Cijfers

Beleid  

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek  

(Laatste update:: februari 2018)

Cijfers

Werkzaamheidsgraad (2012-2016)

De werkzaamheidsgraad (WZG) staat voor het aandeel van de bevolking op beroepsactieve leeftijd (nl. 15 tot 64 jaar) dat effectief aan het werk is.  

 WZG België 2012 (%)WZG België 2013 (%)WZG België 2014 (%)WZG België 2015 (%)WZG België 2016 (%)
Vrouwen  61,7 62.1 62.9 63.0 63.0
Mannen  72,7 72,3 71.6 71.3 72,3

 

 WZG Vlaams Gewest 2012 (%)WZG Vlaams Gewest 2013 (%)WZG Vlaams Gewest 2014 (%)WZG Vlaams Gewest 2015 (%)WZG Vlaams Gewest 2016 (%)
Vrouwen  66.2 66.9 67.6 68.2 67.7
Mannen  76.7 76.8 76.2 75.6 76.3

 De hogere werkzaamheidsgraad in Vlaanderen bij de mannen toont aan dat er nog altijd meer mannen aan het werk zijn dan vrouwen. In Vlaanderen werkte in 2012 10,5% meer mannen dan vrouwen, in 2016 was de kloof nog steeds groot, maar kleiner met 8.6%. Globaal gezien waren gemiddeld 10% meer mannen tewerkgesteld van 2012 tot 2016. Traag maar geleidelijk is het verschil tussen mannen en vrouwen in werkzaamheidsgraad aan het verdwijnen. 

Bron: Steunpunt Werk

Werkzaamheidsgraad per leeftijd (2012-2016)

 VrouwenWZG per leeftijd België 2012 (%)WZG per leeftijd België 2013 (%)WZG per leeftijd België 2014 (%)WZG per leeftijd België 2015 (%)WZG per leeftijd België 2016 (%)
15-24j  22.6 21.9 21.8 21.7 21.4
25-49j  75.5 75.3 71.1 75.4 75.3
50-64j 45.3 47.5 48.8 50.5 50.8
55-64j 33.1 35.8 37 39.3 40.2

 

Mannen      WZG per leeftijd België 2012 (%)WZG per leeftijd België 2013 (%)WZG per leeftijd België 2014 (%)WZG per leeftijd België 2015 (%)WZG per leeftijd België 2016 (%)
15-24j  27.8 25.3 24.5 25.80 24.0
25-49j  84.9 84.4 83.6 83.0 84.0
50-64j 59.6 60.5 60.6 60.6 62.5
55-64j 46.0 47.7 48.4 48.9 50.7

 

 Vrouwen WZG per leeftijd Vlaams G. 2012 (%)WZG per leeftijd Vlaams G. 2013 (%)WZG per leeftijd Vlaams G. 2014 (%)WZG per leeftijd Vlaams G. 2015 (%)WZG per leeftijd Vlaams G. 2016 (%)
15-24j  25.2 26.0 25.1 25.8 25.8
25-49j  81.5 81.4 82.2 82.0 81.1
50-64j 47.6 49.9 51.4 53.4 53.3
55-64j 34.2 37.0 38.2 41.1 41.5

 

 Mannen WZG per leeftijd Vlaams G. 2012 (%)WZG per leeftijd Vlaams G. 2013 (%)WZG per leeftijd Vlaams G. 2014 (%)WZG per leeftijd Vlaams G. 2015 (%)WZG per leeftijd Vlaams G. 2016 (%)
15-24j  31.0 29.3 28.9 29.9 28.2
25-49j  90.1 89.9 89.3 88.5 89.1
50-64j 61.5 63.1 63.6 62.6 64.7
55-64j 46.8 48.8 50.3 50.0 51.8

 

Het verschil in werkzaamheid is het grootst bij de leeftijdsgroepen van 50 tot 64 jaar. Wellicht verlaten vrouwen de arbeidsmarkt op jongere leeftijd. De pensioenleeftijd van vrouwen is bovendien nog maar recentelijk gelijkgesteld met die van mannen. De verschillen in deze leeftijdsgroepen kunnen ook te wijten zijn aan het groter aandeel huisvrouwen in de oudere generaties.

Bron: Steunpunt Werk

Evolutie van de werkzaamheidsgraad - Vlaanderen

evolutie werkzaamheidsgraad 2014
 

De werkzaamheidsgraad van vrouwen kent vooral vanaf de jaren ’70 een sterke, constante stijging en groeit geleidelijk in de richting van de werkzaamheidsgraad van mannen, die redelijk constant blijft.

Bron: Steunpunt Werk

Werkloosheidsgraad (2012-2016) 

De werkloosheidsgraad (WLG) geeft aan welk aandeel van de beroepsactieve bevolking – de bevolking die zich aanbiedt op de arbeidsmarkt –  geen werk vindt.

