geoloog was in Oklahoma voor een oliemaatschappij. Op haar eerste werkdag ontdekte ze echter dat vrouwen geen veldwerk mochten doen, en dus zat Tharp vast in een kantoor en deed het coördinerende werk voor haar mannelijke collega's. Gedurende deze tijd volgde ze genoeg vakken aan de Universiteit van Tulsa om in 1948 ook een diploma in Wiskunde te behalen. Eind jaren '40 verliet ze opgelucht de olie-industrie nadat ze werd aangenomen als technisch assistent aan de geologie-afdeling van Columbia University. Het was daar dat ze Bruce Heezen ontmoette. Ze zouden samenwerken aan het onderzoek naar de zeebodem tot aan Heezen's overlijden in 1977. 

Onderzoek naar de bodem van de oceaan

Tot Marie Tharp en Bruce Heezen er in de jaren ’50 van de 20ste eeuw mee aan de slag gingen, was er weinig aandacht besteed aan een nauwkeurig en gedetailleerd onderzoek naar de oceaanbodems. Er waren voorheen wel sporadische pogingen geweest de diepte van de oceanen te meten, maar meestal ging dat om erg 'basic' onderzoeken. Voorafgaand aan WOII werden die metingen trouwens voornamelijk uitgevoerd door door de overheid gesponsorde expedities zoals die van de Britse HMS Challenger (1872-1876) en de Duitse Meteor (1925-1927). In de meeste gevallen ging dat 'onderzoek' om bemanningen van schepen die touwen met gewichten in de oceaan lieten zaken om op die manier te meten hoe diep deze onder het wateroppervlak verdwenen.

Pas later werden dergelijke touwmethodes door wetenschappers vervangen door echolocatie- of sonarapparatuur. Via sonar wordt gemeten hoe lang het duurt voordat een geluidsgolf (die bijvoorbeeld vanaf een schip naar de zeebodem wordt gestuurd) op iets weerkaatst (de bodem) en daarna terugkeert. Dezelfde tactiek die bijvoorbeeld ook dolfijnen gebruiken om te bepalen hoe ver iets of iemand zich van hen af bevindt. Wat dieren gebruiken noemt men doorgaans echolocatie. De menselijke variant of adaptatie van deze techniek wordt over het algemeen sonar genoemd. 

Marie Tharp's bijdrage aan de kennis over oceanen en continenten 

Om echter de volledige bodem van een oceaan in kaart te brengen zouden heel wat sonarberekeningen nodig zijn. Een huzarenwerk zou dat zijn. Tharp's droom bleek dan ook geen simpele taak. Heezen en Tharp focusten hun onderzoek dan ook initieel op de bodem van de Atlantische Oceaan.

Om de bodem van de Atlantische Oceaan (de tweede grootste oceaan ter wereld) in kaart te kunnen brengen moest Tharp, toen werkzaam aan het Lamont Geological Observatory van de Columbia University, enorme hoeveelheden opnames verwerken die via sonar tot stand waren gekomen. Deze opnames moesten allemaal verzameld worden en naast elkaar gelegd. Met behulp van dieptemetingen die Heezen verzamelde, creëerde Tharp driedimensionale reliëfkaarten van de oceaanbodem die onderzeese ruggen op wereldschaal onthulden. Het werk dat ze begin jaren '50 begonnen nam erg veel tijd in beslag en pas in 1957 konden ze een gedetailleerde fysiografische kaart van de bodem van de Atlantische Oceaan voorleggen. Hun Atlantic Ocean Floor Map zou later (in 1968) ook in het gerenommeerde National Geographic Magazine gepubliceerd worden. In de jaren '60 en '70 breiden ze hun werk uit naar de rest van de zeebodem.

Het onderzoek van Heezen & Tharp leidde in 1952 tot een revolutionaire ontdekking: het besef dat er een ‘rift valley’ bestaat die door het midden van de Atlantische Oceaan loopt. Het was Tharp die de ontdekking deed. Ze moest Heezen initieel zelfs van het bestaan ervan overtuigen. Het zou bijna een jaar duren voor ze genoeg bewijs had om hem te overtuigen. Het bestaan van de door Tharp ontdekte kloof werd voor 1952 al voorspeld, maar het bestaan ervan was echter nog nooit wetenschappelijk bevestigd. Deze rift valley, die ook wel de Mid-Atlantische Rug wordt genoemd, begint voor de kust van IJsland en rijkt tot meer dan 40000 mijl onder het oppervlak van de oceaan.

