hier komen promoties & acties

19.10 | Het debat rond thuisblijfouders onder de loep

RoSa vzw belicht elke twee weken een specifiek gendergerelateerd thema of bespreekt de genderdimensie van een actueel of onderbelicht onderwerp. In deze Pers:pectief werpen we een blik op het recent (opnieuw opgerakelde) debat rond thuisblijfouders.

Gepubliceerd op 19/10/2023

In een herwerkte versie van een interview met HUMO in De Morgen oppert minister van Justitie en vicepremier Vincent Van Quickenborne (Open VLD) half augustus: 

Hij voegt daar nog aan toe:

Het is een standpunt dat Van Quickenborne niet voor het eerst inneemt, en hij is niet de enige (witte, mannelijke) politicus. "Ik vind dat iedereen die kan werken zijn deel moet doen. Een huisvrouw rijdt ook op onze wegen, haar kinderen gaan naar onze scholen en als ze ziek zijn, kan ze ook rekenen op ­onze gezondheidszorg," dixit Vooruit-voorzitter Conner Rousseau afgelopen lente. Ook de uitspraken van Vlaams minister van Inburgering Bart Somers (Open VLD) eerder dit jaar raken aan het debat. Hij opperde dat het beleid om alle vacatures ingevuld te krijgen zich ook zou moeten richten op andere groepen dan de werkzoekenden, waaronder de thuisblijvers. 

Van Quickenborne had het voor de duidelijkheid in zijn interview over een specifieke groep: koppels waarbij de ene partner een werkloosheidsuitkering krijgt en de andere thuisblijft (om bijvoorbeeld voor de kinderen te zorgen). In dat geval krijgt de werkloze een hogere uitkering (60% van het laatste loon van de werkloze). Open VLD, de partij van Van Quickenborne, wil dat verlagen naar 55% (het bedrag dat een alleenstaande werkloze krijgt). Cathy Galle, Chef Nieuws bij De Morgen maakt echter haarscherp duidelijk waar het schoentje bij dergelijke uitspraken knelt

Het gebrek aan waardering voor onbetaalde zorgarbeid en de onderwaardering van het ouderschap - en meer specifiek het moederschap - lijkt om de zoveel tijd opnieuw van onder het stof te moeten worden gehaald. Het is een debat dat sinds het begin van de tweede feministische golf op tijd en stond terug de kop opsteekt. Een groot deel van de kritiek focust zich op de veralgemenende en stigmatiserende manier (‘de huismoeders’ en ‘alle thuisblijvers met migratieachtergrond’) waarop de uitspraken geformuleerd blijven worden. In deze Pers:pectief trachten we het debat te duiden door een aantal hardnekkige mythes te ontkrachten en andere vaak opgeworpen argumenten van de nodige nuancering te voorzien. 

Nood: de bijdrage van thuisblijfouders naar waarde schatten

Het idee dat thuisblijvers niet bijdragen aan de samenleving is waarschijnlijk de hardnekkigste stelling in de discussie. Omdat zij thuisblijven zouden zij hun deel niet doen - maatschappelijk niet en economisch niet - en worden zij in die lijn dan ook als profiteurs bestempeld. Dit standpunt is niet nieuw. Ouders die thuisblijven om voor de kinderen te zorgen, worden al decennialang niet naar waarde geschat. 

Bij RoSa zijn we niet alleen met onze kritiek. Ook andere feministische en sociale organisaties lieten van zich horen. De verbolgenheid kadert dan ook binnen een breder verhaal. Het gaat om (onbetaalde) zorgarbeid, maar ook over de druk op de betaalde zorgsector: "Dat politici dit soort uitspraken doen terwijl de kinderopvang wankelt en de wachtlijsten in de zorg eindeloos zijn, roept nog meer boosheid op", vat redacteur en journalist Valerie Droeven de verontwaardiging samen. 

Feminist en auteur Anja Meulenbelt sprak zich eind juni nog uit over het gebrek aan waardering voor zowel de onbetaalde als onderbetaalde arbeid die (voornamelijk) vrouwen uitvoeren. Dit deed ze naar aanleiding van de publicatie van Alle moeders werken al waarin Meulenbelt pleit voor hernieuwde waardering van het moederschap en een maatschappij waarin de zorg de ruimte krijgt die ze verdient. 

