Cijfers

Beleid

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek

Cijfers

(Meest recente cijfers: ILO 2017, Eurostat 2016 en UN stats 2015)

Werkzaamheidsgraad in Europa (2017)

 werkzaamheidsgraad (2017)EU (28)België
 mannen (%) 76,9 72,3
vrouwen (%) 62,3 63

 

In 2017 waren volgens de laatste gegevens van Eurostat in de Europese Unie meer mannen (76,9%) aan het werk dan vrouwen (62,3%). De Belgische werkzaamheidsgraad bij vrouwen was in België gemiddeld hoger dan het Europese gemiddelde en lager bij mannen dan in de rest van Europa.  

Ter vergelijking de werkzaamheidsgraad in de EU:

cijfers 2016Opvallend was dat in het noorden van Europa (Scandinavië) de werkzaamheidsgraad van vrouwen het hoogst was. Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke tewerkstelling was er ook het kleinst.

De laagste werkzaamheidsgraad van vrouwen in de EU was in Turkije met enkel 33,2% van de vrouwen aan het werk, tegenover 75.5% van de mannen.

De hoogste werkzaamheidsgraad van vrouwen in de EU was in IJsland (84.4%).

bron: Eurostat

Werkzaamheidsgraad wereldwijd (2017) 

werk wereldwijd   

Bron: ILO 

De werkzaamheidsgraad van vrouwen lag overal ter wereld lager dan die van mannen. Globaal bekeken was het percentage vrouwen die aan het werk was, de voorbije tien jaar stabiel gebleven (ongeveer 46%). De globale werkzaamheidsgraad van mannen bedroeg in diezelfde periode ongeveer 71%. De kloof tussen de mannelijke en vrouwelijke werkzaamheidsgraad was de laatste tien jaar min of meer gelijk gebleven, jaarlijks rond 25% van 2007 tot 2017.

In 2017 was de kloof het grootst in Zuid-Azië, het Midden-Oosten en Noord-Afrika: het verschil tussen mannen en vrouwen lag tussen 40 en 56%, met het Midden-Oosten als uitschieter met 56.1% In rijkere gebieden was het verschil gemiddeld 15%. In Oost-Azië (57.8%), Noord-Amerika (53.7%) en Sub-Sahara Afrika (59.3%) lag de arbeidsparticipatie van vrouwen hoger dan in andere werelddelen. De werkzaamheidsgraad van vrouwen was het laagst in Noord-Afrika met 17.5%.

Bron: ILO

Werkloosheidsgraad in de EU (2016)

Land / RegioVrouwen (%) Mannen(%)
EU 7.9 7.5
België 7 7.3
Denemarken 5.9 5.6
Duitsland 3.4 4.1
Ierland 6.3 7.1
IJsland 2.9 2.8
Spanje 19 15.7
Frankrijk 9,4 9.6
Nederland 5.3 4.5
Zweden 6.4  6.9

Bron: Eurostat

In de Europese Unie was de werkloosheidsgraad bijna even hoog voor mannen als voor vrouwen. Hoewel de huidige werkloosheidsgraad iets lager is voor mannen is uit de onderstaande grafiek duidelijk te lezen dat de crisis vooral voor mannen gevolgen heeft gehad. Dit zou kunnen verklaard worden door de conjunctuurgevoelige mannelijke werkloosheid die door de crisis in sommige landen sneller steeg dan de vrouwelijke.

Werkloosheidsgraad in de EU 2010 - 2017:

cijfers 2010 2017 europa

 

Bron: ILO

Werkloosheidsgraad wereldwijd (2017)

RegioVrouwen (%) Mannen(%)
WERELD 6.1 5.2
N-W-Z-Europa 8.7 8.3
Centraal- en West-Azië 9.5 8.1
Noord-Afrika 19.8 9.3
 Latijns-Amerika en Caraïben  9.9  7.1
Midden-Oosten 16.7 6.9
Sub-Sahara-Afrika 8.1 6.4
Oost-Europa 15,1 5.9
Noord-Amerika 4.5 4.8
Oost-Azië 4.1  4.7
Zuid-Azië 5.3  3.7
ZO-Azië en Oceanië 3.2  3.5

Bron: ILO Key Indicators of Labour Market, 2009

In Noord-Afrika, Oost-Europa en het Midden-Oosten is de kloof tussen mannen en vrouwen het grootst. De werkloosheidscijfers liggen daar ook hoger dan in andere werelddelen. In Oost-Azië, Zuidoost-Azië en in Noord-Amerika zijn er meer werkloze mannen dan vrouwen.

Bron: ILO 

Deeltijdse arbeid in Europa (2016)

Mannen:

parttime mannen

Vrouwen:

parttime vrouwen

In Nederland is er een heel hoog percentage deeltijdse arbeid bij vrouwelijke werknemers. 74.8%% van de werkende vrouwen werkt er deeltijds, tegenover 22.1% van de werkende mannen. Ook België heeft veel deeltijds werkende vrouwen in vergelijking met andere Europese landen. Het aantal deeltijds werkende mannen ligt in alle landen een pak lager dan bij de vrouwen. 

Bron: Eurostat

Beleid

  • De ILO (International Labour Organisation) werd opgericht in 1919. De organisatie heeft talrijke Conventies en Aanbevelingen geformuleerd op het gebied van arbeid om de gelijke behandeling van mannen en vrouwen te garanderen.
  • In Australië, Canada, Italië, Zwitserland en Noorwegen moeten bepaalde bedrijven voldoen aan quota die een evenwichtige participatie van mannen en vrouwen in topfuncties nastreven. Op die manier proberen die landen het glazen plafond te doorbreken en mannenbastions te doen sneuvelen. In Noorwegen bijvoorbeeld werd in 2003 bij wet vastgelegd dat alle openbare bedrijven tegen 2008 ten minste 40 % vrouwen in topfuncties moesten hebben. Tegen januari 2008 bereikte Noorwegen een percentage van 36%. In België zijn er nog geen vergelijkbare quota. 
  • Mexico, Spanje en de VS voeren eveneens een specifiek beleid om het glazen plafond tegen te gaan. De drie landen maakten programma’s die gelijke kansen moeten bevorderen op topniveau.
  • In het Europese werkgelegenheidsbeleid (de zogenaamde Lissabondoelstellingen) neemt de arbeidsdeelname van vrouwen een belangrijke plaats in. Europa wil tegen 2010 de 60 %-norm halen voor vrouwen: in elk van de lidstaten moet 60 procent van de vrouwen op arbeidsleeftijd aan het werk zijn.

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek 

 

  • Gender equality and economic independence: part-time work and self-employment. Review of the Implementation of the Beijing Platform for Action in the EU Member States: report / EIGE, 2014 (RoSa ex.nr.: P11/0635)  
  • Gender and the European labour market / Bettio, Francesca; Plantenga, Janneke & Smith Mark, 2013 (RoSa exemplrnr: EII b/0164)
  • Review of the implementation of the Beijing Platform for Action in the area F: women and the economy: reconciliation of work and family life as a condition of equal participation in the labour market: final report 2011 /European Institute for Gender Equality, 2013 (RoSa exemplrnr: P11/0601)
  • Living with economic insecurity: Women in precarious work / ITUC CSI, 2011 (RoSa exemplrnr: dd/000755) 
  • The Life of Women and Men in Europe: a statistical portrait / Europese Commissie, 2008 (RoSa exemplrnr: FI a/0452)
  • The Atlas of Women in the World / J. Seager, 2009 (RoSa exemplrnr: FII b/1145)

Online