Belgische cijfers vrouwen in topfuncties

Vrouwen aan de top 2012

Eerste balans genderquotawet 2016





(Update: 25 maart 2016)

Vrouwen aan de top 2012

Cijfers komen uit het rapport 'Vrouwen aan de top 2012' van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. In deze studie ging het IGVM voor 12 domeinen na hoe het zit met de vertegenwoordiging van vrouwen in topfuncties. Je kan in het rapport ook de gendersspecifieke initiatieven vinden per domein.  

Vrouwen zijn nog steeds sterk ondervertegenwoordigd in de besluitvorming. Er is wel een ontwikkeling richting meer evenwicht, maar deze vooruitgang is nog beperkt. In een aantal belangrijke domeinen blijft het aandeel vrouwen aan de top gelijk of gaat die zelfs achteruit.

 Bedrijfsleven 

Vrouwen in de Raden van Bestuur

boardVrouwen bezetten in 2011 slechts 10,1% van de zetels in de bestuursraden van beursgenoteerde bedrijven. Dat is een lichte stijging sinds 2006 (toen was het 6,9%) maar we blijven daarmee wel nog onder het Europese gemiddelde van 15%. Bij de niet-beursgenoteerde bedrijven is er bijna geen verschil tussen 2006 (7,0%) en 2011 (7,1%).

De lichte stijging in het percentage vrouwen in de bestuursraden van beursgenoteerde bedrijven is voor sommigen een voorzichtig teken dat de quota voor bestuursraden al beginnen te werken. Toch was het aandeel beursgenoteerde bedrijven ZONDER vrouw in de raad van bestuur in 2011 nog steeds 61,5% (in 2006 was dit 62,3%). Voor niet-beursgenoteerde bedrijven geldt deze quotawet niet. Tussen 2006 en 2011 zien we daar zelfs een negatieve evolutie: het percentage niet-beursgenoteerde bedrijven met minstens 1 vrouwelijk bestuurslid is gedaald.

Vrouwelijke bedrijfsleiders (operationeel management)

In het dagelijks bestuur is het genderonevenwicht nog extremer. In 2006 is 4,1% van de gedelegeerd bestuurders (CEO's) in beursgenoteerde bedrijven vrouw, in 2011 is dit zelfs nog gedaald: 3,2%.  Bij niet-beursgenoteerde bedrijven zijn vrouwelijke bedrijfsleiders nog zeldzamer: 3,0% in 2006 en 2,2% in 2011.

 Werknemersorganisaties

Aangezien vrouwen ook werknemers zijn, is het belangrijk dat ze vertegenwoordigd worden in het sociaal overleg. Van de drie nationale werknemersorganisaties zijn alle voorzitters mannen. Het aandeel vrouwelijke bestuursleden van de drie grote vakbonden is in het hoogste orgaan 25,0% in 2012, een stijging van iets meer dan 4% sinds 2008. In het op één na hoogste orgaan is dit 24,8% in 2012 (en 21,5% in 2008).

 Werkgeversorganisaties

Ook aan de andere zijde van het sociaal overleg - de werkgeversorganisaties- is het aantal vrouwelijke bestuursleden gestegen. Het percentage vrouwen in de bestuursraden van werkgeversorganisaties die zetelen in de Nationale Arbeidsraad (NAR) is 18,7% in 2012. Dit is 7% meer dan in 2008.  Ook bij de regionale werkgeversorganisaties (Brussels, Vlaams en Waals) is er sprake van een stijging van het aandeel vrouwen, vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

 Media/redacties

mediaDe media (tv, kranten, magazines, radio,...) bepalen mee de beeldvorming rond vrouwen, mannen, gender en andere thema's. Vandaar het belang van een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de mediatop.

In de top 50 (qua omzet) van de mediabedrijven is in 2011 13,3% van de leden van de Raden van Bestuur vrouw, bijna 3% meer dan in 2006. Bekijken we enkel de top 25, dan zien we een achteruitgang (9,4% in 2006 en 6,9% in 2011).

In de inhoudelijke topfuncties zijn meer vrouwen te vinden. In 2012 is 21,4% van de inhoudsverantwoordelijken vrouw, bijna 1% minder dan in 2008. Wat betreft de verantwoordelijke uitgevers is er sinds 2008 niets veranderd: ook in 2012 gaat het om 30% vrouwelijk.   