Vooral vrouwen en meer specifiek thuisblijfmoeders krijgen de wind van voren. Het dominante denkbeeld omtrent vrouwen die niet aanwezig zijn op de betaalde arbeidsmarkt blijft anno 2022 dat zij geen bijdragen leveren aan het economisch systeem, merkt ook Ella vzw, kenniscentrum gender en etniciteit, op. Gelukkig klinken tegenstemmen steeds luider. Sarah Vansteenkiste, arbeidseconoom en leidinggevende bij Steunpunt Werk, het beleidsgericht onderzoekscentrum verbonden aan de KU Leuven, gaat dieper in op net die maatschappelijke en economische bijdragen die thuisblijvers realiseren en mogelijk maken: 

Het is een standpunt dat ook voormalig woordvoerder van Open VLD en ondernemer Zelfa Madhloum beaamt, namelijk dat thuisblijvers net bijdragen aan een haalbaar economisch systeem en de samenleving mee recht houden: "Ze zorgen voor anderen en halen door die zorgtaken op zich te nemen de druk van de ketel bij de crèches, woonzorgcentra en ziekenhuizen."

Vanuit feministische hoek klinkt dan ook steeds luider de vraag hoe ‘het niet aanwezig zijn op de arbeidsmarkt’ benaderd wordt en of we de manier van kijken naar het debat niet in vraag moeten stellen. Dat horen we onder meer vanuit de hoek van Ella vzw. Arbeidseconoom Sarah Vansteenkiste gebruikt daarom bewust al jaren ‘niet-beroepsactief’ in plaats van inactief. Beroepsactieve individuen dragen bij aan de maatschappij, maar thuisblijvers evenzeer. Wordt het geen tijd om (de bijdrage van) beiden gelijk te waarderen? 

Thuisblijvers neerzetten als ‘profiteurs van de samenleving’ klopt niet met de realiteit. Uit recent onderzoek van Steunpunt Werk (juni 2023) blijkt dat 92,5% van de thuisblijvers geen enkele vorm van uitkering ontvangt: geen RVA-uitkering, leefloon, uitkering wegens ziekte, arbeidsongeschiktheid of een beroeps-, ziekte, inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap of een pensioen.

Er zijn verschillende redenen waarom individuen niet beroepsactief zijn. Soms is dat een bewuste keuze, soms minder bewust. Als het niet beroepsactief-zijn gelinkt is aan de zorg voor kinderen, spreken we over thuisblijvende ouders of thuisblijfouders. Hun keuze heeft verschillende oorzaken, zoals het gebrek aan plek voor een kind, te dure opvang, gebrekkige zorg voor een kind (denk aan (ook oudere) kinderen met een zware handicap of chronisch invaliderende ziekte). In veel gevallen kiezen ouders er (tijdelijk) bewust voor bepaalde levensjaren van hun kind(eren) van nabij mee te maken en de zorg in eigen handen te houden.

Dat een groot percentage van de thuisblijfouders deze keuze bewust maakt, betekent uiteraard niet dat het gebrekkige - of financieel niet haalbare - aanbod in de opvang geen rol speelt. Een derde van de gezinnen vond in 2022 geen plek in de kinderopvang. Daarnaast is de realiteit in de kinderopvangsector waar wel plek is een verhaal van acht à negen kinderen per begeleider (het hoogste cijfer voor heel Europa). Dat tekort aan beschikbare plaatsen, de grote werkdruk, grote personeelsuitval, … net als de vele vacatures die niet ingevuld raken, zorgen er mee voor dat die ‘keuze’ deels al wordt gemaakt. Ook vanuit de Gezinsbond, de organisatie voor gezinnen in Vlaanderen en Brussel, komt verbolgenheid:

Wie bepaalt wie geëmancipeerd is of geëmancipeerd moet worden?