 WZG België 2012 (%)WZG België 2013 (%)WZG België 2014 (%)WZG België 2015 (%)WZG België 2016 (%)
Vrouwen  7.4 8.2 8.0 7.8 7.6
Mannen  7,7 8.7 9.1 9.2 8.1

 

 WZG Vlaams G. 2012 (%)WZG Vlaams G. 2013 (%)WZG Vlaams G. 2014 (%)WZG Vlaams G. 2015 (%)WZG Vlaams G. 2016 (%)
Vrouwen  4.5 5.0 5.0 4.6 4.7
Mannen  4.6 5.1 5.2 5.7 5.0

 

2013 wordt aanzien als het laatste jaar van de financiële crisis van 2008 tot 2013, dat verklaart de hoge werkloosheidsgraad van dat jaar. In België ligt de werkloosheid hoger dan in Vlaanderen: 7.6 % van de beroepsactieve vrouwen is werkloos tegenover 8,1 % van de mannen.

Bron: Steunpunt Werk

Deeltijdarbeid (2012-2016)

deeltijdarbeid be

deeltijdarbeid vlaams gewestIn België werkte in 2016 42.1% van de werkende vrouwen deeltijds tegenover 9.5% van de werkende mannen. Ook in Claanderen merken we op dat het aantal deeltijds werkende vrouwen veel groter is dan het aantal deeltijds werkende mannen. De belangrijkste reden voor vrouwen om deeltijds te werken is de zorg voor en de opvoeding van de kinderen. Naarmate het aantal kinderen toeneemt, werken meer vrouwen deeltijds. Maar ook wanneer de kinderen uit het huis zijn, blijven vrouwen deeltijds werken, met nog steeds als voornaamste reden de zorg voor het huishouden en/of de zorg voor oudere familieleden of voor de kleinkinderen. De voornaamste reden voor mannen om deeltijds te werken is dat zij geen ander werk vinden.

Bron: Steunpunt Werk

Discriminatie en Mobbing 

SD WORX onderzocht in 2005 in welke mate mannen en vrouwen met discriminatie werden geconfronteerd. Maar liefst 39% van de bevraagde vrouwen had ooit negatieve discriminatie ondervonden op de werkplek, tegenover 28% van de mannelijke respondenten.  


 

SD WORX deed ook een onderzoek naar hoe vaak mannen en vrouwen op het werk last hebben van fysiek geweld, pesterijen of ongewenste seksuele intimidatie. Uit het onderzoek blijkt dat vrouwen opvallend meer geconfronteerd worden met ongewenste seksuele intimiteiten: 7% vrouwen versus 1% mannen. Er is geen opvallend verschil tussen mannen en vrouwen wat fysiek geweld en pesterijen betreft.

Bron: Genderjaarboek 2006: M/V United 1: in cijfers

Horizontale segregatie (2016)

Vrouwen zijn niet verspreid over dezelfde sectoren en beroepen als mannen.

Aandeel vrouwen
in beroepen (2016)
    Aandeel mannen
in beroepen (2016) 
Vroedvrouwen > 99.0%   Betonwerkers > 99%
Schoonheidsspecialisten e.d. > 99.0%   Bedieners van grondverzetmachines
en dergelijke
> 99%
Medische secretaressen 97.6%   Vuilnisophalers en ophalers van afval
bestemd voor recyclage
> 99%
Onderwijzers in het kleuteronderwijs  97.5%   Elektriciens (in gebouwen en
dergelijke)
> 99%
Huishoudelijke hulpen en
schoonmakers in particuliere huishoudens
97.2%   Ingenieurs, mechanica > 99%
Verzorgenden thuiszorg 96.6%   Polyvalente bouwvakkers (inclusief
bouwaannemers die meewerken
op de werf)
> 99%
Verzorgend personeel in kinderdagverblijven,
crèches en dergelijke en onthaalmoeders
94.8%   Metselaars en dergelijke > 99%
Audiologen en logopedisten 93.2%   Installateurs van elektrische
apparatuur
98.9%
Secretariaatsmedewerkers, algemeen 93.0%   Timmerlui en schrijnwerkers 98.8%
Verzorgenden in ziekenhuizen,
verpleeginstellingen en dergelijke instellingen
92.1%   Vloerleggers en tegelzetters 98.4%


Bron: FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie

Verticale segregatie: het glazen plafond (2010)

Een groot deel van de loonverschillen tussen vrouwen en mannen is toe te schrijven aan de segregatie op de arbeidsmarkt. Ongelijk loon is met andere woorden vaak een kwestie van ongelijk werk: in sommige sectoren worden hogere lonen betaald dan in andere, sommige beroepen verdienen meer, leidinggevenden verdienen meer dan uitvoerend personeel en over het algemeen liggen de lonen hoger in grotere bedrijven. Vrouwen zijn vaak oververtegenwoordigd waar er minder te rapen valt. Dat is niet zomaar toevallig, het is historisch gegroeid. Vrouwenwerk wordt stereotiep geassocieerd met ‘zacht’ en economisch minder belangrijk werk. In principe zijn er twee mogelijke pistes om dit deel van de loonkloof aan te pakken, enerzijds de segregatie doorbreken en anderzijds typisch ‘vrouwelijke’ beroepen beter waarderen en dus beter verlonen.