 Academisch

In 2008 is er slechts één vrouw onder de 15 rectoren, in 2012 één van de 12. Sinds oktober 2013 is Anne De Paepe de eerste vrouwelijke rector van de UGent. Ook de volgende rector van de VUB zal een vrouw zijn. 21,3% van de Raden van Bestuur zijn in 2012 vrouw, 2% meer dan in 2008. Alle voorzitters van de Raden van Bestuur zijn mannen. In de bestuursraden van de universitaire associaties is in 2012 slechts 11,8% vrouw, een daling van bijna 1,5% sinds 2008. Ook bij de associaties zijn alle voorzitters van de RvB mannen.    

En in Vlaanderen is slechts één op de vijf (23%) professoren een vrouw, weliswaar een stijging sinds de 14% in 2000.
(uit: De Standaard, 05/04/2013, 'Universiteit moet genderplan voorleggen aan minister')

Het kleine aandeel vrouwen aan de academische top contrasteert dus sterk met de oververtegenwoordiging van vrouwelijke studenten. Meer hierover: lees de kwestie Gender en onderwijs.   

 Ordes van Vrije Beroepen

In de Orde van Geneesheren is in 2008 geen enkele vrouw lid van de Nationale Raad noch van de Raad van Beroep. Vier jaar later is deze situatie ongewijzigd gebleven.

Het aandeel vrouwen in de Nationale Raad van de Orde van Architecten is gedaald van 19,0% in 2008 tot 14,3% in 2012. De Raad van Beroep scoort er veel beter met een stijging (16,7% in 2008 tot 25,0% in 2012).

De Raden van Bestuur in de Ordes van de Balies bestaan in 2008 voor bijna 90% uit mannen; in 2012 is dit zelfs gestegen tot 94,1%.  In de Algemene Vergadering is de situatie bijna ongewijzigd: in 2012 bestaat die voor 17,6% uit vrouwen, in 2008 voor 16,1%.

 NGO's

NGO's scoren relatief goed wat betreft vrouwelijke participatie aan de top. De Raden van Bestuur van de top 15 van de Belgische NGO's worden in 2011 voor 30,5% bevolkt door vrouwen, ze scoorden in de periode 2006-2007 reeds hoog met 29,1% vrouwen. Het directeurschap is er echter nog steeds in handen van mannen: slechts twee NGO's uit de top 15 worden geleid door een vrouw. In 2008 was dat nog één vrouw minder.   

 Politiek

Zie Kwestie: Politieke participatie

 Rechterlijke macht

Vrouwe JustitiaOndanks de goede instroom van vrouwen in de magistratuur, blijft het op de hoogste niveau's van de rechterlijke macht nog steeds een mannenwereld.

In 2012 is de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie net zoals in 2008 een man. De Hoven van Beroep kennen in 2012 één vrouwelijke eerste voorzitter (op de 5), in 2008 waren het enkel mannen. In de Arbeidshoven is de situatie ongewijzigd sinds 2008: 2 van de 5 eerste voorzitters zijn vrouwen.

Ook op het niveau van de procureurs-generaal is het een status quo sinds 2008: in het Hof van Cassatie is dat nog steeds een man en in de Hoven van Beroep is 1 van de 5  procureurs-generaal een vrouw.  

 Leger

In 2008 was het aandeel vrouwelijke opperofficieren (generaal, admiraal,luitenant-generaal,...) en hogere officieren (kolonel, luitenant-kolonel, majoor, kapitein-ter-zee,...) slechts 2,1% en 3,0%. In 2012 is het percentage vrouwelijke opperofficieren nauwelijks gestegen (nu 2,8%) dankzij een daling van het aantal mannelijke opperofficieren; er is nog steeds slechts één vrouwelijke opperofficier. Het aandeel vrouwelijke hogere officieren is sterk toegenomen (nu 16,2%).    

 Federale ambtenarij

Op 29 maart 2012 besliste de federale regering dat tegen 2013 1/3 van de federale topambtenaren vrouw moet zijn . Dit quotum gelden voor de topmanagers en het middenmanagement.  

Bij de federale en programmatorische overheidsdiensten (FOD's en POD's) wordt dit quotum enkel gehaald bij de directeurs (16,7%). Maar het aandeel vrouwelijke directeurs bedroeg in 2008 nog 36,7%, dus het gaat toch om een sterke achteruitgang. Bij de directeurs-generaal is het aandeel vrouwen stabiel gebleven sinds 2008: 11,6%.

Onder de voorzitters van het directiecomité (de hoogste functies) is er in 2012 geen enkele vrouw, ook een achteruitgang sinds 2008.

Alleen bij de andere federale instellingen (wetenschappelijke en parastatale instellingen en openbare instellingen van sociale zekerheid) is er duidelijk vooruitgang: het aandeel vrouwelijke directeurs-generaal steeg er van 9,1% naar 29,2% en de vrouwelijke directeurs van 0,0% naar 33,3%.