Niet enkel het bestaan van deze Mid-Atlantische Rug was een doorbraak. Het bestaan van een dergelijke kloof vormde ook onweerlegbaar bewijs voor het bestaan van de continentendrift (of continentenverschuiving). Dit is het geologische verschijnsel dat de continenten bewegen. Het bestaan van deze continentenverschuiving was als hypothese in de jaren ’50 van de 20ste eeuw zo onpopulair in de Verenigde Staten dat het geloof erin als een vorm van wetenschappelijke ketterij werd beschouwd. Haar ontdekking zou in de loop van de jaren '60 tot een ware revolutie in de geologische wereld leiden. De papers die volgden op het onderzoek van Tharp en Heezen en die hun kaarten als bron gebruikten gelden tot op vandaag als dé te raadplegen bronnen wat betreft platentektoniek, de wetenschappelijke theorie die onder meer de geografische ligging van continenten, oceanen, gebergten en andere structuren aan het aardoppervlak verklaart.

Ondanks dat Tharp en Heezen reeds in 1952 naar buiten kwamen met hun bevindingen en de grote interesse die er op volgde in de jaren '50 en '60 van de 20ste eeuw, duurde het tot 1977 voor ze alle informatie van de volledige zeebodem op aarde konden bundelen tot een World Ocean Floor Panorama.

"“The whole world was spread out before me,” she recalled in a 1999 essay about the Lamont-Doherty Earth Observatory. “I had a blank canvas to fill with extraordinary possibilities ... It was a once-in-a-lifetime—a once-in-the-history-of-the-world—opportunity for anyone, but especially for a woman in the 1940s”."

Erin Blakemore - in Smithsonian magazine, 30/08/2016

Tharp2

Bron afbeelding: Gislounge

Vrouwen binnen de oceanografie

Tharp's weg naar succes liep niet altijd van een leien dakje. Naast de vele wetenschappelijke en organisatorische hindernissen die met een onderzoek als het hare gepaard gaan, bleek het feit dat ze een vrouw was vaak een extra obstakel. Zo zou ze meerdere malen de toegang tot een schip zijn geweigerd, enerzijds wegens militaire regels die het niet toelieten dat vrouwen meereisden op militaire schepen en anderzijds uit bijgeloof dat een vrouw aan boord ongeluk zou brengen. Een idee dat halverwege de 20ste eeuw sterk voelbaar was binnen de zeevaart en meer als feitelijke waarheid werd beschouwd dan als bijgeloof. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het voornamelijk Bruce Heezen was die de sonarmetingen verzamelde op zee en Marie Tharp die de analyses deed aan land. Het duurde tot 1965 voor Tharp mee met Heezen de zee op ging in het kader van hun onderzoek.

Vrouwen waren daarnaast nog steeds een 'rariteit' binnen de wetenschappelijke wereld toen Marie Tharp carrière maakte. Dat was nog sterker het geval binnen de geologie en oceanografie. Mannelijke collega's hadden dan ook vaak een eerder wantrouwige blik ten aanzien van het werk van Tharp of waren het gewoon niet gewoon om aan de zijde van een vrouw te werken. Ze moest dan ook extra hard werken om serieus genomen te worden. Het feit dat Tharp's onderzoek een theorie bekrachtigde die voordien als 'pure waanzin' werd afgeschilderd, hielp natuurlijk ook niet echt.

In een tijd waarin de meeste vrouwen werden uitgesloten van een wetenschappelijke loopbaan (vrouwen verkregen in de periode tussen 1920 en 1970 minder dan 4 procent (!) van alle Amerikaanse doctoraten in de geologie), slaagde Tharp erin haar naam te vestigen in de erg competitieve arena van de geologie. Heel wat vrouwelijke collega's waren algauw ontmoedigd om hun dromen in de geologie na te jagen, aangezien ze niet erkend werden door sommige - vaak hoog aangeschreven - professionele geologische genootschappen. Tharp liet zich echter niet tegenhouden en ging aan de slag als zowel geoloog als cartograaf. Het zou de moeite waard blijken. Haar ontdekkingen droegen bij aan het ontstaan van een opwindende tijdperk binnen de geologie.