Ook de notie van ‘het emanciperen van de huisvrouwen’ blijft terugkomen in het discours. Uit onderzoek van Steunpunt Werk (juni 2023) blijkt echter dat van alle thuisblijvers die de zorg voor eigen kinderen of zorgbehoevenden op zich neemt, 90,9% aangeeft dat ze deze opvang bewust op zich nemen. En wat de stigmatisering van bepaalde groepen betreft: ongeacht leeftijd, geboorteland of migratieachtergrond geven de thuisblijvers aan dat ze op dit moment geen job wensen. Als we meer specifiek naar de groep 25-54-jarigen kijken, geeft 89,5% aan dat thuisblijven een bewuste keuze is. Dat bevestigt ook Petra Foubert, professor arbeidsrecht aan de UHasselt. 

En toch blijft het idee hardnekkig dat beroepsactieve vrouwen meer dan thuisblijvers als vrijgevochten beschouwd kunnen worden (en dat wij, de samenleving en vanuit het beleid, de thuisblijvers daar dus naartoe moeten begeleiden en stimuleren). Feminist en auteur Anja Meulenbelt vat het mooi samen: 

Meer dan waar ook in het debat komt het 'emancipatie-argument' terug wanneer wordt ingezoomd op vrouwen met migratieachtergrond.

Nood: een intersectionele blik op het discours

In een recente profielschets (juni 2023) bracht Steunpunt Werk in kaart wie de thuisblijvers zijn in Vlaanderen. Van de totale bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar) is 3,4%, oftewel 131.000 personen, thuisblijver. Maar liefst 96,5% daarvan identificeert zich als vrouw. Dat komt neer op 126.415 vrouwen.

Als we die grote groep vrouwen (96,5%) analyseren, zijn twee grote clusters waar te nemen: een cluster vrouwen tussen 25 en 54 jaar oud, die de grootste groep vormt (60,5%), en een cluster van 55-plussers (39,5%). Die laatste groep bestaat voornamelijk uit vrouwen geboren in België (76,1%). Als we de vrouwen van 25 tot 54 jaar naderbij bekijken dan zien we 71,2% vrouwen met een niet-Belgische en 54,4% vrouwen met een niet-EU achtergrond. 

Helemaal ongelijk heeft Van Quickenborne dan ook niet als hij aangeeft dat er procentueel gezien meer vrouwen met migratieachtergrond thuisblijven. Maar nuancering is ook hier op zijn plaats. Voormalig woordvoerder van Open VLD Zelfa Madhloum geeft de minister gelijk wat betreft de noodzaak om meer mensen op de (betaalde) arbeidsmarkt te krijgen, maar vraagt om nuancering en het overstijgen van veralgemeningen, niet in het minst om de doelstelling die Van Quickenborne zelf vooropstelt (activering) te verwezenlijken: “een hele groep stigmatiseren, is zowat de slechts mogelijke manier om mensen te motiveren.” 

Bij de argumentatie die inzet op het aanbieden van arbeidsmogelijkheden specifiek gericht op thuisblijvers met migratieachtergrond, wordt ook de realiteit miskend van de aangeboden sectoren. Denk aan de precaire statuten, uiterst matige lonen en zware werklast in sectoren zoals de kinderopvang. “Diep respect voor wie het nu doet, maar politici denken vanuit hun uiterst geprivilegieerde positie beter even na voor ze stellen dat je dat er wel even bijpakt,” concludeert journalist Bart Eeckhout.

RoSa-directeur Bieke Purnelle wijst erop dat vrouwen met migratieachtergrond die willen werken vaak bij dienstenchequebedrijven terechtkomen (een sector waar sowieso 98% van de medewerkers vrouw is) om daar exact hetzelfde soort werk te doen als ze eerder thuis deden: “Voor anderen zorgen is wel oké, maar als ze voor hun eigen gezin zorgen, profiteren ze plots. Dat is vreemd, maar ook onrechtvaardig. Want wie gaat er voor hun kinderen en familieleden zorgen terwijl zij voor anderen zorgen?”