 Nationale Bank

In het Directiecomité van de Nationale Bank van België zijn er 25% vrouwen, een stabiel cijfer sinds 2008.   De gouverneur is nog steeds een man, maar de vice-gouverneur is nu een vrouw.

 Meer lezen

In de RoSa-bibliotheek:

Rapport 'Vrouwen aan de top 2012' van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (RoSa exemplaarnummer EII a/0731)
 Rapport 'Vrouwen aan de top 2012' van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (RoSa exemplaarnummer EII a/0731)


Eerste balans genderquotawet 2016

Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen maakt een eerste balans op van de toepassing van de wet van 28 juli 2011 over de aanwezigheid van vrouwen in de bestuursraden van beursgenoteerde ondernemingen en economische overheidsbedrijven. Het onderzoek toont aan dat het percentage vrouwen in de bestuursraden van de onderzochte bedrijven op 6 jaar verdubbeld is: van 8,2% in 2008 naar 12,7% in 2012 en 16,6% in 2014. In 2014 haalde maar 13,4% van de onderzochte bedrijven, of 16 van de 119, het derde vrouwen voorzien door de wet. In 2012 was het maar 8,4% van de bedrijven. 

Beursgenoteerde privéondernemingen

De beursgenoteerde privéondernemingen die de wettelijke doelstelling hebben bereikt in 2014 zijn Melexis, Sioen Industries, Aedifica, Delhaize, Elia System Operator, KBC Ancora, Fountain, GIMV, IEP Invest, QRF, Umicore, Fluxys, Lotus, Immobel, Compagnie du Bois Sauvage, EVS Broadcast, Zenitel en Financière de Tubize. Melexis en Sioen Industries horen bij de betere leerlingen met respectievelijk 50% en 44% vrouwen in hun bestuursraden.

Alle economische overheidsbedrijven voldeden aan de wettelijke doelstelling in 2014, maar sommige doen het beter dan andere. Zo telde de raad van bestuur van Proximus 50% vrouwen in 2014, die van Infrabel 40%, bij Bpost ging het om 33%, bij Belgocontrol en de NMBS/NMBS holding 30%. 

 De invloed van de grootte van de onderneming en de sector

De grootte van de onderneming lijkt een invloed te hebben op het genderevenwicht in de raad van bestuur van een beursgenoteerde onderneming. De aanwezigheid van vrouwen in de bestuursraden van de Bel20-bedrijven ligt hoger (21,5%) dan bij de besturen van ondernemingen uit de Bel Small (13,7%).

De resultaten variëren ook naargelang de sectoren. Dit geldt zowel in de privésector als bij de overheid. Ondernemingen met minder goede resultaten (12 à 14% vrouwen) zijn terug te vinden in de financiële sector, de geneesmiddelenindustrie, de bouw, het transport en de exploitatie van elektriciteit. De meeste bedrijven maken deel uit van deze sectoren (77 van de 119).

De ondernemingen die het meeste vooruitgang hebben geboekt op het gebied van de gendergelijkheid in hun raad van bestuur maken deel uit van de sectoren die verband houden met chemie, textiel en voeding en technologie. Het aantal vrouwen verdrievoudigde er tussen 2008 en 2014, tot een gemiddelde van 20%.

Tot slot blijkt dat het totaal aantal leden in de bestuursraden min of meer gelijk is gebleven sinds de publicatie van de wet. Er werden dus geen extra plaatsen gecreëerd voor vrouwen, maar ze volgden daadwerkelijk mannen op bij de hernieuwing van de mandaten.

De directiecomités

De wet van 28 juli 2011 is niet van toepassing op de directiecomités. Het Instituut heeft er niettemin voor gekozen om ook de balans op te maken van de gelijkheid van vrouwen en mannen in de strategische en beslissingsfuncties. Vrouwen zijn er heel zwak vertegenwoordigd. In 2014 telde bijna de helft van alle onderzochte directiecomités (47,8%) geen enkele vrouw, en 39,1% maar één. In tegenstelling tot de bestuursraden geldt dat hoe kleiner een onderneming is, hoe meer gelijkheid in het directiecomité. Zo tellen de bedrijven van de Bel Small meer vrouwen in hun directiecomités (17,3%) dan de Bel20-bedrijven (15,2%).

In de directiecomités van de overheidsbedrijven zijn vrouwen amper aanwezig en in bepaalde gevallen helemaal niet. Het gaat dan over 6,6% vrouwen, tegenover 12,1% voor alle bedrijven samen. Sommige overheidsbedrijven die de wet op de quota in de bestuursraden wel naleven, zoals de NMBS, of die nog beter doen, zoals Bpost, hebben geen enkele vrouw in hun directiecomité.