Eén van de oorzaken van de loonkloof is de verticale segregatie, of de ondervertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende beroepen. De moeilijke toegang voor vrouwen tot hogere functies en de verminderde kansen op promotie wordt ook wel het ‘glazen plafond’ genoemd.

Meer cijfers over vrouwen aan de top: Kwestie: Bestuursraden en In het nieuws: Quota bestuursraden

Meer cijfers over de loonkloof: Kwestie Loonkloof

Bron: De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België - Rapport 2017- pdf  - Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, 2017

Beleid 

  • In 1900 erkent de Belgische wet het spaarrecht van de gehuwde vrouw en de bevoegdheid om een arbeidscontract af te sluiten en haar loon te innen.
  • 1971: arbeidswet betreffende het verbod op ontslag in geval van zwangerschap.
  • In 1974, wet op gelijkheid bij ouderschap: gelijke bevoegdheid aan vader en moeder voor opvoeding van de kinderen.
  • 1974: Oprichting van de Commissie Vrouwenarbeid bij het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, bevoegd voor de gelijke kansen van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt. De commissie brengt adviezen uit, verricht onderzoek en stelt maatregelen voor over alles wat te maken heeft met vrouwenarbeid.  De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de ministeries, van werknemers- en werkgeversorganisaties en uit deskundigen.
  • 1980: naar aanleiding van de economische crisis wil Minister De Wulf een hele reeks crisismaatregelen nemen die nadelig zijn voor vrouwen. Het actiecomité “Vrouwen tegen de Krisis” wordt opgericht.  Zij organiseerden vier (1981-1984) betogingen tegen de crisismaatregelen:
    • Ze protesteerden tegen de vermindering van het dopgeld voor niet-gezinshoofden en de afschaffing ervan voor langdurig werklozen (3 jaar). 95 % van de werkloze vrouwen was 'niet-gezinshoofd'.
    • Ze verzetten zich tegen de uitbreiding van part-time werk. Dat wordt opgedrongen aan vrouwen en werkt rolbevestigend. Ze eisen een algemene werktijdverkorting om het beschikbare werk te herverdelen.
    • Ze vinden dat lonen niet losgekoppeld mogen worden van de index.
    • Ze verzetten zich tegen belastinghervormingen die enkel rekening houden met het gezin en niet langer met het individu.
  • 1983: CAO van de Nationale Arbeidsraad over het verbod op discriminatie bij aanwerving.
  • 1986: oprichting van de Emancipatieraad, een raad samengesteld uit vertegenwoordigers van verschillende vrouwenorganisaties. De raad heeft als taak adviezen uit te brengen, onderzoek te verrichten en wettelijke maatregelen voor te stellen die betrekking hebben op de emancipatie van vrouwen.
  • 1990: wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid.
  • In 1993 ontstaat de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen. Het is een samenvoeging van de Commissie Vrouwenarbeid en de Emancipatieraad. De Raad is een adviesorgaan van de Federale Overheid. Neem een kijkje op de website.
  • 7 mei 1999: wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen
  • 11 juni 2002: wet betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.
  • Tegen 2010 wou de Vlaamse overheid in navolging van de Europese richtlijnen een vrouwelijke werkzaamheidsgraad van 60 % bereiken. Dat streven werd bekrachtigd in 2001 met het Pact van Vilvoorde, dat 21 doelstellingen bevat die in 2010 verwezenlijkt moesten zijn. De doelstelling in verband met de vrouwelijke werkzaamheidsgraad is vandaag alvast bereikt.

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek

Afbeeldingsresultaat voor Inégalités entre sexes dans la famille, à l'école et au travail: approches comparées de promotiekloof nick de schacht  boek7 genderjaarboek2007  

  • Inégalités entre sexes dans la famille, à l'école et au travail: approches comparées, Gamess, Eline (e.a.), 2015 (RoSa exemplrnr. M/0499)
  • De promotiekloof: carrières van vrouwen en mannen op de Belgische arbeidsmarkt, Deschacht, Nick, 2012. (RoSa exemplrnr. EII a/0710)
  • Vrouwen en mannen in België. Naar een egalitaire samenleving, Federaal Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, 2001. (RoSa exemplrnr. M/0222)
  • Genderjaarboek 2006: MV united: 1) In cijfers, A. Leyman, T. Kuppens, M. Van Aerschot. Steunpunt Gelijkekansenbeleid, 2006. (RoSa exemplrnr EII a/0621)
  • Genderjaarboek 2007: MV united: 1) In cijfers, A. Van Woensel. Steunpunt Werk en Sociale Economie, 2007. (RoSa exemplrnr P8/0569) Ook online - pdf beschikbaar.
  • Genderjaarboek 2008: MV united : 1) Monitor: arbeid in vele vormen combineren, N. Steegmans, E. De Bruyn, T. Marynissen. ESF-Agentschap, Departement Werk en Sociale Economie, 2008. (Rosa exemplrnr EI a/0185) Ook online beschikbaar.