Vrouwen met een migratieachtergrond die nu niet beroepsactief zijn, probeert men vaak ook toe te leiden naar de kinderopvang, een sector met een groot personeelstekort (en waar 95% van het personeel vrouw is). Zo zet Vlaams minister van Werk Jo Brouns (CD&V) in op een koppeling met oplossingen voor de kinderopvang. Sinds 2020 loopt op zeven plaatsen in Vlaanderen en één in Brussel het project Nieuwe krachten voor de kinderopvang, een samenwerking tussen het CVO, de VDAB en de kinderopvang, gefinancierd door Vlaanderen en Europa. Mensen worden er begeleid om via het volwassenenonderwijs een diploma van kindbegeleider te halen. Het is echter niet zeker of het project zal worden voortgezet. En zelfs als dat het geval is, schort het ook daar - ondanks de goede bedoelingen - aan een genuanceerde denkoefening. 

Een belangrijk element dat in deze debatten ook ondergesneeuwd raakt, is dat vrouwen met een migratieachtergrond die in de kinderopvangsector aan de slag gaan, dat procentueel gezien vaker als onthaalouder doen en laat net dat statuut zijn dat tot op heden het slechtst geregeld is. Al is ook daar sinds kort verandering op til: vanaf volgend jaar krijgen onthaalouders een hogere onkostenvergoeding en meer basissubsidie. Nieuwe onthaalouders kunnen daarnaast een beroep doen op een opstartpremie. Het blijft echter afwachten welke impact dit zal hebben op de praktijk.

Dergelijke initiatieven werken de realiteit tot slot in de hand dat het de meer kwetsbare vrouwen zijn die noodgedwongen in deze ondergewaardeerde en onderbetaalde zorgberoepen (huispersoneel of kinderopvang) terechtkomen. Vrouwen met een korte scholingsgraad en/of met migratieachtergrond vormen het overgrote deel van de onderhouds- en zorgwerkers (Zorgcoalitie, 2023).

Er is dringend nood aan een bredere intersectionele blik op zowel de realiteit als op mogelijke oplossingen en antwoorden die naar voren worden geschoven. Verder dan één as inzake identiteitskenmerken wordt bijvoorbeeld vaak niet gekeken, terwijl 56,7% van de 25- tot 54-jarige thuisblijvende vrouwen met een niet-Belgische achtergrond ook kortgeschoold is (tegenover 32,6% met een Belgische achtergrond in dezelfde leeftijdscategorie). Steunpunt Werk maakt dan ook de volgende slotsom: “De kruising gender, herkomst en onderwijs­niveau leidt ertoe dat huismoeders een uitgesproken kwetsbare positie hebben in de maatschappij.”

Van Quickenborne en andere (witte mannelijke) politici leggen kortom te snel een automatische en veralgemenende link tussen ‘culturele overtuiging’ en het feit dat vrouwen met migratieachtergrond thuisblijven, zonder aandacht voor de impact van andere factoren of een gerichte bevraging van de doelgroep in kwestie. Tot slot wordt ook het bestaande beleid en het aanbod dat daaruit voortkomt niet in vraag gesteld. 

Bredere impact van kinderopvang(crisis) in het debat ontbreekt

Het bestaande beleid en het bijbehorende systeem inzake kinderopvang en mogelijke drempels om van dat systeem gebruik te maken, worden in het debat niet of amper in vraag gesteld. Terwijl onderzoek nochtans duidelijk maakt dat formele kinderopvang (onthaalouder en crèches) meer toegankelijk blijft voor ouders met een reeds stabiele job. Ouders met een migratieachtergrond en/of met een lagere sociaaleconomische status, gebruiken formele kinderopvang minder. "‘De combinatie gezin en werk, die via allerlei maatregelen mogelijk is, is meestal weggelegd voor diegenen die op de arbeidsmarkt al een sterke positie hebben verworven", zegt ook het Minderhedenforum (nu LEVL), de organisatie in Vlaanderen die zich inzet voor volwaardige participatie van mensen met migratieachtergrond in de samenleving.

Een herziening van het beleid kan tot slot oplossingen bieden voor een erg brede waaier aan groepen die tegen drempels aanlopen als het gaat over het al dan niet beroep kunnen doen op kinderopvang. Zo wordt in een recent Memorandum van Vrouwennet vzw (voorheen Markant, september 2023) beaamd dat de openingsuren van de kinderopvang vaak niet afgestemd zijn op de combinatie met bepaalde beroepen, waaronder ook - u raadt het al - beroepen in shifts, zoals in de zorg, waardoor mensen er (tijdelijk, noodgedwongen) voor kiezen om thuis te blijven. 