Niet te onderschatten ook: haar bijdragen werden vanaf dag één erkend als de hare (ook al bleef die erkenning volgens velen vaak onder wat haar ontdekkingen waard waren). Dat haar werk erkend werd als het hare was niet elke vrouw binnen de wetenschappen gegegeven.

Erkenning

soundingsTharp viel met haar werk ook in de prijzen. Ze ontving diverse prijzen van de Geography and Map Division van het prestigieuze Library of Congress and Woods Hole Oceanographic Institution. Ook mocht ze de eerste jaarlijkse Lamont-Doherty Earth Observatory Heritage Award (2001) in ontvangst nemen. Vier jaar later creëerde datzelfde Lamont het Marie Tharp Visiting Fellowship Program om veelbelovende vrouwelijke onderzoekers te ondersteunen. Ook postuum werden haar realisaties in de kijker gezet. Zo nam Google Earth in 2009 de Marie Tharp Historical Map op, zodat mensen Tharp's oceaankaart konden bekijken via de Google Earth-interface. In 2013 publiceerde auteur Hali Felt een biografie van Marie Tharp met de titel Soundings: The Story of the Remarkable Woman Who Mapped the Ocean Floor.

Ondanks de erkenning die ze kreeg voor haar werk bleef ze het merendeel van haar professionele loopbaan vermeld als onderzoeksassistent en werden haar - ondanks haar baanbrekende ontdekkingen - geen aanbiedingen gedaan om verder door te groeien. 

“At the same time, she was treated really poorly by Columbia University. Despite her incredible knowledge, she was never paid as well or never had a title or position that was adequate for what she was actually doing. It really was her discovery.” 

Erin Blakemore citeert auteur Hali Felt - in Smithsonian magazine, 30/08/2016

Benoemingen en carrière maken zeiden Tharp echter weinig. Ze wou 'gewoon haar droom najagen'. Uiteindelijk slaagde Tharp in haar opzet: ze werd de eerste persoon die de bodem van de oceanen in kaart wist te brengen. Haar werk leverde verder ook onmiskenbare informatie op over de structuur en evolutie van het aardoppervlak en de continenten. Tharp leverde zo een niet te onderschatten bijdrage aan de kennis die we over onze planeet bezitten. Deze realisatie zorgt ervoor dat we haar één van de meest invloedrijke cartografen van de 20ste eeuw mogen noemen.

Het werk van Tharp en Heezen blijft tot op vandaag relevant en te bewonderen. Momenteel blijft de oceaan een zwart gat wat betreft kennis. Slechts 10-15 procent van de oceaan zou in enig detail in kaart zijn gebracht. 

Leuk weetje

MtharpeIn 2016 verscheen een Engelstalig kinderboek (leeftijd 4-8) dat het verhaal van Marie Tharp vertelt: Solving the Puzzle Under the Sea: Marie Tharp Maps the Ocean Floor van auteur Robert Burleigh en illustrator Raúl Colón. Het verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van Marie Tharp zelf en maakt onderwerpen als seksisme in de wetenschappelijke wereld en oceanografisch onderzoek toegankelijk voor kinderen vanaf 4 jaar.

Marie Tharp online

Meer lezen

  • Soundings: The Story of the Remarkable Woman Who Mapped the Ocean Floor / Hali Felt, 2012 - binnenkort in de RoSa-bib
  • The Floors Of The Oceans, V1: The North Atlantic / Bruce C. Heezen, Marie Tharp & William Maurice Ewing, 2012 (reprint)
  • Women of Science: Righting the Record / Gabriele Kass-Simon, Patricia Farnes & Deborah Nash (Eds.), 2010 - RoSa ex.nr.: EII m/45
  • The Role of Women in the History of Geology / C. V. Burek & B. Higgs, 2007
  • Marie Tharp, oceanographic cartographer, and her contributions to the revolution in the Earth sciences / Cathy Barton, 2002 - Hoofdstuk in het boek 'The Earth Inside and Out: Some Major Contributions to Geology in the Twentieth Century' (David R. Oldroyd, 2002)