Nood: het beleid in vraag stellen in plaats van de motivatie van bepaalde groepen

Ook vanuit politieke hoek komt er verontwaardiging. “Ouders moeten de keuze hebben om thuis te blijven”, vindt Groen-voorzitter Nadia Naji. “Tegelijk werken er meer vrouwen in de zorgsector en het onderwijs, sectoren waar de werkdruk de laatste jaren flink toegenomen is. Die werkdruk moeten ze dan nog eens combineren met de zorgtaken thuis. Dus als Rousseau en Van Quickenborne echt vrouwen willen activeren, zorgen ze er beter voor dat hun werkomstandigheden verbeteren in plaats van huisvrouwen te stigmatiseren. Werkbaar werk dat correct betaald wordt, dat hebben we nodig. Los de crisis in de kinderopvang op, voor je vrouwen viseert die ervoor kiezen om voor hun kinderen te zorgen.”

Er blijft een groot verschil tussen aanmoedigen (maatregelen) en (maatregelen die aanvoelen als) verplichtingen. “De retoriek van dreigement en verplichting vergroot het isolement en de stigmatisering van de geviseerde groep”, dixit Eeckhout. Ook bij de Gezinsbond staan ze niet te springen voor de verplichte activering van mensen die nog geen betaald werk doen: 

Een terugkeer naar de arbeidsmarkt, zodra thuisblijvers dat wensen, zou ook gemakkelijker moeten worden gemaakt vanuit het beleid. “De link met de arbeidsmarkt is soms gebroken. Werkgevers zijn te streng voor sollicitanten met weinig of geen recente [betaalde] werkervaring”, zegt arbeidseconoom Sarah Vansteenkiste hierover. “En maak ook loopbaanbegeleiding toegankelijk voor wie wil terugkeren naar de arbeidsmarkt.” Kenniscentrum gender en etniciteit Ella vzw benadrukt dat voornamelijk de toegankelijkheid van de ‘reguliere’ arbeidsmarkt vergroot moet worden voor vrouwen met een migratieachtergrond, omdat de drempels voor hen gemiddeld groter zijn.

Conclusie: hoe lang nog moeten we mythes blijven ontkrachten?

We kunnen concluderen dat het meest recente onderzoek naar de realiteit en motivering van thuisblijvers in Vlaanderen de twee meest naar voor geschoven argumenten weerlegt. Het onderzoek van Steunpunt Werk (juni 2023) onderschrijft dat het overgrote deel van de thuisblijvers eerder op vrijwillige basis deze positie bekleedt (en niet vanuit zogenaamde ‘cultureel opgelegde vrouw-aan-de-haard-mythe’) en bovendien niet financieel ondersteund wordt - of wil worden - door een uitkering (de mythe van de ‘profiteurs’). Anderzijds valt op dat degenen die de keuze bewust maken dit doen in een kader dat hen vaak geen andere keuze laat: een kader dat daarnaast ook niet inzet op het wegnemen van bestaande drempels wanneer ze op een later moment een andere keuze wensen te maken en terug beroepsmatige arbeid willen verrichten. De nood blijft tot slot dan ook hoog om naast de essentiële opwaardering van onbetaalde (en ook (onder)betaalde) zorgarbeid, de blik op het eigen beleid en de daarmee samenhangende systemen te werpen. 


In de pers:

Meer weten?

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek:

Bron hoofdafbeelding en banner: Tanaphong Toochinda via Unsplash

#RoSaschrijft #Perspectief #Nieuwsbrief #Gender #Feminisme #Zorgkloof #Thuisblijfouders #Politiek #Discours #Beleids

Op de hoogte blijven van RoSa thema's en actua?

Ontvang onze tweewekelijkse Pers:pectief waarin we een actueel of onderbelicht thema bespreken vanuit een genderperspectief, of kies voor onze driemaandelijkse Uitgelezen met tal van boekrecensies, interviews, de nieuwste aanwinsten in onze almaar groeiende collectie en nog veel meer, telkens rond één specifiek thema.

Schrijf je in